Moedersmooistemoeder

Stel je voor dat het zomer is en het gras in de tuin geel van de droogte. Iedereen zoekt schaduw en stukjes asfalt in de straat zijn gaan smelten. Jij hebt net een half uur gefietst. Het zweet staat op je voorhoofd en je mond is droog. Eenmaal thuis grijp je naar een glas water. Ken je het gevoel dat je pas bij het drinken beseft hoe erg je dorst hebt en hoe fijn het is om die te kunnen lessen? En stel je nu voor dat dit na een lange dag is, waarin je geen moment hebt stil gestaan. Op zo’n dag voel je vaak pas hoe moe je eigenlijk bent, wanneer je in bed stapt en kunt gaan slapen.

Ik ben 25 jaar geleden geboren en 23 jaar geleden uithuisgeplaatst. Hoewel het mij aan niets ontbrak in het pleeggezin waar ik opgroeide, knaagde mijn hart van het missen. Af en toe zag ik mijn moeder, maar met minder regelmaat dan de tandarts en later stopte het contact helemaal. Jarenlang voelde ik mij als een kind dat op de stoep voor de supermarkt is achtergelaten, terwijl haar moeder even boodschappen gaat doen. Als volwassen vrouw had ik het gevoel nog altijd op die stoep te staan. Natuurlijk was ik dankbaar voor de taart op mijn verjaardag en de kopjes thee in het weekend, maar ik wilde meer. Een mobiele telefoon als cadeau was niet genoeg. Ik wilde taart en thee mét mijn moeder. Ik wilde een telefoon met háár nummer erin, onder favorieten. Geen bed gaf mijn hart rust en geen liters water leste deze dorst.

Iedere seconde gewacht
Na een derde van mijn leven gewacht te hebben, waagde ik de stap, die van de stoep af. Een week later zaten mijn moeder en ik samen aan de thee en deelden we naast de taart onze diepste angsten. Ik vroeg haar waar ze al die jaren gebleven was en zij antwoordde: ik heb iedere seconde op je gewacht. Dit was de beste boodschap waar ze ooit mee naar buiten had kunnen komen. Zij was mij niet vergeten, ik had altijd bovenaan haar lijstje gestaan! Sterker nog, mijn moeder bleek ook bang geweest te zijn: dat ík niet meer zou weten wie zíj was. Niet pas na 23 jaar, ze had deze angst al vanaf de eerste week dat ik in het kindertehuis verbleef. In werkelijkheid herkende ik haar even snel als mijn eigen spiegelbeeld.

Wat is er zo fijn aan drinken als je dorst hebt en slapen als je moe bent? Het is precies dit gevoel van herkenning. Dat gevoel van ‘oh ja, dit is fijn’. Nog voordat je het zelf beseft, zegt je eigen lichaam al dat het klopt. Die dag werden mijn moeder en ik, in een paar seconden, allebei verlost van twee angsten die raakten aan één en hetzelfde verlangen: dat ik haar dochter blijf en zij mijn moeder. Nu weet ik, dat kan niet anders. Dat kan alleen maar zo zijn. Net als dat je eigen bed klopt, net als dat water drinken klopt. Die band is er. Die was er al voor mijn eerste ademhaling en zal er zijn na haar laatste.

 


Tags: , ,