Hello Goodbye

Pleegouders en professionals over overplaatsingen in pleegzorg
 
Wat vinden (ervarings)deskundigen van overplaatsingen? Is er genoeg aandacht voor in pleegzorg? Hoe kunnen we overplaatsingen tegengaan? Tips om er beter mee om te gaan? Mobiel werkte samen met het Landelijk Pleegzorg Panel om meningen over overplaatsingen te achterhalen. 

In een uniek samenwerkingsproject stelde Mobiel vragen en stellingen op over overplaatsingen die door het Landelijk Pleegzorg Panel (zie kader) aan hun panelleden werden voorgelegd en vervolgens geanalyseerd. In totaal 60 panelleden beantwoordden de vragen: 32 pleegouders, 20 pleegzorgprofessionals (pleegzorgwerkers en gezinsvoogden) en 8 overige betrokkenen, zoals een kind van pleegouders. We gaan hier in op de meningen van deze panelleden. Ook vroegen we naar Gouden Tips (zie kader) om overplaatsingen te voorkomen of om beter met overplaatsingen om te gaan.

Teveel overplaatsingen?
Een meerderheid van de panelleden (65 procent ) was het eens met de stelling dat er in pleegzorg te vaak kinderen worden overgeplaatst. Een pleegouder: “Vaak wordt een kind ‘geofferd’ omdat de plaatsing lastig is. In plaats van de pleegouders beter te ondersteunen wordt een kind doorgeplaatst.” Een pleegzorgwerker benadrukt dat pleegouders en pleegkinderen samen ingewikkelde en belastende processen meemaken, waardoor het vaak niet meer vol te houden is. Een andere pleegzorgwerker geeft mogelijke oplossingen aan: “Elke overplaatsing is er één teveel. Ik zie dat binnen mijn organisatie overplaatsingen alleen gebeuren als er echt geen andere mogelijkheid is. Er wordt veel ingezet op het vergroten van de draagkracht bij pleegouders. Bij crisisplaatsingen wordt gezocht naar pleeggezinnen die naast crisis ook kortdurende en liefst langdurende pleegzorg kunnen aanbieden.”

Verminderen van overplaatsingen 
Er zijn (te) veel overplaatsingen in pleegzorg, maar kunnen we er ook wat aan doen? We vroegen de panelleden om een rapportcijfer te geven tussen 1 (slecht idee) en 10 (uitstekend idee) aan maatregelen die zouden kunnen helpen om het aantal overplaatsingen te verminderen. De hoogste rapportcijfers kregen de ideeën ‘Versterk de opvoedkracht van pleegouders door middel van preventieve interventies om met lastig gedrag van het kind om te gaan’ (gemiddeld rapportcijfer: 8.7) en ‘Bepaal na een redelijk korte termijn waar het pleegkind tijdens de pleegzorgplaatsing zal blijven wonen’ (8.2). Het versterken van de opvoedkracht van de eigen ouders om te voorkomen dat kinderen uithuisgeplaatst worden, werd ook als effectieve maatregel gezien (rapportcijfer 8.1). Het zoeken van een oplossing in het netwerk of door een Eigen Kracht-conferentie werd gewaardeerd met een gemiddeld rapportcijfer van een 7.5.

De meningen waren echter verdeeld over de mogelijkheid ‘Schaf crisisgezinnen af en vraag elk potentieel pleeggezin of zij zo nodig / zo mogelijk permanent pleeggezin willen zijn’. Het gemiddelde rapportcijfer was hier 5.5, met aan de ene kant 30 procent van de panelleden die dit een heel goed idee vonden maar aan de andere kant 27 procent die dit juist een heel slecht idee vonden. Blijkbaar wordt er heel verschillend over het afschaffen van crisisgezinnen gedacht. Of misschien is het afschaffen een brug te ver en het onder de aandacht brengen van meer permanente pleegzorg wel een optie. Een gezinsvoogd: “Ik zou crisisgezinnen niet willen afschaffen, maar ik zou de mogelijkheid van langdurende pleegzorg wel altijd aan het pleeggezin voorleggen.”

Gevoelens bij overplaatsingen
We vroegen naar de gevoelens die overplaatsingen kunnen oproepen, om te beginnen bij de pleegkinderen. Volgens de panelleden ervaren pleegkinderen verdriet, angst,  boosheid en onzekerheid. Ze voelen zich in de steek gelaten en krijgen er een negatief zelfbeeld door.  Ook verwarring en wantrouwen worden genoemd, naast soms ook opluchting.

