‘Ik zat onder de blauwe plekken’

Jan was zes toen hij uit huis werd geplaatst en in een pleeggezin terecht kwam. Inmiddels is hij negentien en voelt hij zich thuis bij zijn pleeggezin. “Mijn pleegouders Karin en Willem zie ik gewoon als mijn ouders,” zegt Jan. Hoe is het om als mishandeld kind in een pleeggezin terecht te komen? We vroegen Jan naar zijn ervaringen.

Kun je ons vertellen wat de reden was voor de uithuisplaatsing?
“Ik werd ernstig mishandeld en misbruikt. Men kwam hierachter doordat ik bijna nooit op school kwam. Een juf ging naar mijn huis, maar er werd niet opengedaan. Toen heeft ze de politie ingeschakeld. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik uithuis werd geplaatst. Ik werd eerst opgenomen in een crisisgezin en na een half jaar kwam ik terecht bij mijn huidige pleeggezin.”

“Ik kan me niet veel meer herinneren van de mishandeling, want ik was best jong en ik ben ook veel vergeten. Wel herinner ik me dat ik onder de blauwe plekken zat en dat mijn schouder een keer uit de kom is geweest.”

Hoe was het voor jou om in een pleeggezin terecht te komen?
“Ik vond het heel spannend en eng om naar een pleeggezin te gaan. Ik wist namelijk niet wat de toekomst zou brengen. Ook wist ik niet of ik in dit gezin mocht blijven of dat ik weer terug moest naar mijn biologische ouders. Dat was lastig. Elk jaar werd dan weer besloten of ik een jaar langer mocht blijven en dat was heel spannend voor me. Ik was ontzettend bang dat ik terug moest.”

Wat is het eerste wat jij je kunt herinneren over je komst in het pleeggezin?
“Dat zijn de videobanden die ik mocht kijken. Ik herinner me ook dat er veel speelgoed was.”

Hoe denk jij dat pleegouders pleegkinderen met een moeilijke jeugd het best kunnen helpen?
“Het helpt heel erg als pleegouders geen onderscheid maken tussen de pleegkinderen en de bio-logische kinderen. Dat hebben mijn ouders ook nooit bij mij en mijn zusjes gedaan. Ook mijn grootouders beschouwen mij als hun kleinkind. Mijn pleeggezin voelt echt als mijn gezin en mijn pleegouders beschouw ik als mijn ouders. Verder vind ik het fijn dat zij me in alles hebben be-trokken door overal met me over te praten.”

Wat heeft jou, behalve jouw pleegouders, geholpen bij het verwerken van de moeilijke gebeur-tenissen in jouw verleden?
“Wat mij veel heeft geholpen is praten met mijn pleegouders, psychologen en pleegzorgbegelei-ders. Dit zou ik andere kinderen willen aanraden. Praat vooral over je ervaringen met mensen die je vertrouwt of met een psycholoog. Op school had ik een mentor met wie ik een goede klik had. Mijn mentor was heel betrokken en ik kon naar hem toe gaan als ik ergens moeite mee had. Dat vond ik heel fijn.”

Welke hulp had je nog meer willen hebben?
“Ik vind het jammer dat de diagnose ADHD niet eerder is gesteld. Dan hadden een aantal pro-blemen voorkomen kunnen worden. ADHD beïnvloedde mijn gedrag voordat ik medicatie had. Ik vind dat mensen er rekening mee moeten houden dat niet al het gedrag van een mishandeld kind het gevolg is van de mishandeling. Er kunnen ook andere dingen een rol spelen.”

Welke tips wil je aan pleegouders geven die voor een pleegkind gaan zorgen?
“Ik wil hun adviseren om het kind eerst rustig te laten wennen aan het gezin. Ze moeten het kind vooral niet forceren. Het kind moet eerst vertrouwen krijgen in de pleegouders en dan zal het allemaal vanzelf gaan. Ook moeten ze het kind zoveel mogelijk steunen in alles.”

Hoe beïnvloedt jouw verleden je leven?
“De mishandeling en de verwaarlozing hebben mijn leven op verschillende manieren beïnvloed. Zo leden mijn schoolprestaties eronder. Het ging beter op school toen ik hoorde dat ik niet meer terug hoefde naar mijn biologische ouders. Dat nam veel onzekerheid weg. Ook heb ik wa-terangst, maar die heb ik gedeeltelijk overwonnen door op zwemles te gaan. Door mijn verleden vertrouwde ik niemand en ik was heel angstig. Nog steeds ben ik wel eens bang. Ik was bijvoor-beeld heel bang dat mijn biologische ouders langs zouden komen toen ik achttien jaar werd.”

Heb je nog contact met je biologische ouders?
“Ik heb geen contact meer met hen, omdat ik erg bang voor hen was. Mijn biologische ouders hebben nog wel eens contact met me gezocht, maar ik heb aangegeven dat ik daar geen behoefte aan heb. Ik denk ook niet dat ik in de toekomst contact wil. Ik heb namelijk geen band met hen. Mijn pleeggezin is echt mijn familie.”

Wat zijn je plannen voor de toekomst?
“Ik zou graag willen leven zoals ik nu leef. Ik ben bezig mijn studie af te maken en in de toekomst wil ik misschien doorstuderen. Ik overweeg om naar het HBO te gaan. Ook heb ik mijn dossier aangevraagd bij Bureau Jeugdzorg. Dit heb ik gedaan, omdat ik misschien over vijf of tien jaar graag meer wil weten over de dingen die me zijn overkomen.”

Varisha Hoeba en Daphne Soutendijk

 


Tags: , ,