Kinderen uit alle landen zijn welkom

De Turkse pleegvader Mehmet en zijn vrouw Mehtap nemen alle kinderen in huis, ongeacht kleur of geloof. In acht jaar tijd woonden 24 kinderen uit verschillende landen in hun gezin. De kinderen hebben veel ellende meegemaakt en ze hebben tijd nodig om hun pleegouders te leren vertrouwen.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Mehmet: “Onze zoon Yunus Emre is 8 jaar en onze pleegzoon Alex is 16 jaar. Ik doceer filosofie. Mehtap werkt momenteel niet.”

Hoe kwamen jullie ertoe om pleegouders te worden?
“Ik kwam voor het eerst met pleegzorg in aanraking toen mijn zus pleegouder werd. Haar pleegkind Nur trok bij haar in toen het 8 jaar was. Ik heb het meisje zien opbloeien met de tijd. Het pleegouderschap vond ik betekenisvol. Inmiddels is Nur een jaar of 22 en mijn zus heeft nog dagelijks contact met haar. Met steun van mijn zus heb ik me in 2005 aangemeld als pleegouder.”

Hoe reageerde de omgeving en jullie familie op het pleegouderschap?
“We kregen wisselende reacties: ‘Wat knap dat jullie zo’n verantwoordelijkheid op jullie willen nemen en deze kinderen ondersteunen en begeleiden’. Maar ook: ‘Je kunt het toch niet maken dat je een puber in huis neemt. Mag dat wel volgens de Islamitische richtlijnen?’ Een enkeling vond zelfs dat ik de kinderen na hun twaalfde niet meer onder mijn hoede moest nemen en maar moest ‘teruggeven’ aan de pleegzorginstantie.”

Hoe ziet de begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Er is begeleiding als we erom vragen. De begeleiding verschilt, afhankelijk van het kind. Omdat we in eerste instantie geen pleegkind kregen toegewezen vanuit OCK het Spalier, besloten we ons aan te melden bij NIDOS, een instelling die alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA) plaatst in pleeggezinnen. Een aantal keren per jaar vinden er intervisiegesprekken plaats bij Nidos. Pleeggezinnen en pleegkinderen komen bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren.”

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
“Ik zou graag meer handvatten krijgen om beter om te gaan met getraumatiseerde kinderen. In acht jaar tijd hebben we 24 AMA’s in huis gehad. Deze kinderen hebben veel ellende meegemaakt in het land van herkomst. De verhalen over hun verleden, de verliezen die ze hebben geleden en de reis die ze hebben gemaakt zijn indrukwekkend. Ik ken inmiddels alle details van deze reizen. De routes die ze afleggen, de volgepropte boten en vrachtwagens. Deze kinderen zijn eerst wantrouwend. Ze hebben tijd nodig om ons te leren vertrouwen en hun moeilijke verleden een plaats te geven.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“Deze jongeren hebben meestal geen ouders in Neder­land. Bij een klein aantal kinderen zijn de ouders overleden. Het contact met de ouders of naasten vindt meestal telefonisch plaats.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
“De jongeren spreken aanvankelijk geen Nederlands. Het communiceren gaat eerst via mimiek en gebaren. Soms roepen we de hulp in van een tolk. We hadden een tijdje een AMA in huis die Tamil was. Twee weken lang at deze jongen alleen boterhammen met jam. We hadden moeite om te achterhalen waarom en we belden een tolk. De jongen vertelde: ‘Ik ben een Boeddhist en leef nu in een Islamitisch pleeggezin. Vanwege mijn geloof eet ik geen vlees.’ Daarna hielden we rekening met zijn dieetwensen. Omdat deze jongeren de taal niet machtig zijn, komen we andere problemen tegen. Het vinden van geschikte sociale activiteiten is problematisch, zoals een stage of computercursus.”

Hoe gaat jullie zoon met jullie pleegzoon om?
“Yunus Emre fungeert meestal als vertaler. Het is op­merkelijk hoe kinderen met elkaar communiceren, zonder dat ze dezelfde taal spreken. Tot nu toe is het contact tussen de pleegkinderen en hem positief.”

Zijn er momenten waarop jullie denken: we hadden hier nooit aan moeten beginnen.
“We hebben natuurlijk wel moeilijke tijden gehad. Een wat ouder pleegkind heb ik bijvoorbeeld een aantal keren betrapt op het stelen van geld. Hij heeft kort erna een klasgenoot mishandeld, waarop ik hem heb aangesproken op zijn gedrag. Hij reageerde agressief. Dat was de druppel voor ons. Hij is meteen in een tehuis geplaatst.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.
“Een pleegkind werd ernstig ziek. Na een moeilijke reis uit Afghanistan waren zijn nieren bijna verwoest. Zijn situatie was kritiek. Hij werd opgenomen en kreeg twee weken lang een zware kuur. Ik heb vrij genomen en was dag en nacht bij hem. De blik in zijn ogen heeft me erg geraakt. Het was een blik van angst, gemengd met dankbaarheid. Hij heeft het uiteindelijk gered.”


Tags: ,