Ervaring en frisheid: een tweegesprek

Pleegzorgbegeleiders hebben een be­langrijke en ingewikkelde baan. Ze ondersteunen het pleegkind, de ouders en pleegouders en proberen de terug­keer van het kind naar de ouders mogelijk te maken. Ook informeren ze pleegouders over regelgeving, juri­dische en financiële zaken. Een jonge en een oudere pleegzorgbegeleider gingen met elkaar in gesprek over hun werk.

Coos Thomas (64 jaar) begeleidde tal van pleeggezinnen bij De Rading in Utrecht en is sinds kort met prepensioen. Ze heeft een schat aan ervaring en was jarenlang zelf pleeg­ouder. Matthijs de Vries (28 jaar) is sinds enkele maanden pleegzorgbegeleider bij De Rading.

Wat zijn de grootste verschillen tussen pleegzorg vroeger en nu?
Coos: “Vroeger haalde je een kind uit huis en mochten de ouders het kind een half jaar niet zien. Met ouders werken was er niet bij. Je hield hen het liefst op grote afstand van het pleeggezin. Kinderen voelden hierdoor vaak geen toestemming van hun ouders om in een pleeggezin te wonen. Zulke plaatsingen waren – achteraf gezien – gedoemd om te mislukken. Nu betrek je ouders al voor het begin van een plaatsing bij de hulpverlening. Je praat en evalueert met hen en ze kunnen zelfs begeleiding krijgen bij het accepteren van een plaatsing. Een grote verandering is dat pleegzorg van vraaggericht nu veel meer aanbodgericht werkt. Er worden steeds meer cursussen en interventies ‘opgelegd’ aan pleegouders. We vragen meer van hen. Vroeger werd het begeleiden van bestandsplaatsingen en netwerkplaatsingen meer uit elkaar gehaald. Ik vind netwerkpleegzorg nog steeds een apart specialisme. Tegen­woordig moeten werkers beide soorten pleegzorg kunnen begeleiden.”
Matthijs: “Ik moet inderdaad beide soorten pleegzorg begeleiden, maar ik zie ook wel dat netwerkgezinnen een andere categorie vormen. Bestandsgezinnen kiezen meer voor kinderen vanuit pedagogische overwegingen. Netwerk­gezinnen doen het heel erg uit liefde, maar ze zijn misschien weleens een tikje minder capabel in pedagogisch opzicht.”

Welke ervaring en expertise heeft een pleegzorgbegeleider nodig?
Coos: “Je moet kennis hebben over hechting, pedagogiek, de ontwikkeling van het kind, gezinsachtergronden en trauma’s en je moet meerzijdig partijdig kunnen zijn.”
Matthijs: “Ik heb me verdiept in hechting en gezinssystemen. Specifiek voor pleegzorg vind ik kennis over hechting en loyaliteit nodig. Verder vind ik dat je dit werk niet zonder passie kunt doen, maar je moet uitkijken voor teveel betrokkenheid.”
Coos: “Ja, je moet oppassen waar pleegzorg je eigen geschiedenis of je gezinssituatie raakt. Het is wel fijn dat je altijd dingen kunt bespreken met je team of je leiding­gevende. Werk en pleegouder zijn heb ik altijd uit elkaar kunnen houden, maar ik heb echt wel eens iets van het werk mee naar huis genomen.”

Welke nieuwe inzichten brengt een jonge pleegzorg­begeleider mee?
Matthijs: “Ik sta heel onbevangen en fris in mijn werk, ik heb nog geen oordelen. Dat lijkt me een voordeel. Ik maak bijvoorbeeld gemakkelijk contact met jongeren vanwege mijn opleiding en leeftijd. Even gamen, voetballen of op Facebook kijken met een jongere behoort ook tot mijn werkstijl.”
Coos: “Ja, daarin heeft Matthijs echt een voorsprong als werker. Ik zit zelf helemaal niet op Facebook.”
Matthijs: “Betrouwbaarheid vind ik ook heel belangrijk als werker; aanwezig zijn, doen wat je zegt en zeggen wat je doet, beter teveel vragen dan afwachtend zijn.”
Coos: “Je moet steeds investeren in het contact. Zaken regelen voor ouders of pleegouders is ook een mooie manier om een relatie met mensen op te bouwen en vertrouwd te worden.”

Met de Transitie van de Jeugdzorg in 2015 staan er veel veranderingen voor de deur. Hoe kijken jullie tegen de nabije toekomst van pleegzorg aan?
Matthijs: “Ik ben pas in dienst gekomen en weet niet hoe lang ik hier kan werken, omdat tijdelijke contracten niet meer verlengd worden. Ik hoop dat dit mijn hulpverlening niet gaat bepalen.”
Coos: “Ja, dat tijdelijke contracten niet meer vast worden, betekent ook dat je kennis van werkers weggooit.”
Matthijs: “Daarnaast hoop ik dat het doen van huisbezoeken aan pleeggezinnen niet verandert. Huisbezoeken blijven heel belangrijk, ook als het goed gaat in een gezin.”
Coos: “Ik ben heel bang dat men gaat zeggen: als pleegzorgplaatsingen goed lopen, kunnen pleegzorgbegeleiders wel minder vaak op huisbezoek gaan. Daardoor gaan caseloads omhoog en kunnen we de veiligheid van kinderen in pleeggezinnen niet meer waarborgen. Ook weet ik dat er wordt nagedacht over het meer gebruikmaken van e-mail en Skype in pleegzorgbegeleiding, vanwege kostenbesparing. Dat vind ik een slechte ontwikkeling. Huisbezoeken leveren altijd veel informatie op, bij gebruik van Skype kan van alles ‘verdoezeld’ worden.”

Wat is de noodzaak van het beroep pleegzorgbegeleider voor ouders, pleegouders en pleegkinderen?
Coos: “Pleegzorg is een moeilijke klus. Ik zeg weleens: het is net een baan in je privéleven. Daar heb je steun bij nodig van een professional, die de communicatie tussen de partijen op gang kan houden. Voor pleegouders voelt het vaak als een zware verantwoordelijkheid om het kind van een ander op te voeden. Het is goed dat er dan een professional met hen meekijkt. Dat meekijken is ook vanuit het oogpunt van veiligheid van een kind. Voor het pleegkind blijft het verder prettig dat er een neutraal iemand als de pleegzorgbegeleider bestaat.”

Eric Jansen


Tags: ,