Thema: Missen wat je nooit hebt gehad

Toen ze een jaar of 8 was wist ze het zeker: “Als mijn moeder nog geleefd had, mocht ik op paardrijden. Zij hield ook veel van paarden.”

Een jaar later besloot ze me niet meer bij mijn voornaam te noemen. Ze zou voortaan ‘mama’ zeggen, want ze wilde weten hoe het voelde. Na een jaar of twee experimenteren, werd het toch weer mijn voornaam. Zo noemden de anderen in huis mij ook.

In de brugklas ontplofte ze als een docent zei dat ze iets aan haar ouders moest vragen. “Dat is dan simpel, dan ben ik klaar met mijn huiswerk, want dat kan niet.”

In de vierde was ze genuanceerder. “Ik hou van jullie en jullie doen alles wat ouders zouden doen voor hun kind, maar jullie zijn het toch niet. Het voelt anders.” Wat ze mist is gelijkenis qua uiterlijk en qua karakter. “Lijk ik op hen en van wie zou ik die eigenschap toch hebben?”

Bij de presentatie van haar profielwerkstuk (eindexamenonderdeel) vroeg de docent of haar moeder ook kwam. “Ik moest wel zeggen dat mijn pleegmoeder zou komen, want je bent toch mijn moeder niet”, verontschuldigde ze zich thuis.

Ze blijft loyaal aan haar moeder, al weet ze het zeker: “Als mijn moeder nog geleefd had, was ik nooit zo goed opgevoed als nu.”

In dit thema legt Martine Delfos uit hoe dit verschijnsel in elkaar zit. Volwassen pleegkind Maya heeft een persoonlijk verhaal over hoe het bij haar voelt. Voormalig pleegzorgbegeleider Flip vertelt over verschillende pleegkinderen die hij begeleid heeft, pleegkinderen die met de dood van hun biologische ouders werden geconfronteerd. Hij merkte hoe indringend deze verliezen zijn, ondanks het feit dat de kinderen niet bij hun ouders zijn opgegroeid.

‘Missen wat je nooit hebt gehad’ is en blijft een ingewikkeld verschijnsel voor pleegouders en pleegkinderen, maar we weten niet anders, dus we doen het er maar mee.

Lees hier alle artikelen uit het thema ‘Missen wat je nooit hebt gehad’.

 


Tags: , ,