‘Pleegzorg:bijzonder, maar ook heel gewoon en menselijk’

Pleegzorgonderzoeker en Gz-psycholoog Anne Maaskant heeft samen met Anouk Reinders een boek geschreven, getiteld ‘Pleegkinderen; opvoeding, begeleiding en zorg’. Mobiel ging naar aanleiding van dit praktische en lezenswaardige boek met Anne Maaskant in gesprek.

Waarom heeft u dit boek geschreven?
“Ik merkte dat er relatief weinig toegankelijke literatuur was over de opvoeding en begeleiding van pleegkinderen. Vooral specifieke problemen waar je als pleegouder tegenaan kunt lopen, waren onderbelicht. Wat betekent het voor de verschillende gezinsleden om een pleegkind in het gezin op te nemen? Hoe komt het dat pleegkinderen soms bijzonder reageren, bijvoorbeeld boos, opstandig of juist teruggetrokken? Hoe kun je hier als pleegouder mee omgaan? De bestaande literatuur was vooral wetenschappelijk van aard. Deze ervaringen hebben Anouk Reinders en mij ertoe bewogen het boek te schrijven.”

Bent u pleegzorg ook in uw persoonlijke leven tegengekomen?
“Net zoals velen heb ik een band met pleegzorg, die teruggaat naar mijn kindertijd. Vanaf mijn vijfde heb ik ‘pleegbrusjes’ gehad. De kinderen die we in huis kregen, waren meestal jonger dan ik. Ik heb veel leuke herinneringen aan het samen opgroeien, er was altijd leven in de brouwerij en ik heb me altijd trots gevoeld op ons gezin. Het was niet alleen maar leuk natuurlijk. Soms ging het helemaal niet goed met een kind en ging daar alle aandacht heen. Pleegzorg was wel heel normaal voor me. Dat is, denk ik, ook de kracht van pleegzorg. Bijzonder, maar tegelijkertijd ook heel gewoon en menselijk.”

“Nu we het over de moeilijke kanten hebben, moet ik denken aan een ander motief om het boek te schrijven. In de gezondheidszorg kreeg ik cliënten die me vertelden hoe uitputtend een ‘moeilijk’ pleegkind kan zijn. Ze vertelden over het gevoel dat je wordt leeggezogen als pleegouder.
In het verleden heb ik dit soort situaties ook meegemaakt. Het roept herkenning bij me op. Soms is het moeilijk uit te leggen als je het niet hebt meegemaakt.
Er is een grote verscheidenheid aan problemen waar pleegkinderen mee te maken kunnen krijgen, maar tegelijkertijd is er veel overlap. Ik miste literatuur waarin de theorie achter dit soort specifieke ‘pleegzorgproblemen’ op een prettig leesbare en praktische manier voor zowel professionals als (pleeg)ouders beschreven wordt. Er zijn genoeg boeken over ADHD en autisme, maar ook pleegkinderen verdienen een eigen boek.”

Kunt u een voorbeeld geven van een bijzondere ervaring als pleegzus?
“Ik was, denk ik, tien jaar en we hadden een pleegkind in huis. We kregen een telefoontje en we hoorden dat er iets ernstigs aan de hand was met de ouders van ons pleegkind. Ons werd gevraagd om onmiddellijk het babybroertje van het kind bij de ouders op te halen. Ik weet nog dat het donker was en het was een lange rit. Mijn vader ging de auto uit. Hij was vrij snel terug en legde de baby op mijn schoot.

Hij ging weer naar binnen om wat kleertjes te verzamelen. Daar zat ik dan, in een achterstandswijk in het donker een huilende baby te troosten. Het was een ervaring die ik achteraf verrijkend vond, de meeste klasgenoten maakten dit niet mee. Ik denk dat ik door de pleegkinderen al jong leerde hoe schrijnend de achtergrondsituatie van een kind kan zijn.”

