Luisteren naar de kinderen van pleegouders

Het Rees Centrum voor Onderzoek naar Pleegzorg en Opvoeding publiceerde een overzichtsartikel over de invloed van pleegzorg op de kinderen van pleegouders NOOT1. Mobiel sprak met twee van de onderzoekers, professor Ingrid Höjer en professor Judy Sebba.

Het Engelse Rees Centrum inventariseerde de internationale onderzoeksliteratuur naar de ervaringen van de kinderen van pleegouders en vond zeventien studies uit Engeland, Amerika, Zweden, België en Spanje.NOOT2 Hoewel het vooral om kwalitatieve studies ging met relatief weinig onderzoeksdeelnemers, leverde het toch interessante inzichten op.

De studies kwamen uit verschillende landen met verschillende culturen en praktijken. Had dat invloed op de vergelijkbaarheid van die studies?

Ingrid Höjer: “Nationale verschillen zijn belangrijk en maken vergelijkingen tussen landen ingewikkelder. Er kunnen ook verschillen in de landen zelf zijn, wanneer verschillende pleegzorgorganisaties hun pleeggezinnen anders benaderen en andere ondersteuning bieden. Bij het lezen van de studies werd duidelijk dat kinderen en jongeren dezelfde ervaringen deelden, ongeacht het land waar ze vandaan kwamen.” “De ervaringen van kinderen en jongeren kwamen inderdaad erg overeen”, vindt Judy Sebba. “Misschien met uitzondering van een verschil tussen landen als Spanje en Engeland. In Spanje komt netwerkpleegzorg vaker voor (75 procent) dan in Engeland, waar slechts een klein deel van pleegzorg netwerkpleegzorg is (20 procent).”NOOT3

Er is niet veel onderzoek naar de kinderen van pleegouders. Is dat tekenend voor de aandacht voor hen in de wetenschap, het beleid en de praktijk?

“Er is maar weinig wetenschappelijk onderzoek naar alle aspecten van pleegzorg”, aldus Sebba. “Kinderen van pleegouders worden niet erkend als onderdeel van het pleegzorgteam. Daarom is het niet verbazingwekkend dat er maar weinig aandacht voor hen is.” Höjer: “We zijn gewend kinderen te zien als ontvangers van zorg, niet als gevers van zorg. Kinderen en jongeren worden beschouwd als ‘passieve zorgontvangers’ en niet als ‘actieve zorgverleners’ in het gezin. Dat is mogelijk een reden waarom de inbreng van kinderen van pleegouders aan het pleegzorgproces niet erkend wordt en waarom ze zo weinig aandacht krijgen van praktijkwerkers en onderzoekers.”

Maar als ze gezien moeten worden als ‘actieve zorgverleners, betekent dat niet teveel verantwoordelijkheid?

Sebba: “Uit enkele studies kwam wel naar voren dat het nodig is om kinderen van pleegouders te beschermen tegen teveel verantwoordelijkheid, maar dit werd vooral door de pleegouders en professionals gezegd en niet door de kinderen zelf. De kinderen lijken juist erkenning te willen voor de rol die ze hebben.” Höjer vult aan: “Ik denk dat het een professionele uitdaging is voor pleegzorgwerkers om pleegouders en hun kinderen te helpen om een goed evenwicht te vinden bij de taakverdeling en betrokkenheid bij het pleegzorgproces, op zo’n manier dat het passend is voor elk kind en iedere jongere.”

Wat trof u als de meest opmerkelijke uitkomst?

“Wat mij opviel is hoe nadenkend, gevoelig en zorgzaam kinderen en jongeren eigenlijk zijn”, zegt Höjer, “en ook dat ze trots zijn op hun vermogen om moeilijke levensomstandigheden van andere mensen te begrijpen. De andere kant van de medaille van de ‘les in inlevingsvermogen’ is ook belangrijk. Veel van de kinderen van pleegouders vinden dat hun ouders weinig tijd voor hen hebben, zo erg soms dat ze zich zelfs verwaarloosd voelen door hun eigen ouders.” Sebba sluit hierop aan: “Ik vond het opmerkelijk en verontrustend dat kinderen van pleegouders soms hun eigen problemen verbergen, omdat ze denken dat hun ouders al genoeg aan hun hoofd hebben. Omdat ze willen dat de plaatsing slaagt, willen ze hun eigen problemen met pleegzorg niet uiten.”

