Zorgen voor een mishandeld kind

Om een idee te krijgen hoe het voor pleegouders is om voor een mishandeld kind te zorgen, vroegen we pleegmoeder Karin naar haar ervaringen. Karin en haar man Willem zijn dertien jaar de pleegouders van Jan (19 jaar). Ook hebben ze twee dochters, van vier en tien jaar. Jan is hun eerste en enige pleegkind.

Wat heeft jullie bewogen om pleegouder te worden?
“We hadden een kinderwens, maar deze werd niet meteen vervuld. Daarom hebben we andere opties overwogen, waaronder adoptie en pleegzorg. We besloten om pleegouders te worden, omdat we vonden dat kinderen uit ons eigen land ook een plekje moeten krijgen in een gezin.”

Hoe is het om een kind met zo’n heftig verleden op te vangen?
“We vonden het heel bijzonder om dit kind in huis te krijgen. Opeens stond er een jongetje met een tasje voor de deur, dat bij ons zou komen wonen. We wisten nog niks over hem. Gelukkig hadden wij veel contact met het crisisgezin, waar hij eerst een half jaar woonde. Door hun verhalen kregen wij inzicht in zijn karakter.”

Wat was jullie eerste reactie?
“We waren heel blij dat Jan er was. We hadden toen nog helemaal niet door hoe beschadigd hij was. Dat kwam later pas.”

Waren jullie voorbereid op het opvangen van een mishandeld kind?
“Tijdens de Stapcursus zaten we zes keer een uur in een klas met andere pleegouders. We kregen informatie over het pleegouderschap. Achteraf gezien was dat een summiere voorbereiding.”

Hoe merkten jullie aan Jan dat hij mishandeld was?
“We zagen dat hij een gebroken beentje had, toen hij bij ons kwam wonen. Ook merkten we het aan zijn gedrag. In het begin probeerde hij ons vooral te ‘pleasen’, tot op het absurde af. Zo lieten we eens iets vallen in een restaurant. Jan stond meteen op en zei: “Oh, ik raap dat wel op voor jullie!” Dat was even wennen. Ook praatte hij heel veel. Vaak gingen zijn verhalen over kleine dingen, bijvoorbeeld over een vliegje dat langs vloog. We vermoedden dat hij dat deed om ons te entertainen en bezig te houden.”

Spreekt u vaak met uw pleegkind over de moeilijke gebeurtenissen in zijn jeugd?
“We hebben het regelmatig over zijn jeugd gehad. Wat ons opviel was, dat hij in de auto soms opeens over de gebeurtenissen vertelde, als hij op de achterbank zat. Waarschijnlijk voelde hij zich daar op zijn gemak. Zo kwamen we steeds meer te weten over dingen die hij heeft meegemaakt.”

“Ook nu praten we nog wel eens over zijn verleden. Ik werk in de zorg en onlangs zag Jan een vrouw op mijn werk die ernstig beperkt was. Hij vroeg me of zij zo geboren was. Toen ik uitlegde dat ze gezond was geboren en dat ze de beperkingen had gekregen nadat ze ernstig was mishandeld als kind, was dit confronterend voor hem. We hebben toen nog met elkaar gepraat. Jan gaf aan dat hij blij is dat hij er goed vanaf is gekomen.”

Hoe is uw contact met de voogd en de biologische ouders van Jan?
“Er is geen contact meer met zijn biologische ouders. De speltherapeut en wij merkten dat Jan heel nerveus en bang was als hij weer naar zijn ouders ging. Toch moest hij elke keer gaan, omdat het verplicht was. Op een gegeven moment werd hij er zo ziek van dat werd besloten dat het niet in zijn belang was om contact te houden. Een voogd heeft er toen voor gezorgd dat de rechter een verderstrekkende maatregel uitsprak. Hierdoor waren de bezoeken niet meer verplicht. Zijn ouders hebben nog wel contact gezocht met Jan, maar hij heeft in een brief aangegeven dat hij op dit moment geen behoefte heeft aan enig contact. Nog steeds is Jan angstig voor zijn biologische ouders. Toen hij achttien werd, was hij heel bang dat zijn ouders weer voor de deur zouden staan, omdat hij volwassenen was en niet meer onder pleegzorg viel.”

Hoe hebben jullie Jan geholpen bij het verwerken van de moeilijke gebeurtenissen in zijn jeugd?
“We probeerden hem onvoorwaardelijk te steunen. Als hij dingen deed die niet mochten, gaven we aan dat we van hem houden, ook al waren we niet blij met zijn gedrag. Daarnaast probeerden we goede hulp voor hem te regelen.”

Welke hulp heeft Jan gehad?
“Toen Jan een beetje aan ons was gewend, kreeg hij speltherapie. Hieruit bleek dus dat hij bang was voor zijn ouders en echt niet meer naar hen terug wilde. Ook heeft hij EMDR gehad. Dit heeft hem erg geholpen. Jan bleek ADHD te hebben. Nu krijgt hij medicatie en wij merken dat hij zich hierdoor beter gedraagt.”

Waar zijn jullie tegenaan gelopen?
“Vervelend was de wisselende begeleiding van de voogden. We hebben wel veertien voogden gehad in twaalf jaar. Door de wisselingen moesten we telkens wennen aan een nieuwe voogd en de voogd ook aan ons. We kregen steeds andere adviezen en andere vormen van begeleiding. Toch probeerden we er het beste van te maken. Wel fijn was dat de pleegzorgbegeleiders zelden wisselden. We hebben twee of drie pleegzorgbegeleiders gehad, waar we veel steun aan hadden. We konden altijd bij hen aankloppen met vragen. Een van hen spreken we nog regelmatig en we hebben nog steeds veel steun aan hem. Dat is fijn, maar uiteindelijk moet je het zelf doen. Iedereen kan je duizenden tips geven, maar pleegzorg is een onderdeel van je dagelijks leven, waar je mee moet leren omgaan.”

Welke tips zouden jullie aan andere pleegouders willen geven?
“Mijn advies is om je open te stellen voor het kind. Ook adviseer ik pleegouders om hulp te zoeken bij anderen. Wij hebben veel steun gehad van pleegzorgbegeleiders, vrienden en onze ouders. Het is ook fijn om contact te hebben met andere pleegouders. Wij hebben veel steun gehad van de crisispleegouders die Jan vóór ons hebben opgevangen. Verder moeten pleegouders zich niet teveel aanpassen aan het pleegkind. Je past je natuurlijk een beetje aan, maar let erop dat je jezelf blijft. Ook moet je het kind veel ruimte geven. Thuis zijn wij echte praters. We willen het graag overal over hebben en dingen uitspreken, maar Jan had daar niet altijd zo’n behoefte aan. Dat moet je dan accepteren.”

Varisha Hoeba en Daphne Soutendijk 

 


Tags: , ,