Tegenwind kan geen kwaad, je leert er veel van

Een jongen van 16 jaar die zomaar op je pad komt en in jouw ogen een gezin nodig heeft. Wat brengt dat teweeg? De netwerkpleegouders Christien en Marco vertellen over de mooie en moeilijke momenten in de zorg voor Peter.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Christien (51) en Marco (48) hebben twee kinderen: Alex (19) en Tara (17) en pleegzoon Peter (19).

Hoe kwamen jullie ertoe om pleegouder te worden?
“We hadden het er al meerdere malen over gehad, maar we waren huiverig van instanties en gesprekken met allerlei mensen. Op een gegeven moment kwam Tara met Peter thuis. Hij was toen 16 jaar. Hij bleek in een tehuis te wonen. Toen vonden we het tijd om pleegzorgactie te ondernemen en hebben we zelf het initiatief genomen en ons aangeboden als netwerkgezin voor Peter. Jeugdzorg vond het vanwege zijn ernstige hechtingsproblemen geen goed idee dat hij in ons gezin zou komen wonen en zijn moeder hield de boot ook af. We gingen hem iedere zondag ophalen en hij ging ook met ons mee op vakantie. Dat hebben we zo een half jaar gedaan. We hebben nooit commentaar gegeven, maar ons plan ook niet opgegeven. Op een gegeven moment ging hij naar een gezinshuis en werden wij officieel zijn weekend- en vakantiegezin. Langzaam veranderde dat in een week hier en een week daar, totdat hij tenslotte toch helemaal bij ons woonde.”

Hoe reageerde de omgeving en jullie familie op het pleegouderschap?
“Iedereen reageerde positief, hoewel sommigen ook wel vroegen: ‘Waar beginnen jullie aan?’ Peter was bij iedereen zeer welkom.”

Hoe ziet de begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Peter en wij hebben begeleiding van de pleegzorgwerker en die is prima. Peter heeft daarnaast ook nog een JPP-er, dat is iemand van het JeugdPreventiePlan. Het is ambulante hulp om Peter te leren dat hij zelf actief zijn zaken moet regelen: zijn werk, financiën en dergelijke. Hij moet zelf voor die hulp aankloppen, maar hij begrijpt nog steeds niet dat hij het heft in handen moet nemen. Daarnaast gaat hij nog naar een beeldend therapeut en leert daar creatief te uiten hoe hij zich voelt.”

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
“Ik weet niet hoe ik hem zo kan triggeren dat hij gaat zien dat hij de kapitein van zijn schip is en niemand anders. Die JPP-er probeert dat, maar er zijn al drie sessies voorbij en ik zie nog geen resultaat. We gaan inzetten op voortzetting van de verlengde pleegzorg en ondertussen wordt ook de gang naar kamertraining ingezet.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“Zijn vader kent hij niet, met zijn moeder heeft hij geen contact meer. Hij heeft weleens wat telefonisch of facebookcontact met zijn halfbroertjes. Verdere familie kent hij niet.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
“Alex en hij delen een kamer en het zou geweldig zijn als ze allebei een eigen kamer zouden hebben.”

Hoe gaan jullie kinderen met Peter om?
“Ongelooflijk loyaal. Peter is een keer weggelopen. Hij had genoeg van de regels hier in huis en hij ging naar twee ‘vrienden’ die op een flatje woonden. Hij kwam nog wel op woensdag en zondag in ons gezin eten en hij kwam ook naar zang- en keyboardles. Hij merkte dat wij veel om hem gaven en dat Alex en Tara het heel erg vonden dat hij was weggegaan. Dat deed hem wat. Er was dus toch hechting ontstaan! Hij heeft gevraagd of hij terug mocht komen. We hebben met elkaar overlegd en de consequenties van ja en nee besproken. We hebben tenslotte geconcludeerd: we zijn eraan begonnen, we maken het ook af.”

Zijn er momenten waarop jullie denken: We hadden er nooit aan moeten beginnen?
“Nee, ’t is flauw om af te haken bij tegenwind. We hebben behoorlijk wat tegenwind, maar we willen blijven zien dat het hoort bij de processen waarin hij zit. Tegenwind kan geen kwaad, je leert er veel van.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: Daar doe ik het voor.
“Dat zijn wel meerdere momenten, bijvoorbeeld toen hij na drie weken wonen in dat flatje, weer terugkwam.
Soms slaat hij ineens zijn armen om me heen en zegt: ‘Hé Moeti!’
Toen we met elkaar in De Efteling waren, grapte ik dat ik later in een rolstoel in De Efteling zou zijn en toen zei hij: ‘Dan zal ik je duwen, hoor!’
Op zulke momenten denk ik: We hebben plantjes gepoot, misschien zullen we later oogsten.” <

 

 


Tags: ,