Pleegouders Versterken in Opvoeden

Opvoedingsondersteuning voor Vlaamse pleeggezinnen

Auteurs: Frank van Holen en Johan Vanderfaeillie

In Vlaanderen zijn twee programma’s ontwikkeld om pleegouders van pleegkinderen met moeilijk gedrag extra te ondersteunen. De effectiviteit van deze ondersteuning ‘Pleegouders Versterken in Opvoeden’ (PVO) werd wetenschappelijk onderzocht. De resultaten waren zo veelbelovend dat PVO momenteel in alle Vlaamse pleegzorgvoorzieningen wordt aangeboden bovenop de reguliere pleegzorgbegeleiding.

De plaatsing in een pleeggezin is meestal ingrijpend voor pleegkinderen. Ook het verwerken van eerdere traumatische ervaringen is niet eenvoudig. Uit de praktijk en wetenschappelijk onderzoek weten we dat ongeveer de helft van de Vlaamse pleegkinderen kampt met gedragsproblemen of emotionele moeilijkheden. Dit kan erg belastend zijn voor pleegouders en leiden tot opvoedingsstress. Zelfs de meest ervaren pleegouders passen hun opvoedingsgedrag aan wanneer ze geconfronteerd worden met probleemgedrag. Vaak proberen ze het probleemgedrag in te perken, door bijvoorbeeld meer grenzen te stellen en meer te straffen. Tegelijkertijd worden ze minder ondersteunend, dat wil zeggen dat hun warmte en betrokkenheid afneemt. Deze bijna automatische reactie, die overigens ook in gewone opvoedingssituaties voorkomt, heeft tot gevolg dat de gedragsproblemen juist erger worden.

Verhuizing voorkomen
Wanneer pleegouders het probleemgedrag niet meer aan kunnen, ontstaat het risico op een vroegtijdige beëindiging van de pleeggezinplaatsing, ook wel breakdown genoemd. Bij een breakdown moet het pleegkind verhuizen. Hoe vaker een kind van opvoeders wisselt, hoe groter het risico op nog extremer probleemgedrag en hoe groter het risico dat de nieuwe plaatsing weer negatief afloopt. Breakdowns door gedragsproblemen van het pleegkind moeten dus zoveel mogelijk voorkomen worden. Dit kan door pleegouders extra ondersteuning te bieden en samen met hen het probleemgedrag aan te pakken. In Vlaanderen kunnen pleegouders daarbij een beroep doen op Pleegouders Versterken in Opvoeden (PVO).

Extra ondersteuning
De ondersteuning vanuit PVO is gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde methoden. Programma’s met een gedragsmatige grondslag blijken het meest effectief te zijn. Ze worden echter meestal toegepast bij jonge kinderen en de effectiviteit neemt af naarmate kinderen ouder zijn. Daarom werden twee versies van PVO ontwikkeld: één gebaseerd op het Sociaal-Interactioneel Model van Gerald Patterson (PVO-SIM) voor pleegkinderen tussen 3 en 12 jaar en één gebaseerd op de principes van Geweldloos Verzet van Haim Omer (PVO-GV) voor pleegkinderen tussen 6 en 18 jaar.

Positieve aandacht
In PVO-SIM leren pleegouders positieve betrokkenheid en aandacht te geven aan hun pleegkind. Juist door de negatieve ervaringen met opvoeders in hun verleden hebben pleegkinderen veel behoefte aan acceptatie en betrokkenheid van hun pleegouders. Het introduceren van een dagelijks positief samen-moment past hierbij. Op een vast moment van de dag maken de pleegouders dan tijd om samen met het kind iets leuks te doen. Dat kan de ene keer voorlezen zijn en de andere keer samen knutselen. Bovendien leren pleegouders hun aandacht te richten op het positieve gedrag van het kind in plaats van op het probleemgedrag en het kind voor het gewenste gedrag te belonen door complimentjes te geven.

Structuur en grenzen
Pleegouders leren ook hoe ze meer structuur kunnen bieden (bijvoorbeeld met behulp van pictogrammen weergeven hoe de dag er vandaag uitziet of een vaste plaats afspreken voor het maken van huiswerk) of het kind effectieve opdrachten kunnen geven (bijvoorbeeld één opdracht per keer). Ook wordt ingegaan op het werken met beloningen (bijvoorbeeld een sticker bij goed gedrag), het negeren van ongewenst gedrag of het gebruik van time-out door het kind tijdig even bewust apart te zetten. Met de pleegouders wordt besproken hoe ze toezicht kunnen houden op hun pleegkind en grenzen kunnen stellen. Pleegouders kijken naar hun eigen opvoedingsgedrag en hoe ze dat kunnen veranderen. Daarnaast krijgen ze tips hoe ze positieve veranderingen in de toekomst kunnen behouden.