De panelleden leefden zich ook in hoe pleegouders zich kunnen voelen bij overplaatsingen. Net als bij de pleegkinderen wordt verdriet genoemd maar ook opluchting, zelfs wat vaker dan bij de pleegkinderen. Daarnaast worden er unieke gevoelens van de pleegouders beschreven, zoals falen en onmacht, waarbij gevoelens van onmacht vooral door de pleegouders onder de panelleden worden genoemd en wat minder vaak door de professionals. Bij de gevoelens die men ziet bij de eigen kinderen van de pleegouders worden naast negatieve gevoelens als gemis en verlies toch ook relatief veel positieve gevoelens genoemd zoals opluchting en het gevoel eindelijk weer ruimte en vrijheid te ervaren. Tot slot vroegen we naar de gevoelens die de eigen ouders bij overplaatsingen kunnen ervaren. Volgens de panelleden ervaren de eigen ouders onmacht, boosheid en verdriet en ook onbegrip en teleurstelling.

Overplaatsingen lijken gepaard te gaan met een heel scala aan gevoelens, waarbij volgens de panelleden vooral de negatieve gevoelens zoals verdriet bij alle betrokkenen leven. Dergelijke gevoelens zijn ook heel begrijpelijk tegen de achtergrond van gehechtheid, afscheid en verlies (zie artikel ‘Overplaatsingen: feiten en gevoelens’). Daarnaast is aandacht voor de unieke gevoelens belangrijk: terwijl pleegkinderen zich in de steek gelaten voelen, kunnen pleegouders gevoelens van onmacht en falen ervaren bij overplaatsingen.

Aandacht voor afscheid en verlies 
Is er binnen pleegzorg wel voldoende aandacht voor de gevoelens van afscheid, scheiding en verlies? De meningen hierover zijn verdeeld. Terwijl slechts een van de tien pleegzorgwerkers (10 procent) denkt dat er onvoldoende aandacht is voor zulke gevoelens, vinden veel meer pleegouders (43 procent) en overige professionals (60 procent) dat er onvoldoende aandacht is voor gevoelens van afscheid en verdriet. Een pleegouder vindt dat overplaatsingen slecht worden begeleid: “We moeten zelf maar uitzoeken hoe het afscheid en de nieuwe ontmoeting geregeld worden.” Een pleegouder (tevens pleegzorgwerker) zegt: “De kunst van het afscheid nemen is slecht ontwikkeld. Kinderen zien er zelf erg tegenop, willen niet. Professionals vinden het veel tijd kosten om samen met een kind of jongere nog eens langs te gaan als het stof is opgetrokken. Ouders hebben vaak de behoefte de gelederen snel te sluiten. Alles is weer goed in huis, dus niet meer over praten. Goed afscheid nemen kan echter latere trauma’s voorkomen.” Het gaat niet alleen om het voorbereiden van het afscheid, brengt een pleegzorgwerker naar voren: “We bespreken wel met pleegouders en pleegkinderen hoe ze afscheid kunnen nemen, maar het gesprek over hun gevoelens – wat het met hen doet – is moeilijk en kan erbij inschieten.”

Voorkom schadelijke gevolgen van overplaatsingen
Overplaatsingen zijn niet altijd te voorkomen, maar hoe kunnen we schadelijke gevolgen van overplaatsingen voorkomen of verhelpen? We legden enkele ideeën voor aan de panelleden en deze werden als volgt beoordeeld als een zeer goed idee (percentage tussen haakjes):

  • Kinderen een goede uitleg geven op het niveau van hun leeftijd en voorkomen dat ze denken dat het hun schuld is dat ze niet mogen blijven (92 procent)
  • Een levensboek maken, zodat herinneringen aan het leven voor en na de overplaatsing bewaard blijven (85 procent)
  • Zorgen dat kinderen in contact blijven met hun hechtingsfiguren, ook als ze naar een andere plek worden overgeplaatst (79 procent)

Over twee andere ideeën was men iets minder enthousiast:

  • Bevorderen dat pleeggezinnen na overplaatsing vakantie- of weekendpleeggezin worden voor het pleegkind (57 procent)
  • Zorgen voor een geleidelijke overgang, zodat het kind van tevoren kan wennen aan de nieuwe omgeving (59 procent).

Wellicht dachten de panelleden dat de praktische bezwaren het niet altijd mogelijk maken dat men in het weekend of de vakantie nog iets kan betekenen voor het pleegkind. Geleidelijke overgangen zijn in de praktijk bij crisissituaties helaas vaak onmogelijk.

Suggesties en tips
De panelleden hadden zelf ook suggesties om schadelijke gevolgen van overplaatsingen te voorkomen. Een gedragswetenschapper: “Probeer het kind in dezelfde omgeving te houden, zodat het nog naar dezelfde school en clubs kan gaan”. Een onderzoeker vult aan: “Geef spullen van de hechtingsfiguren mee, zodat de geur bij de kinderen blijft en geleidelijk overgaat in nieuwe geuren.” Een pleegzorgwerker suggereert dat er een vertrouwensfiguur die het kind goed kent – bijvoorbeeld een familielid – in het leven van het kind zou moeten blijven. Een pleegouder geeft specifieke raad over de school: “Leg de leerkracht goed uit dat het kind ingrijpende dingen heeft meegemaakt. Vaak wordt gereageerd met ‘Wat fijn dat je nu een echt gezin hebt waar je mag blijven.’ Hoe kun je dan als kind nog zeggen dat je diep ongelukkig bent?”

