‘Onze zoon legde het eerste contact’

Bas (48) en Iris (48) zijn doorgewinterde pleegouders. Ze hebben ervaring met uiteenlopende vormen van pleegzorg. Sommige kinderen bleven lange tijd en andere kinderen wat korter of alleen in weekends. Sinds afgelopen zomer woont Joseph bij hen. Joseph is hun zevende pleegkind.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Bas: “Onze zoon Laurens is 14 jaar en zit op de middel­bare school. Onze pleegzoon Joseph is 10 jaar en zit op het speciaal onderwijs. Ik ben ICT-er en Iris is pedagogisch medewerkster in de kinderopvang.”

Hoe kwamen jullie ertoe om pleegouders te worden?
Iris: “We wilden graag een tweede kind, maar dat lukte niet. We dachten een tijdje aan adoptie, maar dat is zo’n langdurig verhaal. Toen we in de krant over pleegzorg lazen, dachten we: dat is misschien wat voor ons.” Bas: “Er zijn zoveel kinderen die geen thuis hebben, kinderen die hulp nodig hebben. Daarom hebben we deze stap gezet.”

Hoe reageerde de omgeving en jullie familie op het pleegouderschap?
Iris: “Onze ouders zeiden: ‘We zijn net zo goed opa en oma voor jullie pleegkinderen als voor Laurens.’ Ook vrienden reageerden positief en belangstellend.” Bas: “Ze houden echt rekening met de pleegkinderen. Dat merken we bijvoorbeeld als we met vrienden op vakantie gaan.”

Hoe ziet de begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Bas: “We bellen en mailen regelmatig met de pleegzorgwerker. Als we ergens tegenaan lopen, reageert ze snel.” Iris: “Ik vind het wel jammer dat we met veel verschillende voogden te maken hebben gehad. Soms zitten de voogd en de pleegzorgwerker niet op één lijn. Het is moeilijk als een bezoekregeling zonder uitleg van de voogd wordt veranderd.”

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
Iris: “Het is handig om te weten wat de thuissituatie van een kind was. Als pleegouder krijg je te weinig informatie.” Bas: “Een paar jaar geleden woonde een jongen bij ons. Bij een drankreclame op televisie zat hij ineengedoken op de bank. Toen bleek dat zijn vader een probleemdrinker was. Dat wisten wij niet. Als je meer weet, kun je een kind beter begeleiden, zeker in het begin van een plaatsing.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
Bas: “Wij vinden contact met ouders en familie belangrijk, maar het lukt niet altijd. Joseph had een bezoekregeling en belcontact met zijn moeder en zus. Nu heeft hij even geen contact met zijn zus, want ze is voor de vijfde keer weggelopen uit de instelling waar ze woont. Ook het contact met zijn moeder is tijdelijk stopgezet.” Iris: “Ik ben tien keer met Joseph naar Bureau Jeugdzorg geweest voor een bezoek aan zijn moeder en ze is maar twee keer gekomen. Het is teleurstellend voor een kind als mama er steeds niet is. Ook de belafspraken liggen even stil, want zijn moeder heeft zware psychische problemen. Joseph kreeg er buikpijn van. We geven zijn moeder wel een plek in zijn leven. Hij heeft bijvoorbeeld een dekentje van mama, dat onder zijn dekbed ligt. Zo is mama toch een beetje bij hem.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
Bas: “Toen Joseph bij ons kwam, hadden we wat opstartproblemen vanwege bureaucratie. Hij heeft taxivervoer nodig naar school. Dit zou zes weken duren. Gelukkig regelde de voogd toen dat hij meteen vervoer kreeg.” Iris: “Het duurt vaak lang als je dingen voor elkaar wilt krijgen voor een pleegkind, bijvoorbeeld therapie of testen op dyslexie. Bij onze zoon kunnen we alles gewoon regelen, maar bij een pleegkind zijn we afhankelijk van anderen.”

Hoe gaat jullie zoon met jullie pleegzoon om?
Bas: “Laurens is gemakkelijk en sociaal. Joseph is tien jaar, maar in zijn gedrag oogt hij jonger. Laurens is geduldig en legt hem alles uit. Soms snappen ze elkaars grapjes niet. Bij de kennismaking op de leefgroep van Joseph legde Laurens het eerste contact. Joseph zat achter een computer, met zijn pet diep over zijn ogen. Laurens ging naast hem zitten en ze speelden samen een spel. Zijn pet schoof steeds hoger.” Iris: “We doen pleegzorg echt samen met Laurens. We vinden het wel belangrijk dat de kinderen een eigen leven hebben. Gelukkig heeft Joseph al vriendjes in de buurt, die ook wel eens komen logeren.”

Zijn er momenten waarop jullie denken: we hadden hier nooit aan moeten beginnen.
Stellig allebei: “Nooit!”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.
Iris: “Toen ik een vriendje van Joseph naar huis bracht, waren ze samen in gesprek over boosheid. Ze hebben allebei wel eens last van woedeaanvallen en deelden hun ervaringen. Opeens zei Joseph: ‘Ik hoef niet in therapie. Als ik naar Bas en Iris heb geluisterd, denk ik na over mijn boosheid en dan kan ik er wat mee.’

 


Tags: ,