Een wolk van boosheid

“Wat sta je nou te kijken? Is het weer niet goed?” Anouk reageert op een blik van mij. Kijk ik afkeurend of vind ik dat ze iets niet goed doet? Ik snap het niet en vraag haar wat ze bij mij ziet. Een onduidelijk gemopper is het antwoord: “Ik doe vast weer iets verkeerd, anders keek je niet zo!” Hier word ik niet wijzer van. Ik besluit het gesprek met een ietwat belerende opmerking: “Als ik niet vriendelijk kijk, heeft dat echt niet altijd iets met jou te maken.” Het contact met Anouk is al verbroken voor ik uitgepraat ben: niet interessant genoeg!

Ik ga verder met mijn dagelijkse bezigheden en loop een uurtje later naar boven, waar mijn partner aan het werk is. Als ik binnenkom, komt me een soort wolk van boosheid tegemoet. Meteen schiet door mijn hoofd: “Oh jee, wat is er nou weer gebeurd met een van de kinderen. Hebben ze ergens aan gezeten of is er iets blijven liggen dat vies is? “Op mijn vraag wat er is, krijg ik meteen een heel verhaal te horen over een declaratie waar al twee uur aan besteed is en die nu weer opnieuw moet worden ingevuld. Opgelucht haal ik adem, ik leef mee en ga weer naar beneden.

Tijdens het koken realiseer ik me dat mijn reactie op die boosheid een kopie is van die van Anouk. Ik ‘beleer’ mezelf: een chagrijnig moment heeft niet altijd betrekking op mij of op de kinderen, maar kan ook het chagrijn van de ander zijn. Wordt het niet eens tijd voor een moment met z’n tweeën, samen uit eten?


Tags: ,