Pleegouders zijn aanpakkers

Ik werk al meer dan tien jaar als be­geleider in pleegzorg en het blijft een boeiende vorm van hulpverlening. Behalve zorgverlener ben ik ook zorg­vrager. Ik ben de vader van vier kinderen, waarvan één jongen met autisme en een verstandelijke beperking. Een ‘complexe casus’ wordt hij door mijn zorgverleners genoemd. Dan weet ik als collega-hulpverlener dat ook zij het een ingewikkeld kind vinden.

Mijn eigen ervaringen hebben mij gevormd in mijn werk. Ik heb diep respect voor ouders die samen met pleegouders de zorg voor hun kinderen proberen vorm te geven. Om­dat ik weet hoeveel moed en tranen er nodig zijn om te erkennen dat je hulp nodig hebt bij het op­voeden van je kind. Ik begrijp de ergernissen die ouders hebben over ogenschijnlijk kleine zaken, zoals het kapsel van hun kind of wat hun kind te eten krijgt. Omdat ik weet dat je als ouder voor je kind blijft zorgen. Ik begrijp ook de ergernis van ouders en pleegouders over de trage werkwijze van al die hulp­verleners, dat papierwerk en die verplichte gesprekken.

Als ik zelf terugkijk naar de perioden waarin het water mij aan de lippen stond, dan herinner ik mij ook de mensen die te hulp schoten. Men­sen die mijn oudste kinderen naar school brachten. Iemand die mijn zoon mee uit wandelen nam, zodat ik een paar uur de handen vrij had. Iemand die hielp om de keuken te schilderen. Helpende handen.

Ik denk dat dit is waarom ik ben blijven plakken bij pleegzorg. De meeste pleegouders die ik ken zijn praktisch van aard. Ze doen wat nodig is en denken daarin buiten hun kaders. Niemand verwacht van een vakantiepleegouder dat hij ook ieder weekend met een kind naar voetbal gaat. Niemand verwacht van een pleegmoeder dat ze het verjaardagsfeest ook voor de biologische familie organiseert. Niemand verwacht van een pleegouder dat ze er voor zorgt dat haar pleegkind iedere week een paar uur met zijn broer kan doorbrengen. Maar het gebeurt wel. Pleegouders zijn aanpakkers.

Als begeleider zit ik vast aan allerlei regels en verplichtingen. Die maken dat ik niet zomaar buiten mijn kaders kan denken. Ik moet mijn handelen kunnen verklaren en verantwoorden. Ik moet in dat handelen laten zien dat ik de richtlijnen ken. Tot mijn schrik merk ik dat ik daardoor de hulpverlener ben waar ik als vader van mijn eigen kind niet op zit te wachten. Stiekem hoop ik altijd dat ons tijdschrift ook door beleids­makers wordt gelezen. Mocht dat zo zijn: Kinderen leer je niet kennen door lijsten over hen in te vullen. Kinderen leer je kennen door met hen te voetballen. Maak dat hulpverleners worden afgerekend op hun praktische inzet, niet op hun dossier. Bij voorbaat mijn dank.

En tot die tijd: Pleegouders ga zo door en een diepe buiging voor wat jullie weten te presteren! <

 


Tags: ,