Voorrang voor gehechtheid

Gehechtheid speelt te weinig een rol als er beslissingen over pleegkinderen genomen worden. Dat moet en kan anders! Dat betoogde redactielid Femmie Juffer tijdens haar lezing ‘Voorrang voor gehechtheid binnen pleegzorg’ bij de jubileumdag Mobiel en WAT?! live op 2 november. Dit artikel is een weergave van deze lezing.

Als er onvoldoende rekening wordt gehouden met de gehechtheid van pleegkinderen, worden banden onnodig verbroken en worden pleegkinderen te vaak overgeplaatst. Gehechtheid moet voorrang krijgen, zodat pleegkinderen een veilig thuis vinden en houden in hun pleeggezin. In een fictieve reconstructie zien we hoe het Dennis vergaat in zijn leven, welke beslissingen er genomen worden en welke mythes er over gehechtheid leven.(1)

Dennis: in tien jaar tijd op zeven adressen
Dennis is 16 jaar en woont sinds vier jaar in een gezinshuis. Op zijn tweede werd hij uithuisgeplaatst naar een crisispleeggezin. Er volgden vele overplaatsingen: van crisis­opvang naar pleegzorg, naar leefgroep en weer terug. Op zijn twaalfde heeft hij in tien jaar tijd op zeven verschillende plekken gewoond. Laten we het leven van Dennis eens volgen en de genomen beslissingen onder het vergrootglas leggen van de huidige wetenschappelijke kennis over gehechtheid.

“Dennis (2 jaar) werd ernstig verwaarloosd door zijn moeder en hij toont dan ook geen enkel hechtingsgedrag naar haar. Hij reageert niet op haar gaan en komen en is erg passief. In een pleeggezin zal hij zich mogelijk alsnog kunnen gaan hechten (…).”

Dat een kind van twee jaar ‘niet gehecht’ of ‘nog niet gehecht’ zou zijn, is een mythe. Elk kind hecht zich in zijn eerste levensjaar. Een kind kan gehechtheid niet verdringen, uitstellen of in een wachtstand zetten. Kinderen hechten zich ook aan verwaarlozende of mishandelende ouders, maar dan wel op een onveilige manier.

“Dat Dennis (3 jaar) zich goed gehecht heeft aan zijn pleeg­ouders is een pre bij de voorgenomen terugplaatsing en een goede start voor de hechting aan zijn ouders (…).”

Ook dit is een misverstand. Gehechtheid kan niet mee in de koffer! Kinderen kunnen leren lopen (fietsen, schaatsen) bij hun pleegouders en deze vaardigheid meenemen als zij teruggaan naar hun eigen ouders, maar gehechtheid kunnen ze niet meenemen.

Gehechtheid is de unieke band tussen het kind en de persoon die dagelijks voor hem zorgt.

“Terugplaatsing blijkt toch niet mogelijk te zijn en daarom is er voor een ander tijdelijk pleeggezin gekozen. Gelukkig hebben deze pleegouders geen adoptieve instelling; zij weten dat Dennis terug naar huis zal gaan (…).”

Lang (nog steeds?) mochten pleegouders geen ‘adoptie-instelling’ hebben. In de praktijk betekende dit dat pleeg­ouders hun pleegkinderen niet als ‘eigen’ kinderen mochten beschouwen en dat de kinderen zich niet te sterk aan hen mochten hechten. Ook dat is achterhaald. Kinderen gaan zich altijd hechten aan degene die dagelijks voor hen zorgt, zij kunnen niet anders. Als de pleegouder dat probeert af te houden, zal het kind niet op de pleegouder durven te vertrouwen. Onveilige gehechtheid is de prijs die dan betaald wordt.

“Nu terugplaatsing voorgoed van de baan is en hij te druk is voor dit pleeggezin, is een leefgroep voor de vierjarige Dennis een goede oplossing (…).”

