Beslist geen standaardpleeggezin

Jan (56) en Marianne (53) vormen met hun pleegkinderen beslist geen standaardpleeggezin. Hun zoons zijn voor de wet volwassen, maar zijn op één na nog lang niet zelfstandig.
Drie van de vijf zijn verstandelijk beperkt en zelfs niet toe aan ‘begeleid zelfstandig’ wonen. Van Danny (32), die op zijn zesde bij hen kwam wonen, verwachten Jan en Marianne niet dat hij ooit op eigen benen kan staan. Ze willen voor hem blijven zorgen, zolang ze kunnen.

Wat is de samenstelling van uw gezin?
Danny woont al 26 jaar bij Jan en Marianne. Het gezin woont in een ruime woning, even buiten het dorp. Een paar geiten, honden en poezen horen er ook bij. Marcel (22), Berry (20) en Menno (19) helpen mee met de verzorging. Danny, een autistische jongen, gaat vier dagen per week naar de dagbesteding. Marcel gaat vijf dagen naar de dagopvang: drie dagen tuin­arbeid en twee dagen zorgboerderij. De normaal begaafde Berry volgt een MBO-opleiding. Menno zit op een ZMLK-school en loopt stage in de horeca.

Vader Jan is overcompleet verklaard bij zijn werkgever. Hij betreurt dat niet, want de combinatie werk en gezin werd erg zwaar. Nu wijdt hij zich fulltime aan het gezin. Dat doet Marianne al 26 jaar. Inmiddels zijn ze grootouders van het dochtertje van pleegzoon Dave (34, oudere broer van Danny). Van zijn elfde tot zijn negentiende woonde hij bij hen en hoewel hij zelf een gezin heeft, hoort hij er nog echt bij.

Hoe kwam u ertoe om pleegouder te worden?
Marianne: “In onze verkeringstijd fantaseerden wij al over een groot gezin en een dubbeldekker voor het vervoer. Die bus is er met de pleegzoons wel gekomen, maar eigen kinderen dienden zich niet aan.” Marianne overwoog om de kant van studie en werk op te gaan, maar het echtpaar wilde liever voor kinderen zorgen. Ze oriënteerden zich op adoptie, maar: “Er zijn in Nederland ook zoveel kinderen, die een goed gezinsleven nodig hebben.” Pleegzorg kwam in beeld. “Niet om de papa en mama van de kinderen te worden, wel om hun een stabiel gezinsleven te bieden.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleeg­ouderschap?
Jan: “Voor mijn ouders was het slikken dat er bij hun oudste zoon geen kinderen geboren werden. Bij de komst van onze Danny, toen zes, breide oma een trui en opa kocht een trekkertje voor Danny. Prachtig.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Marianne: “We gaven de voorkeur aan een ouder iemand, want beginners moesten wij vertellen hoe de zaken geregeld waren. Daar heb je niks aan. Met de problematiek van onze kinderen heb je een ervaren begeleider nodig en die hebben we jaren van de William Schrikker Groep gehad. Hij kwam ook ’s avonds, zodat we rustig een gesprek konden voeren.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?
Jan: “De jongens zijn ouder dan 18, waarmee alle financiële steun en begeleiding weggevallen is. Terwijl wij keihard een praatpaal met verstand van zaken nodig hebben. Met een PGB, WAJONG-uit­keringen en bewindvoering regelen wij van alles. Dat kost veel energie, naast de energie die wij nog dagelijks in de begeleiding van onze jongens moeten steken. Hun voorgeschiedenis heeft hen zwaar beschadigd, terwijl ze ook nog verstandelijk beperkt zijn.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
Marianne: “Als de ouders komen, maken wij er een feestje van. We houden ze altijd hoog, zelfs als een van de jongens zich minder gunstig over zijn moeder uitlaat. De mama’s en de papa’s komen graag.”

Welke praktische problemen komt u tegen?
Jan: “Onze jongens moeten altijd gehaald en gebracht worden. Naar school, clubs en kerkelijke activiteiten. We leggen heel wat kilometers af met onze bus. Gelukkig zijn er ook rijroosters van vrijwilligers uit de kerk en is er georganiseerd vervoer.”

Zijn er momenten waarop u denkt: Hier had ik nooit aan moeten beginnen?
Jan: “Nu we wat ouder worden, begint het ons wel eens zwaar te vallen. Vooral ook omdat er geen progressie in zit. Ze blijven gehandicapt, autistisch en houden gedragsproblemen. We moeten altijd geduldig blijven, want hoewel je een stoere jonge man tegenover je ziet, is het eigenlijk een kind van vier. Het is heerlijk om onze kleindochter over de vloer te hebben. Zij pikt dingen op, onthoudt wat we haar vertellen en maakt contact. Bij haar zie je in elk opzicht wel ontwikkeling.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor?
Marianne: “Een autistisch kind dat schreeuwt en gilt, maar na een paar jaar toch uit zichzelf bij je op schoot komt zitten. Ik was helemaal ontroerd.”
Jan: “De pleegzoon, die uit een tehuis kwam en zijn spullen achter slot en grendel hield om ze niet kwijt te raken. Na een tijd durfde hij zijn spullen te laten slingeren, een teken dat hij zich veilig voelde.”

Ina Huisman

 

 

 

 

 

 

 


Tags: ,