Iris en BOP

Over de gevolgen van seksueel misbruik

In 2010 deed de Commissie-Samson onderzoek naar seksueel misbruik van kinderen die in instellingen of pleeg­gezinnen wonen. Inmiddels zijn er verschillende maatregelen genomen, zoals een hulplijn voor slachtoffers, het Actieplan ‘Kinderen veilig’ en de Task­force kindermishandeling en seksueel misbruik. Om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van seksueel misbruik, heeft professor Hans Grietens van de Universiteit Groningen, samen met Anne Steenbakkers en Dorijn Wubs, twee projecten opgezet: Iris en BOP.

“Eigenlijk is het allemaal begonnen toen ik meewerkte aan het onderzoek van de Commissie-Samson in 2010”, vertelt Hans Grietens. “Dit onderzoek bracht seksueel misbruik binnen jeugdzorg in kaart. Pleegouders van wie de pleegkinderen misbruikt waren, werden geïnterviewd. Hieruit kwam naar voren dat veel pleegkinderen misbruikt waren in de periode voordat zij naar het pleeggezin kwamen. Over misbruik vóór de pleegzorgperiode was nog maar weinig literatuur te vinden.

Stem van pleegkinderen
Hierop werd project Iris geboren. Dit project gaat over de gevolgen van seksueel misbruik voor pleegkinderen en pleeggezinnen. De bloem Iris wordt geassocieerd met wijsheid en het project draait om de ervaring en wijsheid van pleeggezinnen. In de loop van de tijd is project BOP (Behoeften Onderzoek Pleegzorg) ernaast ontstaan, waarin we jong­volwassenen vragen naar hun ervaringen binnen het pleeggezin. We vinden het belangrijk dat pleegkinderen door deze projecten een stem krijgen.”

Vooral de combinatie van de projecten is uniek, aldus de onderzoekers. Grietens: “Er zijn wel enkele onderzoeken naar de behoeften van seksueel misbruikte pleegkinderen, maar dit zijn vaak oudere onderzoeken. Hierin wordt slechts één kant belicht en de vragen kunnen vaak enkel met ja of nee beantwoord worden. De combinatie van de verhalende en diepgaande structuur van onze studies, maakt dat de projecten een uniek geheel vormen.”

Interviews met jongvolwassenen
“In project BOP proberen we door middel van interviews met jongvolwassen (oud-)pleegkinderen inzicht te krijgen in de verschillende behoeften die zij hebben of hadden in hun pleeggezin”, legt promovenda Anne Steenbakkers uit. “De interviews hebben als doel de pleegzorgbehoeften vanuit hun eigen perspectief te laten zien. We stellen vragen als: ‘Wat is moeilijk geweest?’ ‘Hoe ging je om met moeilijke dingen uit het verleden?’ en ‘Hoe heeft je omgeving daarop gereageerd?’ Vanuit die interviews ontwikkelen we veertig zogenaamde behoeftekaartjes. We hebben deze kaartjes nog niet gemaakt, maar je kunt bijvoorbeeld denken aan een behoefte als: ‘Ik vond het prettig om contact te houden met mijn ouders’. De jongvolwassenen leggen de kaartjes op volgorde van belangrijkheid. Deze volgorden vergelijken we met elkaar. Vervolgens stellen we drie tot zes behoefteprofielen samen en bepalen we wat pleegouders met deze informatie kunnen doen.”