Jonge kinderen horen niet in een kindertehuis. Verzorgers komen en gaan en wisselen elkaar voortdurend af. Het kind kan niet op vaste ouderfiguren rekenen die er dag en nacht voor hem zijn. Uit onderzoek weten we dat dit fataal is voor het ontstaan van goede gehechtheid, de meeste kinderen in tehuizen zijn dan ook onveilig gehecht.

“Dennis is nu zes jaar en door de vele trauma’s en scheidingen is hij onveilig gehecht. Gezien zijn leeftijd is kans op herstel echter zeer gering (…).”

Ook dit is een mythe, een mythe die helaas ook lang door experts in leven is gehouden. Er is geen leeftijdsgrens aan het ontstaan van veilige gehechtheid, niet in de kindertijd en niet in de volwassenheid. Ook een ouder kind verdient een kans om zich alsnog veilig te hechten in een gezins­omgeving.

“Dennis (16 jaar) heeft een goede basis meegekregen in het gezinshuis waar hij vier jaar woont en dat helpt hem bij de overplaatsing naar een fasehuis waar hij zelfstandig kan leren wonen (…).”

Het is een misvatting dat veilig gehechte kinderen een scheiding of overplaatsing goed aankunnen. Onderzoek laat duidelijk zien dat meer overplaatsingen bij kinderen samengaan met meer problemen.

Elke overplaatsing telt en laat littekens na. We moeten daarom stabiele relaties koesteren en beschermen en elke onnodige overplaatsing voorkomen.

Dennis: een vaste plek in een pleeggezin
In het leven van Dennis werd te weinig rekening gehouden met gehechtheid. Hoe zou het met Dennis kunnen gaan als we wel voorrang aan gehechtheid geven?

De tweejarige Dennis gaat naar een tijdelijk pleeggezin, de familie Jansma. Dit gezin heeft aangegeven dat zij een permanent pleeggezin willen zijn als de terugplaatsing niet lukt. Omdat het gedrag van Dennis moeilijk te hanteren is, krijgen de pleegouders hulp bij de opvoeding met video­begeleiding. Zo krijgen zij handvatten voor zijn verstoorde gehechtheidsgedrag.

De hulp aan de eigen ouders wordt snel in gang gezet, maar er zijn onvoldoende aanwijzingen dat zij de opvoeding weer zelf kunnen oppakken. Dennis blijft daarom bij de familie Jansma. Opeens komt dan de vraag of Dennis niet beter past in het netwerkpleeggezin waar zijn zusje woont. De pleegouders worden als belanghebbenden gehoord en zij vinden net als de kinderrechter dat het tegen het belang van Dennis is om overgeplaatst te worden. Dit wordt dan ook besloten en Dennis blijft waar hij zit. De omgangsregeling met de eigen ouders blijft bestaan.

Als Dennis zeventien is denken de pleegouders na over hoe ze hem kunnen helpen om zelfstandig te worden. Mocht verlengde pleegzorg niet mogelijk zijn, dan blijft Dennis gewoon bij hen horen, vinden de pleegouders.

Nu Dennis veertig jaar oud is – even oud als Mobiel! – en zelf kinderen heeft, voelt hij zich nog steeds thuis bij zijn pleegouders en heeft hij een goede band met hen.

In het laatste scenario werden overplaatsingen voorkomen en was er oog voor het beschermen van gehechtheids­relaties. Kinderen als Dennis moeten op hun pleegouders kunnen bouwen en vastigheid ondervinden als zij opgroeien van kind naar volwassene. Daarom moeten we als echte ‘mythbusters’ bestaande mythes doorprikken en voorrang geven aan gehechtheid binnen pleegzorg.

(1) Juffer, F. (2010). Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties. Inzichten uit gehechtheidsonderzoek. Raad voor de Rechtspraak. Downloaden via: http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/ Publicaties-En-Brochures/Researchmemoranda/Pages/Research-Memoranda-2010.aspx

 

 

 


Tags: ,