Beëindiging van de pleegzorgplaatsing

Het komt vaak voor dat de plaatsing van het pleegkind wordt beëindigd. Het kind gaat weer naar huis, naar een ander (perspectiefbiedend) pleeggezin of naar een instelling. In het meest gunstige geval staan alle betrokkenen achter de beëindiging van de plaatsing. Gaat het om een thuisplaatsing, dan staan de betreffende ouder(s) hier in ieder geval achter. Uitgangspunt moet zijn dat het pleegkind zo min mogelijk van woonplek wisselt.

Pleegouders zijn het niet eens met beëindiging van de plaatsing
Welke mogelijkheden zijn er voor pleegouders als zij het niet eens zijn met beëindiging van plaatsing in het pleeggezin? Van belang is om vast te stellen wie de zeggenschap heeft over de beëindiging van de plaatsing. Is er sprake van een vrijwillige plaatsing, dan is (zijn) dat de ouder(s) met gezag. Is er sprake van een OTS (met uithuisplaatsing), dan is dat in de regel(1) de gezinsvoogd (Bureau Jeugdzorg). Is er sprake van voogdij, dan is dat de voogd (vaak Bureau Jeugdzorg of soms een ‘natuurlijk persoon’, bijvoorbeeld de oma).

In sommige gevallen heeft degene die de zeggenschap heeft, de toestemming van de pleegouders nodig om de plaatsing te kunnen beëindigen. Namelijk wanneer de plaatsing in het pleeggezin een jaar of langer heeft geduurd. De pleegouders kunnen zich dan op het zogenaamde ‘blokkaderecht’(2) beroepen. De ouder met gezag (vrijwillig kader) of de voogd (voogdijmaatregel) moet de rechter om toestemming vragen, wanneer de pleegouders geen toestemming verlenen voor het beëindigen van de plaatsing.

Het gaat dan om toestemming om de plaatsing te mogen beëindigen, ondanks de bezwaren van de pleegouder(s). Wanneer de kinderrechter deze toestemming niet verleent, mag de pleeggezinplaatsing niet worden beëindigd. Wel moeten de pleegouders zich vervolgens tot de rechter wenden om zelf de voogdij en/of een ondertoezichtstelling te vragen.

Standaard toetsing door kinderrechter bij OTS-plaatsingen langer dan een jaar
Per 1 januari 2015 moet Bureau Jeugdzorg(3) deze toestemming ook aan de rechter vragen voor beëindiging van de OTS-plaatsing in het pleeggezin die een jaar of langer duurt.

Hiervoor hoeven de pleegouders zich niet op het blokkaderecht te beroepen, wanneer zij het niet eens zijn met de beëindiging van de plaatsing. Bureau Jeugdzorg moet in zo’n geval namelijk standaard deze toestemming aan de rechter vragen. Zonder deze toestemming mag Bureau Jeugdzorg de plaatsing in het pleeggezin niet beëindigen. Wanneer de kinderrechter de toestemming verleent, mag Bureau Jeugdzorg de pleeggezinplaatsing beëindigen. Zonder deze toestemming blijft het pleegkind in het pleeggezin.

Wanneer alle partijen het eens zijn met de beëindiging van de OTS-plaatsing in het pleeggezin die aan jaar of langer heeft geduurd, zal de toestemming door de kinderrechter in ieder geval worden verleend. Het ligt voor de hand dat er dan ook geen zitting zal plaatsvinden en de kinderrechter zonder zitting de toestemming voor beëindiging van de plaatsing zal verlenen. <

(1) Bureau Jeugdzorg moet een voorgenomen beëindiging van de pleeggezinplaatsing aan de Raad voor de Kinderbescherming voorleggen ter toetsing.
(2) Zie verder over het blokkaderecht in deze rubriek, Mobiel, november 2010.
(3) Bureau Jeugdzorg wordt met de jeugdwet per 1 januari 2015 gecertificeerde instelling genoemd.

 


Tags: ,