Wat vonden de kinderen van pleegouders moeilijk aan pleegzorg?

“Het moeilijkste was om spullen te delen en om de aandacht van hun ouders te delen”, antwoordt Höjer. “Jongere kinderen vonden agressief gedrag, liegen en stelen van het pleegkind lastig. Oudere kinderen en jongeren vonden het moeilijk om de teleurstelling van de pleegkinderen te zien wanneer de biologische ouders zich niet aan hun beloften hielden of niet kwamen opdagen bij bezoeken.” Sebba: “Sommige kinderen van pleegouders vonden het confronterend als maatschappelijk werkers het pleegkind meenamen voor een traktatie terwijl zij overgeslagen werden. Ook was het moeilijk wanneer ze vanwege geheimhouding niet aan vriendjes mochten uitleggen waarom het pleegkind zich op een bepaalde manier gedroeg.”

Wat vonden ze leuk aan pleegzorg?

Sebba: “Sommigen vonden het fijn om het pleegkind te ‘helpen’ of om er een soort broertje, zusje of vriendje bij te hebben. Wat ze positief vonden aan pleegzorg was dat ze steeds beter de problemen van andere kinderen begrepen, terwijl ze tegelijkertijd beseften hoeveel geluk zij zelf hadden.” “Klopt”, zegt Höjer, “ze vonden het leuk om een grote familie te hebben met veel broertjes en zusjes. En ze wilden graag een verschil maken in het leven van een kind, positieve veranderingen zien en voelen dat zij echt iets hadden bijgedragen.”

Wat moeten gezinnen met eigen kinderen weten als ze aan pleegzorg beginnen?

“Bij enkele studies zie je dat de kinderen van pleegouders en de pleegkinderen qua leeftijd niet te dicht op elkaar moeten zitten”, zegt Höjer. “In ons pleegzorgonderzoek in Zweden vonden we dat een groter leeftijdsverschil samenging met een betere relatie.” Sebba nuanceert: “De studies in het overzichtsartikel spraken elkaar wel tegen wat betreft leeftijden, zeker als het gaat om de vraag of het pleegkind altijd de jongste zou moeten zijn. Daarbij moet elke situatie apart ingeschat worden en regels niet klakkeloos worden toegepast. Voor gezinnen die pleegzorg overwegen is het belangrijk om de kinderen van pleegouders als deel van het team vanaf het begin te betrekken bij beslissingen, te zorgen voor tijd met hen alleen en te luisteren naar wat ze te zeggen hebben.”

NOOT 1 Het gaat hier om de biologisch eigen kinderen van pleegouders.

NOOT 2 Höjer, I., Sebba, J., & Luke, N. (2013). The impact of fostering on foster carers’ children. An international literature review. Oxford: Rees Centre for Research in Fostering and Education. Zie: http://reescentre.education.ox.ac.uk/about-us/impact-of-fostering-on-foster-carers-children

NOOT 3 In Nederland bestaat pleegzorg voor ongeveer 40 procent uit netwerkpleegzorg. www.pleegzorg.nl

********
KADER
********

Rees Centrum
Het Rees Centrum voor Onderzoek naar Pleegzorg en Opvoeding van de Universiteit van Oxford, Engeland, wordt gefinancierd door de Core Assets Group, een internationaal centrum voor jeugdzorg. Dit centrum stelt zich ten doel een verschil te maken in het leven van jonge mensen in de jeugdzorg, door middel van onderzoek naar pleegouders, (pleeg)kinderen en de professionals die met hen werken. Het Rees Centrum publiceert Engelstalige nieuwsbrieven en overzichtsartikelen van wetenschappelijk onderzoek.
http://reescentre.education.ox.ac.uk


Tags: ,