Gevolgen van seksueel misbruik
“Het doel van project Iris is inzicht krijgen in de gevolgen van seksueel misbruik voor pleegkinderen”, vertelt promovenda Dorijn Wubs. “We houden interviews met pleegkinderen, pleegouders en biologische kinderen. We hopen dat zij zoveel mogelijk vertellen over hun ervaringen. Met de minderjarige biologische kinderen en pleegkinderen maken we een activiteitenboekje, waarin ze hun dagelijkse leefwereld in kaart brengen. Door al deze componenten samen te voegen, proberen we een volledig beeld te schetsen van de behoeften van iedereen binnen het pleeggezin.”
Pleegkinderen vanaf negen jaar mogen meedoen aan het onderzoek. Dorijn Wubs: “We hanteren een brede definitie van seksueel misbruik. Zo komen veel verschillende ver­halen naar voren. Pleegkinderen, pleegouders en biologische kinderen hebben allemaal een eigen verhaal dat wordt gekleurd door de periode in het pleeggezin. Het gaat hierbij om de invloed die de verschillende ervaringen of personen op elkaar hebben.

Wanneer iemand over een bepaald onderwerp niets wil vertellen, praten we daar niet over. Met het activiteitenboekje voor minderjarige kinderen brengen we ook hun verhaal in beeld. Zij maken een levenscirkel, een relatie­diagram, een fotodagboek en een kleine oefening waarbij ze korte zinnen aanvullen. Samen maken we een levenslijn. Ook hierbij geldt dat de kinderen zelf mogen kiezen welke onderdelen van het boekje ze invullen.”

Meedoen met Iris en BOP
Via pleegzorgorganisaties worden pleegouders gevraagd of zij willen deelnemen aan een van de projecten. Dorijn Wubs: “Wanneer zij hiervoor open staan, neemt de universiteit contact op met de gezinnen voor een kennismaking. Vaak vinden mensen het leuk om mee te werken en zien zij ook het belang in van de onderzoeken. Deelname is overigens altijd vrijwillig.”

Anne Steenbakkers voegt daaraan toe dat project BOP ook jongvolwassenen via Facebook en andere jongerenkanalen werft. “Ook jongvolwassenen zijn enthousiast om mee te doen aan het project, omdat zij op deze manier hun verhaal kwijt kunnen. Het feit dat het onderzoek anoniem is, is voor hen heel belangrijk.”

In de praktijk
“Iris en BOP zijn twee verschillende projecten. Daarom zullen er twee verschillende eindverslagen komen”, zegt Anne Steenbakkers. “Over project BOP gaan Hans Grietens en ik samen een verslag voor Fonds Slachtofferhulp schrijven. Dit verslag wordt breed verspreid onder verschillende groepen. Denk daarbij aan de politiek, maar ook aan therapeuten en pleegouders. Ook de pleegkinderen die meedoen aan het onderzoek geven aan dat ze graag de resultaten van de studie willen inzien. Daarnaast zoeken we nog naar een praktisch gebruik van de behoeftekaartjes, wellicht in de vorm van een nieuwe interventie.”

“Over de resultaten van project Iris gaan Hans Grietens en ik een boek schrijven”, vertelt Dorijn Wubs. “Dit boek is voornamelijk bedoeld voor pleegouders en professionals. Het belangrijkste hierbij is dat wij als onderzoekers, onder andere via pleegzorginstellingen, de resultaten terugkoppelen naar de praktijk. Zo kunnen de uitkomsten daadwerkelijk gebruikt worden.”

Gezamenlijk eindproduct
Het drietal geeft aan dat de projecten elkaars ‘broertje en zusje’ zijn en er dus ook een gezamenlijk eindproduct van de studies zal komen. Een van die producten is een zogenaamde ‘e-toolkit’. Wat deze toolkit precies inhoudt, is nog niet bekend, maar de invulling zal gericht zijn op het helpen van pleeggezinnen bij het zorgen voor een kind met een voorgeschiedenis van seksueel misbruik. Project BOP wordt begin 2018 afgerond en project Iris begin 2017.

Voor meer informatie over project Iris en project BOP kunt u contact opnemen met Dorijn Wubs (s.d.wubs@rug.nl) of Anne Steenbakkers (a.t.steenbakkers@rug.nl).

Kirsten Aarse

Kirsten Aarse is student Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. Ze heeft dit artikel geschreven in het kader van een stageopdracht voor de master Gezinspedagogiek.

 


Tags: ,