Hulpverleners onder de loep

In 2014 moet iedere medewerker in de jeugdhulpverlening zich registeren. Dit is terug te vinden in de Wet op de jeugdzorg. De registratie verplicht tot bijscholing, intervisie, supervisie en vakverdieping. Daarnaast zal de hulp­verlener met het registreren onder het tuchtrecht gaan vallen. Pleegzorg maakt deel uit van jeugdzorg. Daarmee vallen pleegzorgbegeleiders ook onder de hulp­verleners die zich moeten regi­streren.

De afgelopen jaren is jeugdzorg een aantal keren in het nieuws gekomen en niet op een positieve manier. Hierdoor heeft jeugdzorg een slechte naam gekregen. Het beeld ontstond dat er niet professioneel wordt gewerkt. Onderzoek wees uit dat jeugdzorg onvoldoende scoort op een aantal punten die de professionaliteit van een sector kenmerken. In de medische wereld is bijvoorbeeld duidelijker waaraan je moet voldoen om het beroep te mogen uitoefenen. In 2007 kwamen daarom vertegenwoordigers van verschillende partijen bijeen om de jeugdhulpverlening steviger in het zadel te helpen.

Wie doet wat?
Dit resulteerde in het ‘Actieplan Professionalisering Jeugdzorg’, dat werd gepresenteerd aan de toenmalige minister Rouvoet. Ontwikkeling van een overzichtelijke en samenhangende beroepenstructuur was een van de doelen. Oftewel: wie doet wat en hoe werk je samen? Andere doelen waren: invoering van beroepsverenigingen, beroepsregistratie en tuchtrecht voor de gehele jeugdzorg. Verder moeten beroepsopleidingen en nascholingsmogelijkheden worden geactualiseerd. Het ministerie maakte geld vrij om het actieplan uit te voeren. In november 2012 stemde de ministerraad in met het wetsvoorstel ‘Professionalisering Jeugdzorg’. In april 2013 keurde de Tweede Kamer dit wetsvoorstel goed. In 2014 moeten alle jeugdzorgwerkers en gedrags­wetenschappers in de jeugdzorg geregistreerd zijn. Instellingen zijn dan verplicht om met geregistreerde professionals te werken.

Structureren en registreren
Van alle voorzieningen, beroepen en functies binnen de jeugdzorg is een overzicht gemaakt(1). Zo kwam er duidelijkheid over de rol van alle medewerkers in de jeugdzorg. Daarnaast werd gekeken hoe HBO-ers en academici elkaar in het werk aanvullen. Aan de hand van dit overzicht werden twee competentieprofielen opgesteld: een voor jeugdzorgwerkers en een voor gedragswetenschappers.

Of een hulpverlener aan de verwachtingen van de cliënt kan voldoen, hangt af van drie zaken. Allereerst is het belangrijk dat de hulpverlening goed wordt georganiseerd, bijvoorbeeld dat er voldoende personeel is. Daarnaast heeft een hulpverlener goede materiële voorzieningen nodig, zoals een prettige kamer voor begeleid bezoek. Voor deze zaken is de instelling verantwoordelijk. Ook belangrijk is dat een hulpverlener kennis van zijn werk heeft, met name met betrekking tot doelmatigheid, effectiviteit en cliënt­gerichtheid. Dat laatste zijn de ‘beroepskwalificaties’ of ‘competenties’ van een hulpverlener. Daar richt het beroepsregister zich op. De pleegzorgwerker die een aanvraag doet om geregistreerd te worden, wordt dan ook getoetst op opleiding en werkervaring. Daarnaast moet diegene aangeven hoeveel uren er besteed is aan het doorspreken van het werk (de zogeheten reflectie). Pas wanneer een pleegzorgwerker aan de gestelde criteria voldoet, beschikt hij over voldoende competenties om te worden geregistreerd.

Door zich te registreren bij een beroepsregister verbindt een hulpverlener zich aan de beroepscode, een document waarin de waarden en kernkwaliteiten staan beschreven. De jeugdzorg kent straks twee hoofdberoepen, die van jeugdzorgwerker (HBO-niveau) en die van gedragswetenschapper in de jeugdzorg (orthopedagogen en psychologen). Voor beide beroepsgroepen zijn er eigen organisaties om zich bij te registreren.

