Kindermishandeling juridisch bekeken

Het begrip kindermishandeling is in de wet ruim omschreven. Kinder­mishandeling komt immers, helaas, in allerlei vormen voor. In de jeugdwet die per 1 januari 2015 in werking treedt, is kindermishandeling als volgt omschreven: ‘Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere per­sonen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige.’

De scheidslijn van wat (wel en niet) onder kindermishandeling valt is echter dun. Wat de een ‘een pedagogische tik’ noemt, valt volgens de ander onder het begrip kindermishandeling. Het is bij pleeg­kinderen des te belangrijker om deze scheidslijn goed te bewaken, omdat zij vaak al de nodige emotionele en mogelijk ook fysieke schade hebben opgelopen, voordat zij in het pleeggezin terechtkwamen. Een hele uitdaging voor pleegouders, omdat het gedrag van pleegkinderen soms moei­lijk te hanteren is, met name als er sprake is van persoonlijke of psychiatrische problematiek of een hechtingsstoornis. Het is ook een uitdaging voor professionals (de pleegzorgaanbieder en Bureau Jeugd­zorg) om samen met pleegouders constant de veiligheidsrisico’s goed in kaart te brengen, voorafgaand aan en tijdens de plaatsing. Welk risicogedrag laat het pleegkind zien? Welke risico’s lopen de pleegouders als opvoeders als het gaat om het kindermishandeling?

Belastende straffen
In veel pleegzorgcontracten is een bepaling opgenomen dat de pleeg­ouders zich moeten onthouden van belastende straffen. Het is belangrijk om te bepalen wat er onder belastende straffen wordt verstaan en welke alternatieven er zijn om ongewenst gedrag van het pleegkind te corrigeren. Daarbij vraagt pleegzorg om flexibele besluitvorming waarbij kindermishandeling en belastende straffen niet toelaatbaar zijn, maar waarbij een overplaatsing ook lang niet altijd het antwoord is als het toch misgaat. In de praktijk blijkt dat de professionals niet altijd een adequaat antwoord hebben op deze complexe vraagstukken. Vaak volgt als (enige) reactie dat wordt overgaan tot overplaatsing van het pleegkind. De kinderrechter toetst een dergelijke beslissing op verzoek van Bureau Jeugdzorg of pleegouders. Het komt regelmatig voor dat de kinderrechter geen toestemming verleent voor overplaatsing. Met name als er sprake is van de volgende omstandigheden: het was een eenmalige gebeurtenis, de plaatsing is langdurig, de pleeg­ouders zijn open geweest over wat er is misgegaan, ze staan open voor samenwerking, er is tot dan toe (overwegend) positief gerapporteerd over de plaatsing in het pleeggezin, et cetera. Natuurlijk is de ernst van de kindermishandeling of het belastend straffen van cruciaal belang bij de afweging of het kind in het pleeggezin kan blijven. De kinderrechter heeft de bevoegdheid om het verzoek tot overplaatsing te toetsen, maar heeft niet de be­voegd­heid om te toetsen of de pleegzorg­aanbieder het pleegzorgcontract op terechte gronden heeft beëindigd of niet. Naar mijn mening zou de bevoegdheid om de al dan niet terechte beëindiging van het pleegzorgcontract te toetsen, ook bij de kinderrechter moeten liggen.

Overigens blijkt in de praktijk dat het pleegzorgcontract in de begeleiding van de pleegouders nauwelijks wordt besproken. Terwijl het pleegzorgcontract mijns inziens ook goede aanknopingspunten kan bieden om de risico’s van de plaatsing in kaart te brengen.

 


Tags: ,