Wat had ik eigenlijk met mijn vader?

Vorig jaar overleed onverwacht de vader van Kees, een van de pleegkinderen die ik jarenlang heb begeleid. Ik heb nog altijd contact met Kees, omdat ik hem al zeventien jaar kende toen hij zijn achttiende verjaardag vierde. Toen hij een jaar of twintig was, was hij druk bezig om antwoorden te vinden op vragen uit het verleden. Een oud-begeleider die je al bijna je hele leven kent, is dan best handig.

Onze gesprekken gingen vooral over de begintijd, over het hoe en waarom van allerlei besluiten. Kees had zoveel vragen. Waarom is mijn halfbroer niet bij mij geplaatst? En ik had toch een leuk contact met mijn moeder? Zijn moeder overleed toen Kees vijf jaar was, na een moeilijk leven vol psychische problemen en verslaving. Er waren geruchten, maar onderzoek wees uit dat zij een natuurlijke dood gestorven is.

Stressvolle bezoeken
Toen Kees volwassen was, wilde hij heel graag weten wat er in die periode allemaal speelde. Hij vroeg zich ook nog steeds af wat hij met zijn biologische vader aanmoest. Geregeld contact zag Kees niet zitten. “Mijn hele leven moest ik hem onder begeleiding ontmoeten. Ik spreek zijn taal niet. De bezoeken hebben mij nooit wat gebracht, behalve stress. Ik voel me onder druk gezet. Ik wil dit niet meer, hoe maak ik hem dat duidelijk?”

Gecondoleerd
Midden in dit proces kwam het bericht dat zijn vader plotseling was overleden. Kees had contact met de politie en met slachtofferhulp. “Een heel onwezenlijk gebeuren. Ik werd gecondoleerd door vrienden en kennissen, maar wat had ik eigenlijk met mijn vader? Iedereen leefde op zijn of haar manier met me mee.” Kees vroeg zich af: “Wil ik dit wel? Wat gebeurt er allemaal?” Zijn halfbroer kwam op bezoek, maar die kon niet echt treuren, omdat hij vooral veel negatieve herinneringen aan zijn vader had. Zijn halfbroer is ouder en heeft de begintijd bewuster meegemaakt.

Niet verzwegen
Kees kreeg een uitnodiging voor de begrafenis. “Ik wilde er niet naar toe gaan, omdat ik dat niet eerlijk vond.” Na verloop van enkele weken ebde de belangstelling van anderen weg. “Ach ja, jullie hadden toch al een poos geen contact meer”, werd er gezegd. Toch ligt het anders voor Kees. “Ik had inderdaad al een tijd geen contact meer met hem, maar hij was wel mijn vader.” Nu vraagt hij zich af wat hij met zijn halfbroertjes en een halfzusje aanmoet. “Mijn vaders familie wist van mijn bestaan. Hij heeft het over mij gehad en voor hen hoorde ik erbij. Hij heeft me wel erkend, hij heeft over me gepraat en me niet verzwegen.”

Inmiddels heeft het leven zijn loop hernomen. Iedereen is weer met zijn eigen dingen bezig. Kees tobt verder en is in therapie om het verlies van vader een plaats te geven. Hij zoekt een vorm om ermee om te gaan, iets wat hem niet lukte toen zijn vader nog leefde.

 


Tags: , ,