De babyreünie

Een hartverwarmend weerzien
Afgelopen voorjaar ontving Mobiel een stadskrant, waarin het verslag stond van een babyreünie, georganiseerd door een pleegmoeder van Jeugdformaat. Henny (62 jaar) heeft in ruim zes jaar 28 baby’s opgevangen en, zo schreef de krant, ze waren bijna allemaal naar de reünie gekomen, samen met hun ouders, pleegouders of adoptieouders. Mobiel werd nieuwsgierig naar deze bijzondere pleegmoeder.

Henny vertelt ‘familiaal besmet’ te zijn met pleegzorg. Haar opa en oma van beide kanten waren al pleegouders. “Als een kind uit de buurt klem zat, kwam het gewoon een poosje bij ons thuis wonen. Dat was logisch.” Zowel haar broer als haar zus doen aan pleegzorg. Toen Henny hoorde dat je ook als alleenstaande met twee volwassen kinderen pleegouder kunt worden, was de stap naar aanmelding gauw gezet. Inmiddels is ze 28 baby’s verder en heeft ze een schat aan ervaring. Voor zover ze weet, is er van alle doorplaatsingen uiteindelijk één misgelopen. De andere kinderen wonen gewoon thuis of in het pleeg- of adoptiegezin waar ze geplaatst zijn, na hun verblijf bij Henny.

Babyfoto’s
Ze heeft geregeld baby’s van jonge moeders in huis gehad, moeders die vaak zelf ook geen gemakkelijke jeugd hebben gehad. “Als het even kan, haal ik zo’n hummeltje in het ziekenhuis op en maak ik kennis met de moeder. Een vaste vraag is dan: ‘Mag ik foto’s maken van jou met je kindje?’ Die foto’s heb ik dan in ieder geval, ook als de moeder een paar dagen later verdwijnt en vergeet een adres achter te laten. Dat laatste heb ik al een paar keer meegemaakt. Ik heb ook gemerkt dat het moeders geruststelt als ze mij ontmoeten, we even met elkaar praten en ik foto’s van hun kindje beloof. Ze weten dan wie ik ben en dat geeft rust. Een voordeel is dat ze me niet als concurrent zien, vanwege mijn leeftijd.”
Fotograferen is haar hobby en tijdens elke plaatsing maakt Henny veel foto’s. Ze schrijft ook verhalen op over de kinderen. “Ik vind het belangrijk dat ze hun geschiedenis leren kennen en daar ook een beeld bij hebben. Dan kunnen ze zich later wat voorstellen bij hun vroege jeugdjaren.”

Onlangs kreeg ze weer een baby in huis. Het halfbroertje had eerder bij haar gewoond. De moeder van de baby kwam in het ziekenhuis terecht. Toen bleek dat ze van haar eerste kind geen foto’s had, kon Henny haar die foto’s alsnog geven. Zo had de moeder toch een beeld van de eerste maanden van haar kind.

Aapjes kijken
Oudercontact is voor Henny heel belangrijk. “Ik ontvang de ouders het liefst bij mij thuis. Ze kunnen dan zien waar hun kind woont, ze kunnen met het kind spelen en het de fles geven. Soms stuur ik een beetje, maar ik zit er niet steeds bovenop. In zo’n kamertje bij een instelling vind ik het te veel ‘aapjes kijken’. De ouders komen dan in een soort examensituatie terecht en dat zorgt meteen voor stress. Daardoor gaan de ouders en het kind anders reageren.”
Met veel moeders heeft Henny nog steeds contact. “Kortgeleden zei een moeder tegen me: ‘Je bent de pleegmoeder van mijn kind, maar eigenlijk ook de mijne. Ik heb zoveel van je geleerd en je bent altijd bereid om naar me te luisteren.’ Doordat de ouders zich hier thuis voelen en geaccepteerd worden, is het mogelijk om zo’n gezinnetje weer op de rit te helpen.” Ook als een kindje niet meer bij de ouders kan wonen, blijft het contact met de ouders toch vaak bestaan. “Ik kan hen dan wat op weg helpen, bijvoorbeeld in de omgang met de nieuwe pleegouders. Ook dan is het een voordeel dat ze mij niet als een concurrent zien. Soms heb ik bijna een moederrol naar de ouders en dat is heel dankbaar.”

Een goede oplossing
Henny weet nooit hoe lang een kindje bij haar blijft. “Ik werk niet met termijnen. Een kind komt binnen en blijft hier tot er een goede oplossing is gevonden. Kinderen moeten zo min mogelijk worden overgeplaatst. Ik vind het belangrijk om contact op te bouwen, tijd te nemen om de verhuizing voor te bereiden en zo nodig als achtervang op te treden. Een poos geleden was een baby net naar een nieuw pleeggezin gegaan, toen bleek dat de pleegmoeder naar het zieken­huis moest. Het kindje kwam weer terug bij mij, in zijn vertrouwde omgeving. Omdat verdere behandeling van de pleegmoeder noodzakelijk is, komt het kind de komende periode wat vaker naar zijn vertrouwde stekje. Dat maakt de situatie voor iedereen gemakkelijker.”

Thuisgevoel
Henny vindt het belangrijk dat zowel de kinderen als de ouders zich thuis voelen. “Als kind heb ik zelf een tijdje in het netwerk van mijn ouders gewoond, omdat mijn moeder ziek was. Er was niks mis mee, maar ik voelde me er niet thuis. Ik snapte niet wat er aan de hand was en voelde me niet op mijn gemak. Het gevoel van vertrouwen en erbij horen probeer ik de kinderen en hun ouders wel mee te geven.”

Ook de ouders, pleegouders en adoptieouders moeten weten dat ze zo nodig op Henny kunnen terugvallen. “Dat laatste zie ik vooral bij de ouders van kinderen die weer thuis gaan wonen. Pleegouders en adoptieouders hebben die behoefte minder vaak. Meestal hebben zij zelf een groot netwerk. Gelukkig heb ik al jaren dezelfde pleegzorgbegeleidster en we zitten helemaal op een lijn. Dat maakt de samenwerking plezierig. Soms kan oudercontact echt niet, omdat de risico’s te groot zijn voor het kind. Als de ouders na een tijdje toch op bezoek kunnen komen en het kindje voelt zich op zijn gemak, geeft dat een goed gevoel.”

Henny laat de ouders in hun waarde en ze toont begrip, ook als de ouders soms heel boos zijn. “Het is niet niks als je kindje ergens anders moet wonen. Uiteindelijk gaat het in pleegzorg om het gevoel voor de kinderen en hun ouders. Daarom doe je wat je doet. Pleegzorg is vooral emotie.”

 


Tags: ,