Playmobil

Trots laat Levi van bijna drie de kaart zien die hij van zijn opa heeft gekregen. “Oh, wat leuk”, is mijn reactie en met een scheef oog kijkend naar de afzender voeg ik toe: “van opa gekregen?” “Ja, opa Ed.” “Nee”, zeg ik, “van je andere opa.” Oei, dat is helemaal fout. Krampachtig houdt hij de kaart vast. “Nee, van opa Ed!” Opa Ed is zijn grote voorbeeld. Ieder weekeinde woont Levi met zijn vader bij hem. Naomi, onze pleeg­dochter, zorgt de rest van de week voor hem. De kaart is afkomstig van haar vader, opa Jac. Naomi heeft nauwelijks contact hem. Opa Ed gun ik de liefde van zijn kleinzoon, maar vanuit een gevoel van rechtvaardigheid wil ik ook dat hij weet dat de kaart van de andere opa kwam. “Jij ziet opa Ed zo vaak. Dan hoeft hij toch geen kaart te sturen? Je andere opa zie je niet vaak, daarom wilde hij je die mooie kaart sturen.” Dat komt niet over, wel neemt de paniek toe. Er komt een angstige blik in zijn ogen: “Nee, van opa Ed!” Ineens denk ik aan het tweedehands gekochte zakje met wel vijftig Playmobil popjes. Ik laat het zien aan Levi en hij is meteen afgeleid: “Wat veel mannetjes.” Ik zeg: “Ik zal je eens wat laten zien”, en ik pak een klein popje. “Dat ben jij, dit popje is je vader en deze, met het rode jasje, je moeder. Zij wonen niet meer samen. Soms woon jij bij je vader en soms bij je moeder.” Ik zet de vader en moeder uit elkaar. “Kijk, bij je vader horen opa Ed en oma Marian. Bij je moeder horen Helma, maar ook oma Ank en opa Jac.” Die zet ik weer wat verder weg. “Die zie je nooit, omdat mama niet zo vaak bij hen op bezoek gaat. Dat doet ze weleens als jij bij papa bent. Dat vindt opa Jac jammer en daarom wil hij je graag een kaartje sturen.” Levi is helemaal afgeleid en tevreden met zijn opa Jac-popje. Hij hopt heen weer met zijn Levi-popje tussen de verschillende personen. Naomi kijkt met bijzondere aandacht naar het gesprek en het lijkt wel of het ook voor haar de situatie verduidelijkt: Zij is het popje met het rode pakje. <

 

 


Tags: ,