Veiligheid voorop, maar 100 procent lukt niet

Veiligheid blijft een heet hangijzer in pleegzorg. Je hebt te maken met verschillende partijen en soms met verschillende belangen. Ouders die niet altijd begrijpen of accepteren dat hun kind niet thuis mag wonen. Pleegzorgwerkers en gezinsvoogden die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid en ontwikkeling van een pleegkind. Pleeggezinnen die een stabiel en veilig thuis willen bieden.

Ik sprak over veiligheid met Janneke van Eijk, zorgdirecteur Gezinnen bij Jeugdformaat en Carine van de Voorde, leidinggevende pleegzorg bij dezelfde organisatie. Jeugdformaat biedt jeugd- en opvoedhulp in de regio Haaglanden. De medewerkers begeleiden ongeveer 7.000 gezinnen per jaar en bijna 1.100 pleeggezinnen.

Foutje
Een eigen ervaring met onveiligheid: “Oh nee, ze hebben een fout gemaakt bij Bureau Jeugdzorg! Wat is er gebeurd? Het is weer tijd voor de verlenging van de OTS van onze pleegzoon. Het verzoekschrift aan de kinderrechter is opgesteld. Zoals ieder jaar krijgen we een afschrift. Al op de eerste pagina staat de blunder: ons adres. Maar we zijn een geheime plaatsing. De vader van John heeft een kwade dronk en losse handjes en hij is heel erg boos dat zijn zoon niet thuis mag wonen. Bij Bureau Jeugdzorg vlogen al eens stoelen door de ruiten. De onberekenbaarheid van deze vader is de reden waarom hij niet mag weten waar John en wij wonen. Door een vergissing op kantoor is de verkeerde versie van het verzoekschrift verstuurd, die met ons adres. Wat nu?”

Veiligheidsprotocollen
“Veiligheid is heel belangrijk voor Jeugdformaat”, zegt Janneke van Eijk. “Als de ouders zo boos of gewelddadig zijn, treden veiligheidsprotocollen in werking. Alles is erop gericht om de veiligheid van het pleegkind en het pleeggezin te waarborgen. Er zijn verschillende opties. In het uiterste geval brengen we een kind onder op een andere geheime plek. Als de dreiging heel groot is, duikt zelfs een heel pleeggezin onder, zoals recentelijk gebeurde met de pleegmoeders van het Turkse jongetje Yunus. Dan moet er wel sprake zijn van acuut gevaar, zoals ontvoering of erger.” Behalve veiligheid staat ook zorgvuldigheid hoog in het vaandel. “Zo’n gebeurtenis kan een al beschadigd kind nog meer traumatiseren. We streven er daarom naar om eerst te praten”, vult Carine van de Voorde aan. Gelukkig komt zo’n extreme situatie bijna nooit voor, benadrukken ze allebei.

Als er daadwerkelijk sprake is van bedreiging van een pleegzorgwerker of een pleeggezin, doen ze altijd aangifte bij de politie. Ook wordt de wijkagent ingeseind om een extra oogje in het zeil te houden. Ouders kunnen zelfs worden aangehouden. Bovendien is er een alarmnummer dat een pleeggezin in geval van crisis of gevaar altijd kan bellen.

Veiligheid borgen
Van Eijk en Van de Voorde schetsen hoe veiligheid geborgd is in alle werkprocessen. Pleegzorgwerkers worden erop getraind om op signalen te letten. Het begint al bij een goede screening van aspirant-pleegouders. Tijdens die screening is veiligheid een belangrijk gespreksonderwerp. Aan de hand van een checklist wordt gekeken of een gezin aan alle veiligheidscriteria voldoet. Daar hoort natuurlijk ook een Verklaring van Geen Bezwaar bij van de Raad voor de Kinderbescherming.

