Gewoon jongeren

Het idee ontstond tijdens een ver­gadering: waarom zetten we hen niet bij elkaar? Een aantal pubers uit pleeg­gezinnen, met de nodige problemen, grote en kleine. Pubers met overeen­komstige vragen. Wat vertel je over jezelf en aan wie? Hoe ga je om met de verschillende loyaliteiten? Hoe houd je contact met je ouders of wil je dat juist niet?

We startten een pilot met de pubers uit ons team en zetten het programma in elkaar. Vijf bijeenkomsten met voor iedere keer een thema, voortkomend uit de onderwerpen die naar boven kwamen in gesprekken met de jongeren. Sommige jongeren hadden zin om mee te doen aan de groep, maar vonden het wel spannend. Vooral omdat ze allemaal vonden dat hun eigen situatie niet zo heel erg was. “De anderen hebben vast veel meer problemen dan ik en hoor ik dan wel in de groep thuis?” De jongeren die er minder zin in hadden, moesten het van hun pleegouders twee keer proberen. Ze zijn alle vijf gebleven… Wel heel fijn dat de pleegouders de groep een goed plan vonden. Zonder hun steun in de vorm van het brengen en halen krijg je de jongeren praktisch gezien niet bij elkaar.

Verhalen herkennen
De eerste avond stond in het teken van het verkennen van elkaar en de verschillende achtergronden. Wonen bij een oom en tante of in een pleeggezin dat je vooraf niet kent, wat is het verschil? Van het woord ‘pleegkind’ maakten ze een woordspin. Gezamenlijk kwamen ze er achter dat ze geen pleegkind genoemd willen worden. “Klasgenoten vinden je dan zielig, er is iets met je.”

Hoe verschillend de achtergronden ook zijn, ze wonen allemaal in een pleeggezin en dat geeft verbinding. Het ijs was al snel gebroken en het ging ergens over. Bij de start stelden we vast: het is jullie groep, jullie zijn medeverantwoordelijk voor hoe het gaat. Trek aan de bel als het programma niet is wat jullie willen en als er een vraag komt, gaat die voor. We merkten dat de jongeren dat heel serieus namen. Tijdens de derde bijeenkomst vertelde een meisje dat zij ervoor gekozen had om in de groep dingen te delen die haar bezig hielden. “Buiten de groep luistert niemand echt naar mij, er worden alleen maar oplossingen bedacht.”
Zij vond het helpend om te merken dat de andere jongeren luisteren en haar verhaal herkennen, in meer of mindere mate. Met oplossingen komen ze niet zo snel. Wel vertellen ze aan elkaar hoe ze zelf met belangrijke dingen omgaan en is er meeleven.

Duplo-poppetjes
Een thema-avond ging over je plek in het gezin. Door Duplo-poppetjes neer te zetten visualiseerden de jongeren hun gezin van herkomst, het pleeggezin en hun eigen positie. Daarna konden ze vertellen over de opstellingen, een aantal daarvan zijn om nooit te vergeten. Bijvoorbeeld twee gezinnen aan weerskanten van een eenzaam poppetje. De jongen legde uit dat het voor hem zo voelt: “Ik hoor niet meer bij mijn oorspronkelijke gezin en voel me ook niet dicht bij het pleeggezin staan.” De jongeren zelf waren er wat stil van. Het feit dat ze open over deze onderwerpen konden praten en dat de realiteit onder ogen werd gezien is al een stap in het proces van verwerking. Wat komt er toch veel naar boven en wat houdt hen toch veel bezig. Het zijn dezelfde onderwerpen die spelen bij pubers die gewoon bij hun ouders wonen, maar met een verschil: namelijk dat het leven niet vanzelfsprekend verloopt. Er is op een moment ingegrepen, vaak kon je er niets aan doen, je woont niet meer thuis en dat geeft een gevoel van alleen staan. Het is confronterend om dat zo voor je te zien, maar ook goed om de situatie zo duidelijk te krijgen.

Taart versieren
De vierde avond was de VIP-avond. Iedereen mocht iemand uitnodigen. Dat was even spannend, maar de jongeren hadden er allemaal over nagedacht: een moeder, een pleegmoeder, een pleegbroer en een zus werden uitgenodigd. De jongens en meisjes gingen aan de slag met een work­shop cupcake en taart versieren, eigenlijk à la ‘taarten van Abel’. Het werd een heel geslaagde avond. Trots op het resultaat namen ze allemaal wat mee naar huis. Het is een hecht groepje geworden in korte tijd. Zo hecht dat een meisje zei: “De groep voelt bijna als familie, ik ken hen nu al zo goed.”
Wat we van de jongeren hoorden was dat ze het contact met lotgenoten het meest waardevol vonden van de bijeenkomsten. Het was lachen, delen en herkenning vinden bij elkaar. “Geen therapie, zucht.”
We kijken uit naar de volgende groep. <

Meer informatie: de Rading pleegzorg Utrecht, www.rading.nl

 


Tags: ,