Met zevenmijlslaarzen naar de toekomst

7 stappen naar meer pedagogische kwaliteit in pleegzorg

Van de ene op de andere dag ben je pleegouder. Je krijgt een telefoontje over een kind dat naar een nieuw gezin moet. Er was een voorbereidende cursus van tien avonden, maar de praktijk blijkt ingewikkelder dan de theorie. Soms wil je met zevenmijlslaarzen in de toekomst stappen: wat gaat er van dit kind worden? Ook begeleiders in pleegzorg kampen met moeilijkheden in de praktijk. Soms willen zij met zevenmijlslaarzen in de toekomst stappen om te zien of knelpunten worden opgelost.

1 Meer stabiliteit en continuïteit

Pleegkinderen hebben ten minste één keer een verplaatsing vanuit hun vertrouwde omgeving naar een nieuwe omgeving meegemaakt. Dit is een indrukwekkende en soms zelfs traumatische ervaring die lijnrecht staat tegenover kernwaarden van de ontwikkelingspsychologie. Voorwaarden voor een positieve ontwikkeling van een kind zijn: stabiliteit, voorspelbaarheid, duidelijkheid, betrouwbaarheid en duurzame emotionele relaties met volwassenen. Binnen pleegzorg moet gestreefd worden naar stabiliteit en continuïteit in het leven van deze toch al kwetsbare kinderen. In het wetsvoorstel ‘Herziening kinderbeschermingsmaatregelen’ staat dat continuïteit binnen de opvoeding meegenomen moet worden bij besluiten over kinderbeschermingsmaatregelen. Een stabiele leefomgeving is van belang voor een kind en dat moet zwaar wegen in beslissingen over terugplaatsing naar de ouders of overplaatsing naar een ander pleeggezin. Consequente naleving hiervan is een belangrijke stap naar meer kwaliteit in pleegzorg.

2 Kortere procedures

Een hardnekkig probleem is dat doel en duur van de plaatsing vaak onduidelijk zijn. Dit zorgt voor bestaansonzekerheid bij het kind. Pleegkinderen kunnen dan terughoudend zijn in emotionele relaties met hun pleegouders. Definitieve beslissingen over de verblijfplaats van een kind moeten zo snel mogelijk genomen worden. In de wet is vastgelegd dat het besluit bij jonge kinderen binnen een half jaar genomen moet worden en bij oudere kinderen binnen een jaar. Dit streven wordt in veel gevallen niet gehaald vanwege wachtlijsten voor bijvoorbeeld een behandeling van de ouder of door slechte samenwerking van instanties. In de praktijk is het niet ongewoon dat jonge kinderen pas na twee jaar weten of ze in het pleeggezin blijven wonen of weer naar huis gaan. In de lange periode dat het kind in een pleeggezin verbleef, zijn gehechtheidsrelaties opgebouwd die bij terugplaatsing verbroken worden. Dit is schadelijk voor de emotionele ontwikkeling van het kind. Daarom moet de termijn van een half jaar tot een jaar worden nageleefd.

3 Pedagogische ondersteuning voor elke pleegouder

Pleegouders verdienen het om tijdens de plaatsing van het pleegkind pedagogische steun te ontvangen. Pleegouderschap houdt niet alleen het lichamelijk verzorgen en pedagogisch sturen van het kind in. Het gaat ook om een vertrouwensrelatie waarbij het kind zich veilig, gewaardeerd en geliefd voelt. Een voorwaarde voor goede hechting is een sensitieve opvoeding. Sensitiviteit betekent dat de opvoeder signalen en gedrag van het kind goed waarneemt en snel en passend reageert. Pleegouders moeten begeleiding krijgen om sensitief te leren reageren. Wat passend opvoeden is, kan per kind verschillen. Daarom moeten pleegouders persoonlijke begeleiding krijgen in de omgang met een nieuw kind, bijvoorbeeld met videobegeleiding. Hierbij wordt het opvoedingsgedrag van de pleegouders gefilmd en later besproken. Pleegouders leren zo om het eigen opvoedingsgedrag aan te passen aan het kind.

