Oost West, Nest Best

Een theatervoorstelling over het pleegbroertje van Merel

Op 6, 7 en 8 mei speelde ‘Nest: Een ontdekkingsreis in een zelfgecreëerde wereld’, in het Ostade Theater in Amsterdam. Een voorstelling gemaakt door Merel Houten (24 jaar) en geïnspireerd op haar pleegbroertje David. Merel is de andere kant van mijn eigen verhaal als pleegkind. Zij is geboren in een gezin waar een pleeg­kind bij komt wonen. Zij stond in de deuropening en keek naar buiten, ik stond op de stoep en keek naar binnen.

Broertje erbij
Merel is twaalf jaar oud als haar ouders hun vier dochters bij elkaar roepen en het idee voorleggen om een pleeggezin te worden. “Het was een besluit dat zij samen met ons wilden maken en wij hebben er volmondig ‘ja’ op gezegd. Redelijk snel daarna ontmoette ik David voor het eerst.
Dat was in de stad, met zijn en mijn moeder erbij. Hij was twee-en-een-half, zijn motorische ontwikkeling liep achter en hij kon nog niet goed praten. Ik zag vooral een heel klein frummeltje waar ik direct verliefd op was.”

Vanaf dat moment komt David geregeld bij de familie Houten logeren en tot zijn zevende woont hij gedeeltelijk daar en gedeeltelijk bij zijn moeder. “Ik vond het leuk om David bij het gezin te hebben, om met hem te kunnen spelen en hem op sleeptouw te nemen.” Als Davids moeder een nieuwe vriend krijgt, willen zij graag zelf weer proberen David op te voeden. De combinatie met pleegouders geeft echter te veel spanningen en het contact met Merel en haar ouders wordt verbroken, tot groot verdriet van het pleeggezin.

Twee jaar later blijkt David naar een instelling te zijn verhuisd, waar hij als enige ook in de weekenden verblijft. “Er is toen weer contact met ons opgenomen. Hoewel ons gezin niet is ingesteld om een klein kindje definitief in huis te nemen, voelde het logisch om hem net als vroeger in de weekenden te laten komen logeren. Het was direct weer als vanouds.”

Jaartje ouder stapje verder
Inmiddels is David dertien, woont hij in een vast pleeg­gezin en komt hij nog steeds geregeld langs bij Merel en haar ouders. Als David komt, neemt hij ook steeds vaker een pleegbroertje uit zijn huidige pleeggezin mee. Hij hoort er nog steeds helemaal bij. Er worden zelfs roosters gemaakt door Merel, haar ouders en zussen om te plannen wie er in het weekend aanwezig is. “Ik zorg dan bijvoorbeeld voor David in het huis van mijn ouders, maar soms komt hij ook gewoon een weekend bij mij in Amsterdam, waar ik woon.”

Merel spreekt liefdevol en betrokken over haar pleegbroertje. “David is bijzonder. Ondanks alles is hij een opgewekt en open kind, dat was hij als klein jongetje al en dat is hij nog steeds. Ook maakt hij soms opmerkingen die je niet verwacht van iemand van zijn leeftijd. Na wéér een overplaatsing heeft mijn moeder hem eens gevraagd of hij al dat verhuizen niet lastig vond. Hij reageerde met: ‘Nee, want ik heb mijn huisje altijd bij me.’ Dat vond ik zo poëtisch, zo beeldend. Ik zag direct mensen met slakkenhuisjes voor me.”

Een beetje van haarzelf en een beetje van David
Zo is het ook begonnen met het maken van de voorstelling. “Ik heb verschillende beelden en inspiratiebronnen bij elkaar gelegd en zag steeds authentieke figuren naar voren komen. Personen die hun plek proberen te vinden in de grote wereld, alsof ze er net niet helemaal in passen. Dit beeld leidde mij naar David.”
Daarnaast past het thema van je plek vinden ook bij de fase van jongvolwassene waar Merel zich zelf in bevindt. “Aan de ene kant wil ik mijn huis opbouwen en tegelijkertijd wil ik de wereld in, landen verkennen en mij niet te veel vastleggen.” Maar Merel benadrukt dat het geen biografische voorstelling zal zijn. “Mijn benadering is meer associatief. Ik werk zonder script en zonder rollen en probeer de juiste balans te vinden tussen houvast loslaten en inhoud vinden.”

De voorstelling
De ruimte die Merel wilde geven aan ieders persoonlijke interpretatie en beleving zag ik ook terug in de voorstelling die als een puzzeltje van verrassende en ontroerende fragmenten in elkaar paste: schaduwspel, schuilen in een zelfgemaakte tent, een eerste kus en de vraag wat langer is: ‘eindeloos’ of ‘oneindig’. De beschrijving van trekvogels die de schoonheid van de wereld willen zien en daardoor steeds weer verder reizen kon zowel verdrietig als bevrijdend zijn bedoeld.

Het mooie van de vergelijking die Merel maakte met een nest, is de suggestie dat een thuis, hoewel het wordt op­gebouwd uit losse dingen, uiteindelijk een heel natuurlijk iets is. De vraag die blijft is wat die dingen zijn: is het een dak of een lampje voor de nacht? Is het een uitzicht of zijn het de medebewoners? Ik heb het Merel niet gevraagd, want kunst is ook sommige vragen onbeantwoord laten. Wellicht gelooft zij dat een thuis een plek is waar je altijd kunt terugkeren en waar anderen, met open armen, op je wachten. Misschien liet ze daarom de voorstelling eindigen met het Hebreeuwse volkslied: ‘Shalom chaverim’ waarvan de eerste zin betekent: ‘Shalom (vrede) mijn vrienden, totdat we elkaar weer ontmoeten.’

David zat niet in het publiek. Hij had er ver voor moeten reizen en waarschijnlijk weinig van herkend. Ik weet in ieder geval dat er open armen voor hem zijn in het gezin van Merel. Met in mijn achterhoofd dat ík David had kunnen zijn, stelt die gedachte mij gerust.

Op verzoek van de betrokkenen zijn de namen gefingeerd. <

 


Tags: ,