Niet pluis-gevoel
Iemand kan op het eerste gezicht geschikt lijken als pleegouder, maar toch ongeschikt zijn. Het lijkt tegenstrijdig, maar Van Eijk en Van de Voorde benadrukken dat zo’n ‘niet pluis-gevoel’ van medewerkers serieus wordt genomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om straffen of opvoeding. Van de Voorde: “In elk werkoverleg wordt tijd ingeruimd om met de pleegzorgwerkers stil te staan bij veiligheid. Neem je gevoel serieus en probeer je ‘niet pluis-gevoel’ te verwoorden. Dan kun je er ook iets mee. De volgende stap is lastiger. Je moet dan met de pleegouders in gesprek over die ‘niet pluis-gevoelens’. Als pleegzorgwerker ben je betrokken bij een pleeggezin en pleegouders zijn je partners. Vaak durven pleegzorgwerkers daarom kritiek niet snel te delen.” “Bij ons worden pleegzorgwerkers gecoacht om dit soort moeilijke gesprekken toch te voeren”, vertelt Van Eijk. “Vooral als er geen hard bewijs is, is de schroom groot om iets aan te kaarten bij de pleegouders.” Van de Voorde: “We moeten voorkomen dat pleegouders het gevoel krijgen dat ze ten onrechte ergens van verdacht worden. Daarom worden dit soort zaken vooraf zorgvuldig besproken.”

Gevoel is geen bewijs
“Gevoelens zijn geen bewijs”, benadrukt Van Eijk. “Maar een ‘niet pluis-gevoel’ is altijd aanleiding voor actie en voor overleg met Bureau Jeugdzorg. Samen besluiten we of het veiligheidsprotocol in werking treedt. Dan gaat een team onderzoeken of er ook echt iets aan de hand is. Kinderen worden niet altijd meteen uit huis gehaald. We gaan eerst een gesprek aan met de pleegouders en de betrokken pleegkinderen.” Jeugdformaat wil voorkomen dat kwetsbare pleegkinderen verder beschadigd worden als de beschuldigingen niet kloppen. Behalve de veiligheid is ook het welzijn van de kinderen belangrijk. “Niet ieder vermoeden of elke beschuldiging is namelijk waar”, aldus Van de Voorde. “Meldingen en signalen kunnen ook uitingen zijn van andere problemen. Daarom komt er eerst een gesprek met de pleegouders over het waarom van het onderzoek. We gaan niet over één nacht ijs, want een verkeerde beslissing kan traumatiserend zijn voor een kind. Als er serieuze aanwijzingen zijn dat de veiligheid van een kind in het geding is, geeft dat altijd de doorslag en wordt een kind weggehaald.”

Herscreening pleegouders
Pleegouders zijn net gewone mensen. Mensen gaan soms scheiden, worden ziek of verliezen hun baan. Allemaal ingrijpende gebeurtenissen die iets doen met mensen. Van Eijk: “Wij screenen pleegouders daarom opnieuw bij grote veranderingen. Zo kunnen we kijken of er iets is veranderd in de stabiliteit en veiligheid van een pleeggezin. Dan kunnen we beter beoordelen of zo’n pleeggezin nog wel de meest geschikte en veilige plek is voor een kind. Een pleeggezin wordt opnieuw getoetst aan de landelijke selectiecriteria en Jeugdformaat kan zelfs vragen om een nieuwe Verklaring van Geen Bezwaar van de Raad voor de Kinderbescherming. Bovendien is in de protocollen van Jeugdformaat opgenomen dat de pleegzorgwerker twee keer per jaar met een pleegkind praat zonder de pleegouders.” Zo krijgen ook pleegkinderen de kans hun zegje te doen, zonder een pleegouder die meeluistert. Dit gebeurt altijd, ook als er geen problemen zijn.”

Landelijk kwaliteitskader
Jeugdformaat houdt zich aan het Landelijk kwaliteitskader. Alle afspraken worden vastgelegd in het cliëntsysteem. Niet alle dossiers worden gecheckt, maar steekproefsgewijs wordt wel gekeken of pleegzorgwerkers de afspraken nakomen. Dossiers worden gecontroleerd, niet alleen door de eigen mensen. Er zijn ook externe audits. Onafhankelijke deskundigen van buiten kijken onder meer of pleegzorgwerkers zich aan de afspraken houden. Zijn de dossiers compleet, worden alle gesprekken gevoerd en vastgelegd? “Zorgvuldigheid en veiligheid worden zo geborgd in alle werkprocessen”, vertelt Van Eijk. “100 procent veiligheid kunnen we niet garanderen, maar wel zoveel mogelijk.”


Tags: , ,