Mijn vader is mijn vader

“Hahaha je vader, ha je vader die is gek!
Je bent zelf al niet zo lekker,
maar je vader is nog gekker,
ja, je vader is nog gekkerder dan gek.”

Zo begon jaren geleden een lied van Kinderen voor kinderen. Het vervolgde met: “Mijn vader die is dominee, daar word ik mee gepest…” Voor vader kon je ook moeder zingen en je kon ook heel wat beroepen invullen of zinnetjes als: Mijn vader, ja die mepte of deed rare spelletjes, daar word ik mee gepest… Maar het lied eindigde met: “Maar mijn vader is mijn vader, hou je bek!”

Verlangen en angst
In een notendop geeft het lied de verhouding tussen kinderen en hun ouders weer. Het geldt ook voor kinderen en ouders die niet bij elkaar kunnen wonen en verlangen naar elkaar of soms angst hebben voor contact. Het is wel je vader of moeder die vreemde dingen deed en je opvoeding niet aankon. En ook al zijn je herinneringen te heftig en traumatisch en wil je geen contact meer en zeker niet met hen vergeleken worden: vast staat dat je van deze twee mensen afstamt. Je hoort in hun geslachtslijnen, maar kunt er lang niet altijd mee dealen.

Straks word je net als je ouders
Alle pleegouders hebben ooit gehoord dat ze de ouders met respect moeten behandelen en geen kwaad woord over hen moeten zeggen waar het kind bij is. Negatief of kritisch zijn over ouders, ook vanuit “Ik zeg eerlijk wat ik vind”, geeft het pleegkind de boodschap dat zijn ouders niet deugen en hij dus ook niet. Kinderen nemen bij negatieve verhalen de rol op zich om het goed te maken. Ze proberen te repareren en te compenseren wat de ouders fout doen.

Een losse opmerking als: “Let nou op wat je doet, straks word je net als je ouders,” kan buitengewoon kwetsend en demotiverend werken en het zelfbeeld van het kind ernstig verstoren.

Leven met twee families
Het is van groot belang dat kinderen hun geschiedenis kennen en hun ouders daarin een plek kunnen geven. Het geeft het kind veel rust als zij van hun ouders als het ware toestemming en ontschuldiging krijgen: “Jij was kind, jij kon er niks aan doen dat wij het fout deden. Het is goed dat je je hier hecht.”

Enamaria Weber-Boch geeft in haar boek ‘Leven met twee families’NOOT1 veel aanknopingspunten om een kind hiermee te helpen. Haar ervaringen als gezinshuisouder, therapeut en opleider zeggen dat je ouders en familie een plaats moet bieden in het leven van het kind. Je kunt met ouders, familie en het kind in gesprek gaan en door middel van familieopstellingen de geschiedenis voor het kind duidelijk maken. Het kind wordt daardoor bevestigd in zijn rol als kind en kan verder leven in zijn sociale gezin. Zo’n situatie biedt de ouders en de familie weer meer kansen op contact.

Zelfs geen verjaardagskaartje
En toch, hoe waar ook, het blijft een heel moeilijk en soms ook moeizaam geheel. Wat te doen als een kind per se geen contact wil? Zelf heb ik jarenlang het bezoek van ouders aan hun zoon Piet begeleid. Ik belde om de afspraak te maken en te bespreken wat we zouden gaan doen. Ik haalde hen op en bracht hen weer thuis. Piet had er niets mee, hij ging alleen mee omdat ik meeging. Het bleef tijdens een dergelijk bezoek een probleem om de ouders hun rol te laten oppakken. Toen ik na tien jaar met pensioen ging, besloten we dat de ouders het initiatief tot een afspraak zouden nemen. We zijn drie jaar verder en het is twee keer gelukt en er is nu al tweeënhalf jaar geen contact, zelfs geen verjaardagskaartje.

Dan ben ik bij alle twee even vlug
Gelukkig zie je ook dat kinderen de ruimte krijgen en nemen. Teun werd rond zijn eerste verjaardag in een pleeggezin geplaatst, omdat zijn ouders de zorg niet aan konden. Toen hij veertien was, wilde en kon hij bij zijn vader en moeder gaan wonen. Inmiddels woont de 23-jarige Teun zelfstandig in een dorp, precies tussen zijn ouders en pleegouders in: “Dan ben ik bij alle twee even vlug.”

Joke heeft wel contact gehad, maar beleefde er heel weinig aan. Ze ziet haar ouders af en toe en voor haar hoeft vaker ook niet. “Ik haal er eigenlijk niks. Ik vind het leuk om hen af en toe te zien en zelf vinden ze het ook prima zo. Ik voel me thuis in de familie van mijn pleegouders.” Voor Joke is het fijn dat ze door de contacten ook een bewuste keuze heeft kunnen maken in wat voor haar haalbaar is. De situatie heeft zijn plek gekregen. Wellicht pakt ze het contact later opnieuw op of krijgt het een andere vorm die dan weer beter past.

Geworteld in een familie
In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat contact met familieleden belangrijk is als het contact met vader en moeder niet haalbaar blijkt te zijn. Kinderen horen door hun geboorte bij hun familie. In het verleden is te vaak gedacht: Lekker rustig geen contact, goed voor het kind en prettig voor de pleegouders. We dachten er echter niet aan dat het kind daardoor los komt te staan van zijn oorsprong.

Meestal accepteert de familie van de pleegouders het pleegkind er als vanzelfsprekend bij, maar toch blijft er een missing link waar kinderen, jongeren en volwassenen last van hebben en die de ontwikkeling van hun zelfvertrouwen stevig kan verstoren. Ze missen hun oorsprong en zijn minder geworteld in hun bestaan. Jarenlang is hier te gemakkelijk aan voorbij gegaan.

In het boek van Ena Maria Weber-Boch komt naar voren dat we dit veel planmatiger moeten aanpakken. De voordelen van bekendheid met de familie zijn groot voor kinderen en voor pleegouders wordt het makkelijker om met de ouders en de kinderen om te gaan. Voor kinderen levert het, hoewel ze elders wonen, veel voordeel op voor hun ontwikkeling, omdat ze wel geworteld blijven in de families waartoe ze vanwege hun geboorte horen. Ook als ze later besluiten hun eigen weg te gaan, want je vader is toch je vader!

NOOT1 Leven met twee families, door G. Enamaria Weber-Boch. ISBN 9783834012135. Uitgever Schneider Verlag Hohengehren.

 


Tags: , ,