Kennis delen aan de keukentafel

Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan organiseerde Jeugddorp De Glind samen met Gezinspiratie­plein op 19 november een Kennisfestival. Meer dan honderd professionals uit de jeugd­zorg, maar ook wethouders, raadsleden en ambtenaren, namen deel aan twintig workshops over ‘gezinsvormen’. Mobiel schoof aan bij zes workshops, waarvan sommige aan de keukentafel of in de huiskamer van een gezinshuis werden gegeven.

In het kerkje van De Glind nam hoogleraar René Clarijs zijn toehoorders in vogelvlucht mee in de geschiedenis van de jeugdzorg. Hij uitte zijn zorgen over het grote aantal Nederlandse kinderen dat in instellingen woont. Clarijs verwacht dat steeds meer kinderen met jeugdzorg in aan­raking komen. “In Nederland werken we probleemgericht en kijken we niet genoeg naar mogelijkheden.” Als voorbeeld noemde hij de vrijetijdsbesteding van kinderen, waar te weinig in wordt geïnvesteerd. “Hier liggen kansen voor kinderen om uit te zoeken waar hun kracht ligt en zich positief te ontwikkelen.” Volgens Clarijs biedt de overdracht van jeugdzorg naar gemeenten mogelijkheden om weer ‘gewoon’ met elkaar samen te leven, zonder te problematiseren. Na zijn lezing waaierden de bezoekers uit over de workshops, her en der in het dorp.

Keurmerk Gezinshuizen
De workshop Keurmerk Gezinshuizen vond plaats aan de keukentafel van een gezinshuis. Een van de uitgangspunten van gezinshuizen werd hiermee direct geïllustreerd: de kracht van het gewone leven. Het keurmerk moet de kwaliteit van gezinshuizen zichtbaar maken en versterken, door inzicht te geven in de dagelijkse praktijk. Om een gecertificeerd gezinshuis te worden, leggen gezinshuisouders hun aanpak en organisatie vast in een handboek. Ieder jaar wordt getoetst of het gezinshuis volgens de afspraken werkt.

Alle kinderen zijn onze kinderen
“Het is van levensbelang om kinderen te helpen herstellen vanuit verbondenheid en op basis van respect”, aldus orthopedagoog Karin Blankespoor in haar workshop. “Er moet iemand zijn die onvoorwaardelijk gek op je is.” Ze illustreerde dit met een filmpje over een Indiaanse jongen uit Canada. Vanaf zijn vierde jaar woonde hij in pleeggezinnen en leefgroepen. Vanwege moeilijk gedrag werd hij elke keer overgeplaatst, hoewel dit niet de intentie was van zijn tijdelijke opvoeders. Schepen verbranden en verder gaan werd een patroon. Op 17-jarige leeftijd pleegde hij zelfmoord. Een heftig verhaal dat diepe indruk maakte op de groep. Blankespoor vertelde over de methode RAP (Response Ability Pathways). Deze methode geeft handvatten om kinderen en jongeren op te voeden tot verantwoordelijke personen. In een volgend nummer besteedt Mobiel hier uitgebreid aandacht aan.

Trauma
Mobiel heeft al vaker geschreven over trauma’s en wat helpend kan zijn in de aanpak hiervan. De workshop Trauma en herstel maakte weer eens inzichtelijk hoe belangrijk het is dat we pleegkinderen blijven benaderen als kinderen met opgelopen trauma’s. Vaak worden diagnoses gesteld, zoals ADHD of hechtingsproblematiek, maar wordt niet gekeken of er nog onverwerkte trauma’s zijn. Volgens Karina van Kregten slaan we hiermee de plank mis. Veel gedrag en gedachten van pleegkinderen hebben ermee te maken dat ze nog in de overlevingsstand verkeren. Het aangaan van positieve relaties, het krijgen van erkenning en bestaansrecht, helpt een kind te herstellen.

Professioneel ouderschap
Wat maakt de opvoeding van pubers zo lastig? Welke gespreks­vaardigheden dragen bij aan een goede opvoed­relatie? De Christelijke Hogeschool Ede doet onderzoek naar de opvoeding van pubers in gezinshuizen. Een onderzoeksteam filmde drie weken lang drie uur per dag in zes gezinshuizen rondom de maaltijd. Het resultaat: 375 uur beelden van het leven in een gezinshuis. Vanwege de privacy mochten we de beelden in de workshop niet zien. Wel bekeken we fragmenten uit de documentaire BV Het Gezin, die een inkijk geeft in een gezinshuis. We zagen welke technieken de gezinshuisouders gebruiken om een goede relatie op te bouwen met de pubers in hun huis, bijvoorbeeld steunend aanwezig zijn bij familiebezoek. De uitkomsten van het onderzoek worden verwerkt in trainingen en een website.

Lokale Netwerken Gezinsvormen
Deelnemers aan deze workshop werden in een gezinshuis verwelkomd met koffie en taart. Kwartiermaker Jan Willem de Zeeuw legde uit wat het idee is achter Lokale Netwerken Gezinsvormen. “De gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor de hulp aan kinderen en jongeren die niet meer thuis kunnen wonen. De inzet is om zo vroeg en licht mogelijk dichtbij huis zorg en ondersteuning te bieden. Als kinderen echt niet thuis kunnen wonen, worden ze bij voorkeur opgevangen in vervangende gezinnen. Het concept Lokaal Netwerk Gezinsvormen behelst een infrastructuur van klein­schalige opvang en hulp. Deze manier van werken richt zich op herstel van het gewone leven en het benutten van de kracht van de samenleving.”

Matching
Hoe kan de matching van een jeugdige met een pleeggezin of een gezinshuis worden verbeterd, zodat een stabiele plaatsing ontstaat? Dat was de centrale vraag in de workshop Matching. Jolanda Spoelstra van het Nederlands Jeugd­instituut legde uit dat er veel praktijkkennis is, maar geen onderbouwde methodiekhandleiding. “Goede matching kan bijdragen aan stabiliteit en overplaatsingen voorkomen.” Een onderzoeksteam heeft literatuuronderzoek en een praktijkinventarisatie gedaan. De volgende stap is het maken van een eenduidige methodiek. Spoelstra: “Het belang van het kind moet hierin echt voorop staan.”

Lindy Popma en Karin Zanin

 


Tags: ,