De ideale gezinsvoogd

In 2013 heeft de Inspectie Jeugdzorg een rapport uitgebracht met de titel: De beste gezinsvoogd: een ideaaltype. De laatste tijd lezen we in de krant alarmerende berichten over de Bureaus Jeugdzorg: dreigende faillissementen, toenemende agressie van cliënten, 50 procent van de huidige werkzaamheden gaan vervallen door de transitie. Staat dit haaks op het ideaaltype gezinsvoogd?

Een goede (werk)relatie tussen gezinsvoogd en pleegouder is essentieel, wil de begeleiding, verzorging en hulp aan het pleegkind optimaal zijn en wil de plaatsing succesvol zijn. Toch is een goede relatie niet vanzelfsprekend. Dit blijkt onder andere uit het onderzoek ‘Pleegouders een investering waard’ van Peter van den Bergh (maart 2013). Meer dan de helft van de pleegouders heeft een enorm verloop ervaren onder gezinsvoogden. Ze geven daarbij aan dat een nieuwe gezinsvoogd vaak ook een ander beleid betekent voor hun pleegkind (49 procent). Een van de meest voorkomende klachten is dat pleegouders zich niet gehoord en niet serieus genomen voelen door de voogd.

Enorme opsomming van kwaliteiten
De Inspectie Jeugdzorg ziet de gezinsvoogdij als een van de cruciale taken binnen de jeugdzorg. De gezinsvoogd moet optimaal uitgerust zijn voor zijn taak en in tijden van transitie borg staan voor kwaliteit binnen de jeugdbescherming. Het rapport van de inspectie bevat dan ook een enorme opsomming van competenties en kwaliteiten die de ideale gezinsvoogd bezit. Het rapport bestaat uit vijf delen: de persoonlijke en professionele eigenschappen van de ideale gezinsvoogd en de eisen aan de opleiding, de organisatie en de toekomst. Het gehele rapport kunt u lezen op www.inspectiejeugdzorg.nl.

Persoonlijke eigenschappen
Marloes Wichman, als gezinsvoogd werkzaam bij Bureau Jeugdzorg Overijssel, was op ons verzoek bereid te reageren op het ideaaltype. “De enorme eisenlijst geeft de dagelijkse complexiteit van mijn werk als gezinsvoogd helder weer. Elke eis is belangrijk en draagt bij aan mijn functioneren als gezinsvoogd. Mijn intentie is om elke dag aan alle eisen te voldoen, maar ook ik maak fouten. Ik probeer dan transparant en eerlijk te zijn.” Volgens het rapport moet de gezinsvoogd de volgende persoonlijke eigenschappen hebben: de gezinsvoogd moet emotioneel stabiel, extravert, vriendelijk, nieuwsgierig, veerkrachtig, integer, open, warm, niet oordelend en betrokken zijn. Verder is de ideale gezinsvoogd duidelijk, opmerkzaam, flexibel, bevestigend, stimulerend en betrouwbaar.

Professioneel
Wat betreft de professionele eigenschappen: de ideale gezinsvoogd is effectief en transparant, werkt methodisch, heeft ervaring in het werken met gezinnen, is goed opgeleid en houdt kennis bij, staat open voor supervisie en reflecteert op eigen effectiviteit. Verder moet de gezinsvoogd adequaat gebruikmaken van zijn gezag en kunnen laveren tussen eisen stellen en vertrouwen winnen, tussen risico’s voor kinderen vermijden en begrip hebben voor de positie van ouders. Marloes noemt dit een behoorlijk lastig spanningsveld. “Verschillende normen en waarden spelen een essentiële rol. Het dwingende kader van de OTS is hierbij een extra moeilijkheid, waarbij het mijn taak is om te allen tijde het kind te beschermen. Een goede samenwerkingsrelatie met de gezinnen en wederzijds respect zijn voor mij belangrijke pijlers om met dit spanningsveld om te kunnen gaan. Ik moet per individuele casus een inschatting maken en er zijn geen zekerheden. Samenwerken met collega’s en werken binnen een multidisciplinair team vind ik belangrijk om blinde vlekken en tunnelvisie te voorkomen.”

Het rapport stelt ook dat de gezinsvoogd balanceert tussen betrokkenheid en distantie en een eigen positie durft in te nemen. De gezinsvoogd neemt essentiële beslissingen vanuit het kind op basis van feitelijke beoordeling, volgens een vaste procedure en nooit alleen. Marloes merkt daarbij op dat zij kritisch kijkt naar haar eigen opvattingen en ideeën en dat zij open staat voor wat de ander hierin beleeft. “Het is noodzakelijk dat ik grenzen stel. Ik doe dat op een respectvolle manier en heb als uitdaging om te overtuigen en gezamenlijkheid te creëren.”

Netwerk
Volgens het rapport heeft de gezinsvoogd een kritische blik op het netwerk en op de mogelijkheden en de problematiek van de ouders. Hij gebruikt zoveel mogelijk en systematisch actuele informatie van betrokkenen en benut waar mogelijk het netwerk van de cliënt. Daarnaast werkt hij samen met ketenpartners, deelt relevante informatie, coördineert zorg en kan duidelijk en waarheidsgetrouw rapporteren. Hij signaleert risico’s in de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Marloes vertelt dat in de hulpverlening het eigen netwerk zelf verantwoordelijk wordt gemaakt voor de oplossing van de problemen: het nieuwe Verve werken (Veiligheid en regie voor elk). “Professionals en gezinsvoogden hebben daarbij een ondersteunende rol en een beschermende taak naar het kind. Dit nieuwe werken spreekt me aan en geeft nieuwe uitdagingen. De draagkracht van de gezinnen wordt op deze manier vergroot en oplossingen houden beter stand.” Marloes vindt dat het nieuwe Verve werken de eisen van dit rapport ook als uitgangspunt voor het functieprofiel van de gezinsvoogd moet nemen.