4 Gehechtheidsdiagnose voor elk pleegkind

Een goede gehechtheid van het pleegkind aan een pleegouder is belangrijk. Studies tonen aan dat veilige gehechtheid een sterke voorspeller is van goede ‘kinduitkomsten’, ook als het kind een moeilijk verleden achter zich heeft. Als kinderen onveilig gehecht zijn, blijkt dat uit verschillende gedragingen die niet passen bij de normale kindontwikkeling. Onveilig gehechte kinderen hebben meer kans op ontwikkelingsstoornissen, psychische problemen en gedragsproblemen. Het is belangrijk om op tijd in te grijpen als een kind onveilig gehecht is. Zeker bij onveilig gehechte pleegkinderen, omdat zij een negatief verleden of een scheiding van de ouders hebben meegemaakt. Als er een gehechtheisdiagnose is gesteld, kunnen pleegouders en pleegzorgbegeleiders van daaruit opvoeden en helpen. Speciale zorg en hulp aan onveilig gehechte kinderen kunnen een positieve wending geven aan hun ontwikkeling.

5 Waarborg kwaliteit van begeleiders

De pleegzorgbegeleider heeft een belangrijke rol binnen het ‘zorgteam’. Dit zorgteam bestaat uit ouders, pleegouders, pleegkind, vertegenwoordigers uit het netwerk en beroepskrachten, zoals een gezinsvoogd of vertrouwenspersoon. De pleegzorgbegeleider heeft hierin een bemiddelende en leidende rol. Het is belangrijk dat de deskundigheid van pleegzorgbegeleiders gewaarborgd wordt en ‘up to date’ blijft om de kwaliteit van pleegzorg hoog te houden. De begeleider moet op de hoogte zijn van wetenschappelijk onderzoek over onderwerpen als hechting en invloed van stabiliteit op een kind, om zo de beste beslissingen te kunnen nemen. Hiermee kan onnodige emotionele schade bij het kind worden voorkomen. Er zou meer zicht moeten komen op de professionaliteit van begeleiders, door bijvoorbeeld verplichte bijeenkomsten waarin wetenschappelijk onderzoek besproken wordt.

6 Verlenging pleegzorg tot 21 jaar

Formeel gezien kunnen pleegouders hun pleegkinderen begeleiden tot de leeftijd van 18 jaar. Soms hebben ze dan al vele jaren voor het kind gezorgd, in de jonge kinderjaren, bij de overstap naar de middelbare school en bij dwarse puberstreken. Ineens verloopt de pleegzorgplaatsing. Veel pleegouders en pleegkinderen vallen in een gat zonder de gebruikelijke en noodzakelijke hulp van pleegzorginstanties. De periode van 18 tot 21 jaar is een tijd van veel instabiliteit. Na een opleiding moet een baan worden gezocht. Pleegkinderen worden volwassenen, krijgen misschien zelf een relatie en gaan op zoek naar eigen woonruimte. Om hierin de nodige steun te geven zou pleegzorg pas moeten eindigen op de leeftijd van 21 jaar. Voor jongvolwassenen met een moeilijke of onvaste jeugd is dat minstens op zijn plaats.

7 Effectievere werving pleeggezinnen

Het aantal kinderen dat behoefte heeft aan een pleeggezin is groter dan het aantal beschikbare plaatsen. Werving van pleegouders is dan ook van belang. In de Verenigde Staten heeft een intensief en grootschalig campagnebeleid bijgedragen aan werving van nieuwe pleegouders. Uit deze succesvolle campagnes kunnen wij lering trekken door te investeren in grootse campagnes via verschillende media. Pakkende slogans in de Verenigde Staten als ‘je hoeft niet perfect te zijn om iemands held te zijn’, zorgden voor nieuwe aanmeldingen van pleegouders. Ook telefoondiensten door pleegouders en pleegzorgprofessionals waar geïnteresseerden met vragen terecht konden, waren een succes. Deze telefoondiensten kunnen ook in Nederland worden ingezet als aanvulling op wervingscampagnes.

=====
Kader
=====

Dit artikel is een samenvatting van drie artikelen die geschreven zijn naar aanleiding van een opdracht voor het vak Adoptie en Pleegzorg door studenten Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. De volledige artikelen met bronvermeldingen kunt u opvragen bij de redactie.

Henrieke van Dam, Myrthe Verstegen en Sofie Janssen


Tags: , ,