Een verbroken verbinding

Enkele jaren geleden trof ik Marte op de begrafenis van een pleegmoeder. Marte was lang geleden als baby in haar gezin afgekickt van de drugs. Daarna werd ze overgeplaatst naar een jong pleeggezin en daar groeide ze op. Met haar eerste pleegmoeder, die ze tante noemde, had ze soms nog contact. Ze was met haar tweede pleegmoeder op de begrafenis van ‘tante’.

Marte vertelde me dat ze erg geschrokken was toen veertien dagen eerder ’s nachts de politie op de stoep stond met de mededeling dat haar moeder was overleden. “Wat is er gebeurd? Hoe kan dat nou? Ik had haar gisteren nog aan de lijn! In het weekend was ik thuis en toen was er niks aan de hand.” De agenten vertelden me dat ze haar thuis, in Amsterdam, gevonden hadden. Toen pas snapte ik dat het om mijn biologische moeder ging. Eigenlijk was ik opgelucht dat het mijn pleegmoeder niet was. Het is wel heel raar. Ik ben blij dat ik mijn pleegmoeder nog heb, maar mijn echte, verslaafde, vaak onbetrouwbare moeder is er niet meer. Dat geeft toch een gevoel van leegte. Ik heb haar soms opgezocht en ook tevergeefs. Ik dacht: ik ben er klaar mee. Dat is dus niet zo. Er lopen zoveel emoties door elkaar heen. Eigenlijk ben ik lamgeslagen. Wat moet ik ermee?”

Foto’s aan de muur
Onlangs kwam ik twee jongvolwassen broers tegen. Hun vader was in een inrichting overleden. Voor de jongens was het een troost om de plek te zien waar vader leefde. Hun foto’s hingen aan de muur van zijn kamer. “Zie je wel, ons pap hield wel van ons, ook al belde hij maar twee keer per jaar.” Voor hen was het voldoende om regelmatig over pa te praten, net zoals ze dat voor zijn dood deden. Het hielp hen om de gebeurtenissen een plek te geven. Dat is niet altijd het geval. Ook in de maanden of jaren na een overlijden kan de behoefte om te praten ineens de kop opsteken. Iets waar je als pleegouder alert op moet zijn, ook al is een kind negatief in zijn uitlatingen over ouders. Het verlies van je ouders is ook het verlies van je oorsprong, je vroege geschiedenis. Hoe fout die wellicht ook was. De kans om erop terug te komen is er niet meer. De verbinding is definitief verbroken.

Afscheid nemen
In de afgelopen maanden sprak ik met verschillende pleegouders en jongeren die ik al jaren ken. Steeds viel me op dat ze terugkwamen op de periode van afscheid nemen. Het geeft onrust als kinderen het huis uit gaan, zowel bij eigen als ‘aangewaaid broed’. Zoals bij de achttienjarige Jan die zijn opleiding elders voort zou zetten. Pleegzorg en de begeleiding stopten. Hij sprak hierover met zijn oudste pleegbroer. “Straks loopt het af, wat moet ik dan? Ik kan natuurlijk niet meer naar huis. Hoe moet dat met de was en zo?” Gelukkig kon zijn broer hem geruststellen. “Joh, dat vraag je toch gewoon aan ma. Die doet dat best voor je en je komt toch elke week of iedere veertien dagen naar huis? Kunnen we ook nog eens samen stappen.” Voor de oudste zoon was dit heel gewoon, maar voor Jan was het niet vanzelfsprekend. Blijkbaar moeten we dit soort zaken met pleegkinderen bespreken, omdat ze vaak onzeker zijn. Net zoals de jonge vrouw die ik tegenkwam. Tussen twee werkklussen in het buitenland door ging ze terug naar Nederland. Ze was verbaasd dat haar pleegouders onderdak boden en weer in de zorgrol gingen. Bespreek verwachtingen bijtijds!

 


Tags: , ,