De (nieuwe) pleegzorgcontracten

In de vorige Mobiel heb ik over de nieuwe Regeling Pleegzorg geschreven die per 1 juli 2013 in werking is getreden. In de nieuwe Regeling zijn de vereisten voor het pleegzorgcontract opgenomen. In de praktijk blijkt onduidelijkheid te bestaan over de (invulling van de) pleegzorgcontracten.

Zo zijn er verschillende pleegzorgcontracten in omloop die inhoudelijk van elkaar verschillen, wordt er gewerkt met pleegzorgcontracten die zijn gebaseerd op de oude Regeling, maar wordt er inmiddels ook gewerkt met pleegzorgcontracten die zijn ge­baseerd op de nieuwe Regeling. Het lijkt erop dat bijna elke pleegzorg­aanbieder, veelal in samenspraak met de Pleegouderraad, een eigen invulling geeft aan de vereisten voor het pleegzorgcontract. Dit heeft uiteraard te maken met het feit dat de wettelijke vereisten voor het pleeg­zorgcontract voor verschillende interpretatie vatbaar zijn. Dit komt ook doordat de toelichting op de contractvereisten vrij algemeen van aard is en op sommige punten zelfs ontbreekt. Het gevolg van de verschillende werkwijzen en verschillen in contracten van pleegzorgaanbieders kan zijn dat er rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid in de positie van pleegouders is. Opvallend is dat de wetgever (VWS) ervan uitgaat dat op pleegzorgcontracten het bestuurs­recht van toepassing is. Dit is niet juist.(1) De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State(2) heeft immers bepaald dat op pleegzorgcontracten het bestuursrecht niet van toepassing is. Het ging in deze uitspraak over het besluit van de pleegzorgaanbieder tot het niet verlengen van een pleegzorgcontract(3). Ik heb hierover in deze rubriek geschreven dat uit deze uitspraak volgt dat de pleegouders zich op grond van het contractenrecht (het civiele, burgerlijke recht) tot de rechter moeten wenden. Het is daarom onjuist dat in de toelichting bij de nieuwe Regeling(4) is vermeld dat op het besluit tot beëindiging van het pleegzorgcontract het bestuursrecht van toepassing is. Eenvoudiger gezegd: er wordt ten onrechte gesteld dat tegen het besluit tot beëindiging van het pleegzorgcontract bezwaar en beroep mogelijk is. Dit onjuiste uitgangspunt van de wetgever heeft consequenties voor de praktijk. Het maakt een groot verschil of ervan wordt uitgegaan dat op het pleegzorgcontract het bestuurs­recht of het civiele recht van toepassing is. Waar in het bestuursrecht wel eenzijdig verplichtingen kunnen worden opgelegd aan pleeg­ouders (een bestuursorgaan is immers aan de wet gehouden), ligt dit in het civiele recht anders. Zo is in het civiele recht voor het aangaan van een contract wilsovereenstemming van beide partijen vereist, bij de uitvoering van contracten gelden de regels van goeder trouw, redelijkheid en billijkheid. Dit roept vragen op voor de praktijk: zijn pleegouders verplicht de nieuwe contracten te tekenen? Hoe zit het met lopende pleegzorgcontracten die, gekoppeld aan het indicatie­besluit, automatisch worden verlengd? Hiervoor geldt immers dat aan de wettelijke voorwaarde voor de pleegvergoeding, te weten een geldig pleegzorgcontract, reeds is voldaan. Voor nieuwe plaatsingen geldt: worden deze pleegouders ‘verplicht’ om de nieuwe contracten te tekenen, omdat zij immers zonder pleegzorgcontract geen pleegvergoeding kunnen ontvangen? Gaan zorgaanbieders voor deze nieuwe plaatsingen ook de nieuwe contracten invoeren? Het lijkt me dat het nu aan het Ministerie van VWS en de brancheorganisatie is om deze vragen te beantwoorden en duidelijkheid te verschaffen. <

(1) Zie ook ‘Hoe zit dat?’ in Mobiel 2, 2013.
(2) 13 februari 2013.
(3) Voor het besluit tot beëindiging van het pleegzorgcontract geldt uiteraard het­zelfde; ook dit besluit valt niet onder het       bestuursrecht.
(4) Zie toelichting bij artikel 5, het artikel dat gaat over beëindiging van het pleegzorgcontract.

 

 

 


Tags: ,