Waar gaat het naartoe?

Auteur: Mirte Loeffen

Toen ik twee weken geleden aan een gezelschap van zo’n vijftig pleegouders vroeg wie mij kon vertellen hoe het er voor hen vanaf 2015 uit zou zien, staken drie pleegouders hun hand op. De overige pleegouders vertelden dat hun pleegzorgbegeleider ook benieuwd is naar wat het gaat worden en bovendien vreest voor zijn baan. Geen beeld dat veel vertrouwen inboezemt. Dit terwijl de nieuwe Jeugdwet juist veel kansen biedt voor pleegouders.

Jeugdhulp is nu nog onderverdeeld in vrij toegankelijke ondersteuning en jeugdzorg waar een indicatie van Bureau Jeugdzorg (BJZ) voor nodig is. Bij vrij toegankelijke ondersteuning kun je denken aan opvoedondersteuning of cursussen over pubers. Hulp waar een indicatie voor nodig is (bijvoorbeeld pleegzorg) wordt nu nog geregeld door de provincie, maar na 1 januari 2015 door de gemeente.

Veranderingen voor pleegouders
De gemeente geeft geen indicatie, maar een beschikking af. Die beschikking is een toegangsbewijs tot hulpNOOT1. Hierin staan de afspraken die tijdens een gesprek tussen bijvoorbeeld pleegouders en de gemeente zijn gemaakt. In sommige gemeenten wordt dit een keukentafelgesprek genoemd, in andere gemeenten Het Gesprek.

Pleegouders mogen ook zelf van tevoren hun eigen plan inbrengen. In de Jeugdwet heet dit het familiegroepsplan. Als er een familiegroepsplan is, moet dit aan de basis liggen van het gesprek met de gemeente.

Mensen die nu al als pleegouder ingeschreven staan, hebben recht op continuïteit van zorg. Dit wil zeggen dat ten minste het komende jaar niets verandert aan de afspraken die met pleegouders zijn gemaakt.

Verdwijnt BJZ?
BJZ heeft nu nog drie taken: vrijwillige hulpverlening, toegang tot jeugdzorg (indicaties stellen) en uitvoeren van gedwongen hulp in het kader van jeugdbescherming (een OTS of voogdijmaatregel) of in het kader van jeugdreclassering.

De vrijwillige hulp en toegangstaken gaan naar de gemeente. Het uitvoeren van maatregelhulp is wettelijk voorbehouden aan een Gecertificeerde Instelling (GI). De manier waarop zo’n GI gaat werken, verschilt per provincie. Zo blijven in het Noorden de huidige BJZ’s bestaan zonder de vrijwillige hulp en de toegangstaken, wordt er in Utrecht gewerkt met SAVE NOOT2 teams, in Overijssel met VERVE NOOT3 en in Gelderland met De nieuwe jeugdbescherming. De doelstelling is steeds dezelfde: jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringswerkers schuiven aan bij de hulpverleners die in het gezin aan het werk zijn en trekken zich weer terug als ze niet meer nodig zijn.

*********
KADER
*********

Hoe kom je bij jeugdhulp terecht?
Bij gemeenten zie je grofweg drie varianten:
1. Een sociaal team per wijk voor mensen van -9 maanden tot 100 jaar.
2. Een team jeugd per wijk voor mensen van -9 maanden tot 23 jaar.
3. Een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) dat de toegang vormt tot jeugdhulp met een ambulant team dat jeugdhulp biedt in de thuissituatie.

Elke variant heeft voor- en nadelen
Het voordeel van een sociaal team is dat je er terecht kunt met alle vragen, hoe oud je ook bent. Het nadeel is dat je maar moet afwachten of je iemand treft die alles van kinderen weet, als je er met vragen over je pleegkind komt.

Een team jeugd is handig, omdat je zeker weet dat de mensen die er werken veel weten over opvoed- en opgroeivragen. Aan de andere kant kan het lastig zijn dat je naar een ander team moet als je behalve vragen over je (pleeg)kind, ook nog vragen hebt over een uitkering of schulden.

Een CJG is één centrale plek in de gemeente waar mensen met een vraag over opvoeden of opgroeien heen kunnen. Van de sociale- en de jeugdteams zijn er meerdere, in elke wijk één.

Wat schieten pleegouders hiermee op?
Pleegzorg wordt ‘kneuteriger’ en krijgt een lokaal karakter. Het is gemakkelijker om pleegouders in dezelfde gemeente met elkaar in contact te brengen. Je zou als pleegouders na kunnen gaan hoe de kinderen uit de eigen gemeente zoveel mogelijk bij pleegouders in die gemeente terecht kunnen. Voor kinderen kan dit betekenen dat ze niet van school hoeven wisselen en hun vriendjes houden.

Een activiteit voor pleegkinderen in de eigen gemeente maakt dat kinderen zich realiseren dat ze niet de enige zijn. Zowel pleegouders als pleegkinderen hebben mogelijk meer steun aan elkaar. Dan zijn we terug bij de bedoeling van de nieuwe Jeugdwet: minder ingewikkelde jeugdhulp met meer kansen voor het benutten van eigen kracht. Ik heb er als pleegouder zin in en kan bijna niet wachten tot 1 januari. Ik stap dan naar een ambtenaar in mijn gemeente om al deze ideeën te realiseren. Wordt vervolgd!

Naschrift

Mirte Loeffen is pleegouder en orthopedagoog en als senior adviseur werkzaam bij Seinpost Adviesbureau, team Jeugd.

NOOT1 Voor de betaling van jeugdhulp geldt het woonplaatsbeginsel. Zie hierover ook het interview met Renske de Boer en ‘Hoe zit dat?’ op pagina 17.

NOOT2 Samenwerken Aan Veiligheid.

NOOT3 Veiligheid En Regie Voor Elk.

 


Tags: ,