‘Positie van ouders wel onderzocht’

In Mobiel 4 van 2014 stond een artikel van Elly Singer en Adimka Uzozie over de positie van de biologische ouder(1) in pleegzorg. Dit artikel is gebaseerd op het door de Universiteit van Amsterdam en Stichting Alexander in januari 2014 uitgebrachte onderzoeksrapport ‘Alleen met een groot verdriet; ouders over onmacht, onbegrip en onvervuld verlangen na plaatsing van hun kind in een pleeggezin’. Het onderzoek is door Stichting Kinderpostzegels Nederland gesubsidieerd en de kern bestaat uit tien interviews met ouders waarvan een kind perspectiefbiedend in een pleeggezin werd geplaatst. In zowel het artikel in Mobiel als in het betrokken onderzoek wordt gesteld dat in Nederland de positie van de ouders binnen pleegzorg nog nauwelijks is onderzocht. Dat laatste is onjuist en getuigt minstens van slordig en onzorgvuldig bronnenonderzoek door het betrokken onderzoeksteam.

In maart 2000 publiceerden Eva Klooster en Agnes van Burik hun rapport ‘Ouders van pleegkinderen gehoord’, gebaseerd op tweeëntwintig ouderinterviews en precies twee jaar later verscheen ons rapport ‘Ik heb er vrede mee’, een verslag van veertig ouder­interviews. De resultaten van dit laatste onderzoek vormden de basis voor de door ons ontwikkelde methodiek ‘Ouderbegeleiding bij roldifferentiatie; ouders helpen bij het invullen van de ouderrol na plaatsing van hun kind in een pleeggezin’ (2004-2010). In dit boek worden concrete handreikingen gegeven voor de begeleiding van ouders en de inrichting van het proces van pleeggezinplaatsing, zodanig dat het voor ouders mogelijk is om de pijn van een perspectiefbiedende uithuisplaatsing te kunnen verdragen. Over onze bevindingen is in diverse tijdschriften gepubliceerd, waaronder ook in Mobiel (5 in 2002 en 6 in 2005/2006). In het literatuuroverzicht van Singer e.a. staan al deze bronnen niet vermeld. Ook niet de publicaties over dit onderwerp in Vlaanderen, zoals die van het Oudersnetwerk Vlaanderen ‘Groen licht voor pleegzorg; een ouderlijke visie op pleegzorg’ (maart 2012). Onbegrijpe­lijk dat het onderzoeksteam al deze bronnen heeft gemist, terwijl een simpele zoektocht op een site zoals die van het NJi je al in contact brengt met relevante literatuur.

Ook al bevestigen de resultaten uit het onderzoek van Singer e.a. de bevindingen uit boven­vermelde publicaties in grote lijnen, door zo’n gebrekkige raadpleging van reeds bestaand bronnenmateriaal, verwordt een dergelijk onderzoek tot een reis terug in de tijd. Je voegt namelijk niets toe aan reeds bestaande kennis op dit gebied en verzuimt het weten op een hoger niveau te brengen.

De ironie wil dat het artikel ‘Alleen met een groot verdriet’ verscheen in een editie van Mobiel dat ‘overplaatsingen’ als thema heeft. Ons onderzoekstraject ‘roldifferentiatie bij langdurige pleeggezinplaatsingen’ werd ruim twaalf jaar geleden gestart om het mislukken van een pleeggezinplaatsing te voorkomen (zie tijdschrift Perspectief, nummer 4, juni 2002). We hebben dan ook nog wel enkele aanvullingen op de uitstekende gouden tips die op bladzijde 15 van de vorige Mobiel werden afgedrukt:

1) Betrek ouders bij alle fases van het pleegzorgproces.
2) Geef prioriteit aan de matching ouders-pleegouders.
3) Investeer in de samenwerking tussen ouders en pleegouders.
4) Zie de zogenaamde weerbarstigheid van ouders als een vanzelfsprekend groot verdriet.

Gé Haans, mede namens Luk Robbroeckx, Joke Hoogeduin, Annemarie van Beem-Kloppers.
ge.haans@gmail.com

(1) ‘Biologische ouder’ is in wezen een pleonasme. Om die reden volstaan we in het vervolg met ‘ouder’.

 


Tags: ,