Geweldloos verzet
In PVO-GV staan twee basisprincipes van Geweldloos Verzet centraal, namelijk het vermijden van iedere vorm van verbaal of fysiek geweld en het bieden van actieve weerstand aan probleemgedrag. Deze principes worden uitgewerkt in vier thema’s. Bij het eerste thema – herwinnen van controle over het eigen handelen – worden pleegouders getraind in het stopzetten en vermijden van zinloze escalaties. Bij het tweede thema worden pleegouders gestimuleerd tot positief opvoedingsgedrag door op relatieherstel gerichte gebaren aan te bieden, zoals kleine attenties, complimentjes of het aanbod om samen leuke dingen te ondernemen. Deze gebaren worden onafhankelijk van het gedrag van het pleegkind aangeboden en zonder dat er iets tegenover hoeft te staan vanuit het kind. Het derde thema staat in het teken van het activeren van sociale steun. Pleegouders worden gestimuleerd een beroep te doen op steunbronnen in hun omgeving (bijvoorbeeld het vragen van oppashulp door familie en vrienden). Tot slot wordt bij het vierde thema gewerkt aan het actief weerstand bieden aan probleemgedrag (zie kader).

Waardering van pleegouders
Voor pleegouders is er ondersteunend educatief materiaal zoals werkmappen, huiswerkbladen en DVD’s. PVO wordt individueel aangeboden tijdens gemiddeld tien wekelijkse huisbezoeken. De ondersteuning wordt uitgevoerd door speciaal hiervoor opgeleide ervaren pleegzorgbegeleiders. Pleegouders blijken de extra ondersteuning van PVO te waarderen. Zo liet een pleegouder weten: “Het niet meer in discussie gaan is een kleine ingreep die enorm veel veranderde in de sfeer en het contact. Ineens kwam er meer ruimte om de positieve dingen een plek te geven.” Een andere pleegouder verwoordde het als volgt: “Wij hebben enorm genoten van die keren dat de trainer bij ons was. PVO heeft ons heel goed geholpen met concrete tips. De opdrachten die we kregen zijn ons goed bijgebleven, vooral dat je beter rustig, beknopt en duidelijk kunt reageren.”

Oefenen met opvoeding
Tijdens de PVO-huisbezoeken maken pleegouders kennis met verschillende opvoedingsvaardigheden en opvoedingstechnieken en leren ze deze gebruiken. Pleegouders gaan actief aan de slag en oefenen met rollenspellen, waarbij de PVO-medewerker de rol van het pleegkind inneemt. Ook zijn er huiswerkopdrachten. De PVO-medewerker vraagt bijvoorbeeld aan de pleegouders om de komende week hun ‘roze bril’ op te zetten om zo extra aandacht te hebben voor positief gedrag en om minstens vijf aanmoedigingen per dag te geven aan het pleegkind. Het ondersteuningstraject wordt afgesloten met een huisbezoek waarbij de pleegzorgbegeleider aanwezig is. Samen wordt bekeken hoe de pleegzorgbegeleider met de pleegouders nu verder zal gaan.

Actief weerstand bieden aan probleemgedrag
Pleegouders kiezen enkele dringende problemen van hun pleegkind waarvoor een plan van aanpak wordt bedacht. Vervolgens schrijven ze een aankondigingsbrief waarin ze op een respectvolle, maar besliste manier duidelijk maken welke gedragingen ze niet langer zullen aanvaarden, dat ze zich hiertegen gaan verzetten en dat ze hierbij steun zullen inroepen. Essentieel is dat pleegouders zich richten op wat zij zelf kunnen doen en niet op het afdwingen van gehoorzaamheid bij hun pleegkind. De boodschap die ze hiermee geven is: “Wij kunnen jou niet controleren, we hebben enkel onszelf onder controle.” Vervolgens gaan de pleegouders op een rustig moment de kamer van het pleegkind binnen om de aankondigingsbrief voor te lezen. De reactie van het pleegkind is op zich niet belangrijk, want: “Pleegouders moeten niet winnen, ze moeten alleen volhouden.” Pleegouders krijgen meer concrete handvatten zoals het doen van een telefoonronde: systematisch een hele lijst mensen opbellen wanneer het pleegkind steeds te laat thuis komt. Of een “sit-in”, waarbij de pleegouder op een rustig moment gaat zitten in de kamer van het pleegkind, en zegt: “Je hebt gisteren geld uit mijn portemonnee gestolen, wij accepteren dit niet en wachten op een voorstel, zodat dit niet meer gebeurt”. Vervolgens blijft de pleegouder een half uur zitten zonder te reageren op mogelijke provocaties.

Naschrift:
Frank van Holen is directeur Hulpverleningsbeleid Pleegzorg Vlaams-Brabant en Brussel.
Johan Vanderfaeillie is hoofddocent Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen, Vakgroep Klinische en Levenslooppsychologie, Vrije Universiteit Brussel.

 


Tags: , ,