Hij gaat vooruit!

Drie jaar geleden werden Rianne en Marijn vlak na het beëindigen van de STAP pleegouders van de pasgeboren Dilano. Ze annuleerden hun vakantie en begonnen er vol goede moed aan. Dilano is met NAS(1) geboren en bij het opgroeien blijkt er nog meer aan de hand te zijn met hem.
De klinisch geneticus is bezig met onderzoek.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
“Wij zijn Marijn (34) en Rianne (32). Wij hebben een zoon, Levi, van 7 jaar. We zorgen voor onze pleegzoon Dilano van 3 jaar en sinds 3 november woont Eva van 6 maanden bij ons.”

Hoe kwamen jullie ertoe om pleegouder te worden?
Rianne vertelt: “Sinds mijn tienerjaren heeft adoptie mijn interesse. Toen een zwangerschap bij ons uitbleef, zijn we ons daarin gaan verdiepen. Tot ons grote geluk kregen we Levi en de adoptieplannen raakten op de achtergrond. De kans op een tweede zwangerschap was klein en de meeste adoptiewachtlijsten waren ondertussen gesloten. In het streekkrantje stonden steeds oproepjes voor pleegouders. Geïnteresseerd gingen we naar de informatieavond en we hebben ons direct aangemeld.”

Hoe reageerde de omgeving en jullie familie op het pleegouderschap?
Rianne: “Heel positief! Zelfs al tijdens de voorbereiding. We twijfelden of onze ouders ons pleegkind ook als kleinkind zouden zien, maar ze hebben Dilano en Eva meteen in hun hart gesloten.” Marijn vertelt: “Mijn vader wist hoe laat Eva bij ons gebracht zou worden. Op zijn werk zei hij: ‘Over twee uur word ik weer opa.’ Zijn collega vroeg: ‘Wordt het kindje gehaald?’ ‘Nee, ze komen het brengen’, zei mijn vader.”

Hoe ziet de begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“De pleegzorgwerker komt nu veel minder dan in het begin. We regelen het meeste via telefoon en e-mail. De pleegzorgwerker gaat mee naar de klinisch geneticus en zij schrijft alles op wat er gezegd wordt. Dat is heel fijn, want zo kan ik goed op Dilano letten en het gesprek met de arts voeren.” vertelt Rianne. “De bereikbaarheid van Bureau Jeugdzorg is wat minder en daardoor duurt het weleens lang voordat we antwoord hebben op onze vragen.”

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
“We vinden het fijn dat onze pleegzorgwerker meedenkt over de communicatie tussen Levi en Dilano. Dilano heeft een ontwikkelingsachterstand. Ondanks het engelengeduld van Levi is het voor hem soms frustrerend om daarmee om te gaan. We hebben daarbij handvatten nodig.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“Dilano heeft om de acht weken een bezoekregeling met zijn hele gezin in een kinderdagcentrum. In het begin was hij na zo’n bezoek overprikkeld. Nu gaat het goed. Hij vindt het leuk en zijn ouders gaan er goed mee om. Ze bedanken ons soms dat wij voor hem zorgen. De moeder van Eva komt twee maal per week een uur en haar vader komt om de twee weken een uur.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
“Eigenlijk geen: ze hebben allemaal een eigen kamer en er passen precies drie autostoeltjes naast elkaar in de auto. De wandelwagen kan dan ook nog in de achter­bak. We gaan niet zo gemakkelijk meer weg.”

Hoe gaat Levi met de pleegkinderen om?
“Hij vindt het geweldig dat hij nu een zusje heeft. Laatst zei hij: ‘Als Eva terug gaat naar haar moeder is dat wel fijn, maar voor ons wel verdrietig.’ Zijn omgang met Dilano is soms wel lastig voor hem en Dilano maakt ook dingen van hem kapot. In dat verband heeft hij wel eens gezegd: ‘Nu mag hij wel weg.’ Gelukkig zijn er ook momenten dat ze dikke maatjes zijn.”

Zijn er momenten waarop jullie denken: ‘We hadden er nooit aan moeten beginnen’?
“Nee. Wel: ‘Waar ben ik aan begonnen?’ Dilano heeft de eerste weken bijna constant gehuild. We sliepen daardoor weinig en ik was bang dat ik Levi te weinig aandacht gaf”, zegt Rianne.

Beschrijf een ervaring die illustreert ‘Daar doe ik het voor’.
Rianne: “Die ervaring heb ik iedere dag. Een lach is al genoeg. De kinderen zijn duidelijk happy. Je moet het niet in de grote dingen zoeken. We zien Dilano’s ontwikkeling en al gaat het heel moeizaam, alle stimulans helpt wel, want hij gaat vooruit!”

(1) NAS staat voor neonataal abstinentiesyndroom: de onthoudingsverschijnselen bij een pasgeboren baby van een moeder die tijdens de zwangerschap drugs of medicijnen gebruikte.

 


Tags: ,