Opleiding
Het rapport stelt ook eisen aan de opleiding van de gezinsvoogd en aan de organisatie waarbij de gezinsvoogd werkzaam is. De organisatie moet een heldere visie hebben op jeugdbescherming en op risicomanagement en de gezinsvoogd in staat stellen om gebruik te maken van wetenschappelijke praktijkkennis en hulpmiddelen. De gezinsvoogd moet een caseload hebben die is opgebouwd op basis van matching tussen gezin en gezinsvoogd. Marloes vertelt dat dit te weinig gebeurt. “De dagelijkse praktijk is een volle caseload en achter elkaar zaken draaien.” Het rapport stelt ook dat de organisatie duidelijke regie-afspraken moet hebben met ketenpartners, met de Raad voor de Kinderbescherming en met de jeugdgezondheidszorg.

Toekomst
Het rapport stelt als eisen voor de toekomst dat de gezinsvoogd werkt voor een gecertificeerde instelling, een recente VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag) heeft en geregistreerd is in een kwaliteitsregister. De ideale gezinsvoogd van de toekomst heeft het competentieprofiel van de generalist, aangevuld met overtuigingskracht. Dit betekent dat de gezinsvoogd ook over de competenties creativiteit, zelfontwikkeling, durf, coachen, samenwerken, netwerken, aanpassingsvermogen en innoverend vermogen dient te beschikken.

Marloes besluit na dit veeleisende rapport heel eenvoudig: “Ik blijf elke dag leren en het is voor mij een eer om te werken met gezinnen en kinderen die hulp nodig hebben.”

Reacties uit het veld
Wat gaat er in 2015 gebeuren? Bureaus Jeugdzorg zijn druk met de transitie Jeugdzorg. Dit blijkt ook uit de reactie van Jeugdzorg Nederland op het rapport van de inspectie: “Het rapport is met belangstelling ontvangen, maar beschrijft wel erg de ideaaltypische situatie (schaap met vijf poten). Het rapport wordt gelezen en besproken en gebruikt als ‘spiegel’, maar het is te weinig praktijkgericht om als basis voor beleid te kunnen dienen.” De inspectie Jeugdzorg zelf geeft aan geen duidelijke reactie te hebben ontvangen uit het veld op de notitie.

********
KADER
********

Langs de lat
Wat vinden anderen uit de pleegzorgpraktijk van deze waslijst met eigenschappen? Om het hen wat gemakkelijker te maken hebben we de eigenschappen (109 in totaal) uit de notitie in een tabel gezet. We vroegen een pleegouder, een pleegkind en een pleegzorgwerker: welke eigenschappen vind jij belangrijk?(NOOT1)

Pleegouder
Persoonlijke eigenschappen: 16 (van 18)
Professionele eigenschappen: 29 (van 48)
Opleidingseisen: 10 (van 15)
Organisatie-eisen: 11 (van 18)
Eisen aan de toekomst: geen mening

“Peter is voor mij de ideale voogd. We hebben zeker zes jaar samengewerkt in de zorg voor onze pleegzonen. Als ik hem langs deze lat leg, dan doen wat mij betreft de persoonlijke eigenschappen er toe. Of hij wel of niet methodisch werkt en of hij competenties heeft geleerd tijdens zijn opleiding, vind ik niet zo belangrijk. Misschien heb ik er indirect profijt van gehad.”
Erika

Pleegkind
Persoonlijke eigenschappen: 14 (van 18)
Professionele eigenschappen: 45 (van 48)
Opleidingseisen: 14 (van 15)
Organisatie-eisen: 16 (van 18)
Eisen aan de toekomst: 10 (van 10)

“Wat een eisen, veel ervan vind ik een ‘open deur’. Vandaar ook dat ik bijna bij alle eigenschappen ‘belangrijk’ heb ingevuld. De hoeveelheid eisen vind ik wel realistisch, omdat je als kind in een bedreigende situatie ook die mate van kwaliteit en professionaliteit nodig hebt. Als competentie zou ik graag willen toevoegen: scherp beoordelingsvermogen om door een situatie ‘te prikken’ en een ‘niet-pluis gevoel’ kunnen benoemen en daarnaar handelen.”
Sonja

Pleegzorgwerker
Persoonlijke eigenschappen: 17 (van 18)
Professionele eigenschappen: 42 (van 48)
Opleidingseisen: 13 (van 15)
Organisatie-eisen: 17 (van 18)
Eisen aan de toekomst: 9 (van 10)

“Een open blik vind ik belangrijker dan ervaring. Een gezinsvoogd moet vooral een teamspeler zijn en kunnen samenwerken. Andere noodzakelijke eigenschappen zijn respect en flexibiliteit, waardoor je tussentijds je aanpak kunt wijzigen en de eigenschappen durf en creativiteit: een gezinsvoogd moet buiten gebaande wegen durven gaan.”
Carla

NOOT1 De lijst met eigenschappen van de ideale gezinsvoogd kunt u vinden op onze website.
http://www.mobiel-pleegzorg.nl/2014/02/lijst-met-eigenschappen-van-de-ideale-gezinsvoogd-2/

Auteurs: Marion Kruis en Maud Verhoofstad

 


Tags: ,