Tuchtrecht
Hulpverleners verbinden zich, wanneer zij zich registreren, meteen ook aan het tuchtrecht. Het hele vraagstuk van tuchtrecht in de jeugdzorg kwam op de agenda door de Savannah-zaak. De strafzaak tegen de gezinsvoogd van de peuter Savannah heeft indertijd veel stof doen opwaaien. Tuchtrecht betekent dat een hulpverlener te maken krijgt met het tuchtcollege als hij in een situatie komt waarin getwijfeld wordt of het handelen wel correct was. Dit college bestaat uit professionals uit de sociale sector. Het tucht­college heeft de mogelijkheid om iemand ‘vrij te spreken’, te waarschuwen en in het allerergste geval het recht op registratie te ontnemen. Dat laatste houdt in dat de hulpverlener geen aanstelling meer kan krijgen binnen jeugdzorg.

Hoewel een tuchtrechtelijke maatregel zeker als straf zal worden ervaren, is tuchtrecht iets anders dan strafrecht. Bij strafrecht gaat het om de vraag of iemand volgens het Wetboek van Strafrecht al dan niet schuldig is. Bij tucht­recht staat de vraag centraal of iemand zich aan de beroepscode heeft gehouden. Het tuchtrecht is er naast het klacht­recht. Het is dus nog steeds mogelijk om ook een klacht in te dienen. Zo nodig kan een directie naar aanleiding van de klacht ingrijpen. Iemand kan bijvoorbeeld worden over­geplaatst of verplicht worden om excuses aan te bieden. Ook kan een civielrechtelijke procedure tegen een hulp­verlener worden gestart. Dan draait het veelal om een claim of schadevergoeding, zoals een financiële compensatie. Al deze procedures kunnen naast elkaar bestaan: een cliënt kan een klacht- en/of civielrechtelijke procedure beginnen, de beroepsvereniging een tuchtrechtelijke en het OM een strafrechtelijke.

Onderwijs
Tot nu toe kwamen van verschillende HBO-opleidingen studenten die aan het werk konden als jeugdwelzijnswerker (waar pleegzorg ook onder valt). Inmiddels is nagegaan welke competenties er nodig zijn voor een beginnend jeugd­zorgwerker. De opleidingen hebben aan de hand hiervan een uitstroomprofiel gemaakt. Een hogeschool is niet verplicht het uitstroomprofiel jeugdzorgwerker aan te bieden, maar als een school ertoe overgaat, gelden landelijke afspraken. Studenten die aan dit profiel voldoen, studeren af met een diploma waarmee ze zich direct kunnen laten registreren.

Daarmee is het met studeren nog niet klaar. Om de registratie te behouden, moet de jeugdzorgwerker blijven leren. Iedere vijf jaar is een herregistratie nodig en daarvoor moet geaccrediteerde nascholing worden gevolgd. Accreditatie is een beoordeling van de kwaliteit van de nascholing. ‘Geaccrediteerd’ wil zeggen: een inhoudelijk goede cursus. Met het volgen van een geaccrediteerde cursus kunnen punten verkregen worden. Door het behalen van voldoende registerpunten voldoet een hulpverlener aan de eis.

Topdrukte
Door de wettelijke verplichting tot registratie komen er veel aanmeldingen. Om de snelle groei op te vangen, is het aantal medewerkers van BAMw (het Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers) de afgelopen maanden fors uitgebreid en inmiddels verhuisd naar een groter pand.

De CAO Jeugdzorg kent geen minimale diploma-eisen (wel niveaus), waardoor mensen met een mbo-diploma die werkzaam zijn op een hbo-functie of andersom en wetenschappelijk opgeleiden op een functie op hbo-niveau zich moeten zien te registreren. Er ligt dus zeker nog een uitdaging voor alle partijen om uiteindelijk tot registratie van alle jeugdzorgmedewerkers te komen. <

(1) Het geheel van voorzieningen en functies in de jeugdzorg is beschreven in ‘Jeugdzorg in kaart, wettelijke kaders, voorzieningen, beroepen en functies in de jeugdzorg’ (SWP, Amsterdam, 2008).

 

 


Tags: ,