“Een lastigere ervaring had ik met een pleegbroer die bij ons werd geplaatst toen we aan crisispleegzorg deden. Deze jongen stal spullen uit huis om ze op school te verhandelen. Hij had veel aandacht nodig en kon enorm irritant zijn. Soms denk ik dat ik door dit soort situaties heb geleerd om dingen langs me heen te laten glijden en niet zo snel in de stress te schieten. Deze vaardigheid komt ook nu goed van pas bij mijn rol als moeder en als hulpverlener. Ik kan gejengel goed negeren en laat me niet snel manipuleren.”

Bij het pleegzorgsymposium ‘Waar blijft het kind?’ heeft u onlangs tussenresultaten gepresenteerd van de studie naar de effectiviteit van het ondersteuningsprogramma PMTO (Parent Management Training Oregon). Kunt u daar wat over vertellen?
“Pleegouders staan in de opvoeding van hun pleegkind voor een mooie, maar vaak ook intensieve taak. Meestal gaat het goed met een kind in een pleeggezin, maar helaas vraagt het gedrag van een kind soms meer begeleiding dan pleegouders kunnen bieden. Als een plaatsing daarom eindigt, is dat een grote teleurstelling met verregaande impact voor alle partijen. Er is nog weinig bekend over welke hulp het beste werkt om dit te voorkomen. Binnen de Universiteit van Amsterdam onderzoek ik, in samenwerking met De Rading, Juzt en Jeugdhulp Friesland, hoe het met pleeg­kinderen gaat die voor langere tijd in een pleeggezin opgroeien. Kinderen die veel gedragsproblemen laten zien, worden in een groep geplaatst en behandeld met PMTO. Ook hebben we een controlegroep. We willen deze kinderen een jaar lang volgen en kijken in hoeverre PMTO effect heeft. We vragen ons af of het risico op afbreken van de plaatsing na PMTO vermindert en of het probleemgedrag iets meer hanteerbaar wordt.”

U heeft in het verleden ook onderzoek gedaan naar loyaliteit, hechting en welbevinden bij pleegkinderen. Dit onderzoek is als boek ‘Pleegkind tussen pleegouders en ouders’ verkrijgbaar. Is er een boodschap die u naar aanleiding van dit onderzoek mee kunt geven aan de lezers van Mobiel?
“In de praktijk wordt vaak verondersteld dat een pleegkind heen en weer geslingerd wordt tussen loyaliteit en hechting aan de ouders aan de ene kant en pleegouders aan de andere kant. Naar aanleiding van deze veronderstelling kunnen verregaande uitspraken gedaan worden over de contactfrequentie van een pleegkind met de ouders. Uit het onderzoek ‘Kind tussen pleegouders en ouders’ bleek dat vooral de kwaliteit van de relatie met de pleegouders het welbevinden van het pleegkind bepaalt. Als het om hechting en loyaliteit gaat, is geen sprake van een concurrerende positie van pleegouders ten opzichte van ouders. De frequentie van het contact met de ouder heeft geen invloed op het welbevinden van het pleegkind. Wel lijdt het kind eronder als het niet goed gaat met de ouder.”

U heeft inmiddels drie boeken op uw naam staan. Wat zijn uw verdere ambities?
“Eerst wil ik promoveren. Mijn promotie gaat over de effectiviteit van opvoedingsondersteuning binnen pleegzorg.
Als er een vierde boek komt, zal het hoogstwaarschijnlijk hierover gaan. Verder ben ik bezig met een opleiding tot systeemtherapeut, waarmee ik me specialiseer om een kind in de context van zijn (pleeg)gezin te kunnen helpen. Ik wil graag de combinatie blijven maken van onderzoek en mijn werk als psycholoog en therapeut. Onderzoek vergroot de kennis over pleegzorg in het algemeen. Als psycholoog en therapeut kan ik die kennis ook voor het individuele pleegkind en -gezin inzetten.”

Pleegkinderen
opvoeding, begeleiding en zorg
Anne Maaskant en Anouk Reinders
ISBN 9789401411639
€ 19,99

 


Tags: ,