Het onderwerp overplaatsingen blijkt sterk te leven bij pleegouders en professionals. Er zijn teveel overplaatsingen in pleegzorg en daar zouden we met zijn allen in het beleid en in de praktijk iets aan moeten doen. De panelleden die onze vragen beantwoordden, zijn het daarover eens. We vroegen de panelleden ook Gouden Tips om iets te doen aan het probleem van overplaatsingen en een aantal van die Gouden Tips willen we u niet onthouden (zie kader). Misschien moeten we onze denkwijze grondig veranderen, zoals een van de panelleden verwoordt: “De inzet moet zijn om overplaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen en alles doen wat mogelijk is, in plaats van overplaatsingen als een bijna ‘normaal’ gegeven te beschouwen.”

======

Kader

======

Landelijk Pleegzorg Panel
Het Landelijk Pleegzorg Panel is een internetpanel dat bestaat uit (ervarings)deskundigen vanuit alle geledingen binnen pleegzorg. Iedereen die zich betrokken voelt bij pleegzorg (en beschikt over e-mail) kan deelnemen aan het panel. Dat zijn pleegouders, ouders en grootouders van pleegkinderen, pleegkinderen, kinderen van pleegouders en professionals die te maken hebben met pleegzorg. Maximaal 1 maal per maand worden panelleden vrijblijvend digitaal om hun mening gevraagd. Deelnemers zijn tot niets verplicht en bepalen zelf of ze reageren op een vraag. In het verleden werden bijvoorbeeld vragen uitgezet over intimiteit en seksualiteit in pleegzorg en over wennen in het pleeggezin. Van de antwoorden op een vraag wordt een uitgebreid verslag gemaakt en dit verslag wordt gedeeld met alle panelleden. De verkregen kennis en informatie wordt ook ingezet in de pleegzorgpraktijk door de politiek en relevante organisaties te informeren over de uitkomsten. Op de website van het panel kan men zich aanmelden als panellid.
www.pleegzorgpanel.nl

======

Kader

======

Gouden Tips
Gouden tips van panelleden om overplaatsingen te voorkomen of te verminderen of om pleegkinderen te helpen bij een overplaatsing:

  • Maak de selectie voor pleegouders strenger.
  • Werf pleeggezinnen die alle vormen van hulp willen bieden.
  • Ervaren pleegouders kunnen beginnende pleegouders ondersteunen.
  • Pleegouders blijken in de praktijk soms onvoldoende uitgerust om aan hun taak te beginnen, waarschuw hen voor valkuilen.
  • Bij de start van een plaatsing meer begeleiding geven; je kunt pleegouders voorbereiden, maar ze ervaren pas echt hoe het is om op te voeden als het kind er is.
  • Kijk of de verwachtingen van pleegouders realistisch zijn.
  • Luister naar de signalen van pleegouders en doe er iets mee.
  • Geef ruimte aan de pleegouders om zich kwetsbaar op te stellen, zodat het gezegd kan worden als het moeilijk gaat.
  • Geef meer informatie over trauma, hechting, onvoorwaardelijkheid en wat een uithuisplaatsing of overplaatsing doet met een kind.
  • Kijk vooraf goed of pleegouder en pleegkind bij elkaar passen.
  • Zet steunpersonen in die het gezin begeleiden bij problemen.
  • Neem pleegouders serieus. Als zij zeggen dat het moeilijk loopt, zet dan alle zeilen bij met ondersteuning en hulp.
  • Ontlast het pleeggezin door weekendpleegzorg of een vast logeeradres.
  • Zorg voor ondersteuning van pleeggezinnen op maat als het kind door een lastige periode gaat.
  • Zet mensen in met levenservaring, dat is belangrijker dan diploma’s.
  • Zet hechting hoger op de agenda.
  • Vraag aan het pleegkind wat hij graag wil en waarom.
  • Ga ook in gesprek met de eigen kinderen van pleegouders, zonder hun ouders erbij, over hoe zij het ervaren.
  • Hanteer als uitgangspunt ‘in principe plaatsen we niet over’. Als je weet dat overplaatsen ‘not done’ is, trek je alles uit de kast om het te voorkomen.
  • Laat de overplaatsing niet bepalen door de grenzen van pleegouders, maar zet het pleegkind op de eerste plaats. Geef pleegouders een cursus om hun grenzen te verleggen of te overwinnen.
  • Probeer zo snel mogelijk – binnen een half jaar tot maximaal een jaar – het perspectief duidelijk te krijgen: terug naar huis of blijven.
  • Doe meer onderzoek naar overplaatsingen in pleegzorg vanuit één centrale, landelijke plek.
  • Pleegouders zijn partners in de zorg, help hen met trainingen of thuisbegeleiding als dingen niet goed gaan.

 Femmie Juffer en Peter Stallenberg i.s.m. het Landelijk Pleegzorg Panel


Tags: , ,