Alles op tafel

Werken met duplopoppetjes

In de hulpverlening wordt steeds meer gewerkt met duplopoppetjes, zo ook in pleegzorg. Door het neerzetten van poppetjes tijdens een gesprek kun je de situatie waarin iemand zich bevindt, visueel uitbeelden en belangrijke herinneringen en gevoelens naar boven halen. Verhoudingen tussen mensen worden duidelijk door de afstand of nabijheid die de poppetjes ten opzichte van elkaar innemen.

Sheila van Horn is pleegzorgwerker bij de Rading in Utrecht. Enkele jaren geleden raakte zij geïnteresseerd in het werken met duplo. Na het volgen van cursussen werd het werken met duplo steeds vanzelfsprekender voor haar. Van Horn: “Ik vind ‘Een taal erbij’ (zie kader) een prettige manier om met mensen dieper in gesprek te komen. Het is voor mij een hulpmiddel bij gesprekken. Ik kan sneller tot de kern van een probleem komen en inzicht krijgen in een situatie, persoon of heel gezin. Een gesprek is gemakkelijker te voeren, doordat de aandacht bij de poppetjes ligt: je kijkt samen naar wat er op tafel staat en werkt daar mee. Problemen staan gewoon op tafel.”

Van Horn zet deze methodiek in tijdens gesprekken met pleegkinderen, pleegouders en ouders van pleegkinderen. “Daarnaast gebruik ik de poppetjes soms met een collega om te kijken waar deze tegenaan loopt in het werk en hoe dit komt. De methode is goed bruikbaar bij verwerkingsprocessen van trauma en rouw, maar ook om inzicht te krijgen in jezelf en anderen om je heen.”

Dichtbij of veraf
Van Horn gebruikt de duplopoppetjes bij kinderen als ze vermoedt dat ze last hebben van een loyaliteitsconflict en het niet duidelijk genoeg is hoe zij tegen hun familiesysteem aankijken. Ze vraagt de kinderen om de mensen neer te zetten die zij om zich heen hebben. “Het is dan vooral interessant om te zien wie ze neerzetten en hoe: dichtbij henzelf of juist veraf, in een kring of op een rijtje.” Van Horn kan de opgestelde poppetjes gaan verschuiven en dan zien hoe het kind reageert. “Nee, papa mag niet naast mama, want die vinden elkaar niet lief.” Zo komt ze erachter wie belangrijk voor het kind zijn en waar het kind last van heeft in de relaties. “Mama staat ver van mama Nel, want mama vindt mama Nel niet aardig. Daarom sta ik ertussen.”

Toveren
Bij zowel kinderen als volwassenen kan de ‘wondervraag’ heel helpend zijn. Hoe ziet het eruit als je alles kon wensen wat je zou willen? Deze vraag prikkelt de fantasie en helpt om uit ‘ja-maar-denken’ te komen. Van Horn heeft daarvoor een fee van playmobil in haar koffer zitten. Kinderen mogen dan toveren wat ze willen. Dit spreekt snel tot hun verbeelding en kan veel informatie opleveren.

“Ook in een gesprek met een heel gezin kan gebruik van duplo zinvol zijn”, legt ze uit. “De aandacht verschuift ook hier van de persoon zelf naar de poppetjes. Ieders zienswijze wordt veel duidelijker door het neerzetten van de poppetjes. Dit maakt het vaak gemakkelijker voor iedereen om over een probleem of situatie te praten, ook voor pubers die minder op praten gericht zijn.

Bij (pleeg)ouders zet Van Horn niet alleen de huidige situatie neer met duplopoppetjes, maar komt ook het gezin van herkomst op tafel te staan. Gebeurtenissen of ervaringen uit het verleden bepalen vaak hoe je omgaat met een situatie in het heden; ze vormen je. Het opstellen van het gezin van herkomst in een bepaalde context kan helpen om huidige situaties beter te begrijpen. Bijvoorbeeld het moment waarop je zelf uit huis ging en hoe daarop gereageerd werd. Situaties vanuit het verleden kunnen pleegouders ook ervaren in de opvoeding van hun pleegkind. Het kan hen helpen om de positie van hun pleegkind, tussen het eigen familiesysteem en het pleeggezin in, beter te begrijpen.

Schatkist
Van Horn: “Het werken met duplo levert regelmatig emotionele momenten op. Het moment dat mensen begrip krijgen voor hun situatie is mooi om mee te maken. Nog mooier is het moment dat de speelgoedschatkist op tafel gezet wordt. Die staat voor de krachten en ‘tools’ die je als mens in huis hebt, maar die je zelf niet goed kent of bagatelliseert. Mensen geven me meestal terug dat ze het als heel prettig ervaren als hun krachten in het gesprek duidelijk worden. Ze krijgen handvatten waarmee ze weer verder kunnen om hun situatie te verbeteren of te accepteren zoals die is. Het is fijn om te zien dat een moegestreden ouder van wie het kind in een pleeggezin woont, weer rechtop kan zitten en de situatie verdragen kan.”

======

KADER

======

Een taal erbij
De methodiek ‘Een taal erbij’ is ontwikkeld door Marleen Diekman en komt voort uit het theoretische gedachtegoed van psychiater I. Boszormenyi-Nagy, het zogenaamde contextuele werken. Volgens Nagy wordt een groot deel van de pijn en vreugde in onze persoonlijke geschiedenis bepaald door de geschiedenis van de generaties, waarvan ieder mens er zelf een is. Problemen in ons leven liggen vaak in verbindingen met mensen om ons heen, onze context. Dat kunnen huidige verbindingen zijn, maar ook verbindingen tussen verschillende generaties door.

======
KADER

======

In de praktijk
Jaqueline is de moeder van de veertienjarige Pascalle, die al enkele jaren in een pleeggezin woont. Tijdens de ouderbegeleiding maakte Sheila van Horn in enkele gesprekken gebruik van duplopoppetjes. Jacqueline: “Ik had nog nooit gehoord van het opstellen van duplopoppetjes, maar was er wel nieuwsgierig naar toen Sheila het voorstelde. Uiteindelijk heeft het goed uitgepakt. Het werkte als een soort spiegel die me voorgehouden werd. Ik heb geleerd om situaties anders te bekijken. Zo weet ik nu beter dat ik er als moeder altijd zal zijn voor mijn kind, ook al woont ze niet bij mij. Ik hoef me niet meer te bewijzen door cadeaus of geld te geven. Daarnaast gaf het me inzicht in mijn rol in mijn ouderlijk gezin. Als kind wilde ik graag aandacht van mijn moeder en er heerste een soort taboe rond mijn overleden vader. Door de ouderbegeleiding ben ik mijn moeder bepaalde vragen gaan stellen over vroeger, dingen die ik nu beter snap. Het kleine meisje dat je ooit was, neem je toch altijd met je mee en dat mag nu ook!”

Eric Jansen

 

 

 


Tags: ,