We zijn even oud

Toen Mobiel nummer 1 van dit jaar in de bus viel bij Johan en Ivon en zij daarin lazen dat Mobiel dit jaar 40 jaar bestaat, dachten zij: “Dan zijn we even oud!” In februari van dit jaar vierden zij namelijk met hun kinderen en kleinkinderen dat op 17 februari 1973 hun eerste pleegkind kwam.

Ivon schreef Mobiel een brief en noemde Mobiel daarin een trouwe levensgezel. Redenen genoeg om deze pleegouders op te zoeken in dit jubileumjaar!

Veertig jaar geleden werkte Ivon samen met haar echtgenoot tegen kost en inwoning in de opvang voor daklozen. Ze waren ambitieus en vol goede plannen om veel te bereiken voor deze mensen. Toen Ivon zwanger was, vonden ze het beter om niet meer intern te blijven en verhuisden ze naar een eigen stek. Ivon hoorde via via dat er een vierjarig meisje in een internaat woonde dat een gezin nodig had.

Ivon wilde liever voor twee kinderen zorgen dan alleen voor haar eigen baby en vroeg of zij en haar man het gezin voor dit meisje mochten zijn. Na enkele gesprekken met de zorginstanties kwam hun eerste pleegdochter bij hen wonen. Twee maanden later werd de man van Ivon ernstig ziek en overleed binnen enkele dagen, 27 jaar oud. Ivon bleef achter met een pleegdochter en een nog on­geboren baby.

Leefgroep
Ivon en haar man hadden het plan om een leefgroep te vormen. Ivon heeft dat plan toch ten uitvoer gebracht toen haar dochter geboren was en dat is een aantal jaren zo gebleven. Ze kwam in die tijd weer in contact met Johan, een oud-collega van de daklozenopvang. Ze trouwden in 1975 en kregen samen ook een dochter. Daarna volgden nog zeven pleegkinderen en zij bleven allemaal bij hen wonen tot ze op eigen benen konden staan. Behalve deze langverblijfopvang hebben Ivon en Johan ook nog 15 crisis­plaatsingen gehad.

Mobiel biedt herkenning
Om de twee maanden viel Mobiel op de mat. Ivon: “Ik heb hem altijd gelezen en ik vind dat het een steeds mooier blad geworden is. De verhalen boden herkenning en soms ook troost. Soms reageerde ik op artikelen, bijvoorbeeld over grote pleeggezinnen. Ik las ook een artikel over logeer­huizen en naar aanleiding daarvan is de helft van ons huis verkocht en logeerhuis geworden. Ik heb ook weleens stukjes geschreven die geplaatst zijn. Bijvoorbeeld dit:

Paniek
Bij het nest kippeneieren
waren ook enkele eendeneieren
neergelegd, die de kloek
mijn of meer geduldig uitbroedde

En ja, daar liepen ze
met z’n allen:
de statige,trotse hen
en al het jong uitgebroed
er speels en bedrijvig
achteraan, inclusief de twee
jonge eendjes.

Het idyllisch tafereeltje
werd wreed verstoord door
een voor ’t oog onschuldig
obstakel: een klein poppenbadje
tot de rand toe gevuld met water.
De eendjes – hun natuur
getrouw – namen een sprongetje
en waren, uitgelaten spetterend,
duidelijk in hun element. 

Maar dan de kloek!
Die wist zich geen raad
met dit ongeremd gedrag
en rende in paniek
verschrikt kakelend, alsmaar
rondjes om het badje heen,
alle kuikentjes er dwaas
fladderend achteraan.

Ik stond erbij,
keek ernaar en dacht:
Oei, pleegmoeder!

“Dat heb ik steeds van pleegzorg geleerd: een kind heeft zijn eigen genen en is zoals het is. Daar moet je als pleegmoeder niet van in paniek raken. Je hebt wat dat betreft maar een heel bescheiden rol, want de genen en de aanleg zijn het belangrijkste. De opvoeding is het sausje en dat sausje maakt het eten wel lekkerder. Je probeert daarmee zijn leven aangenamer te maken. ”

Ieder kind een wereldreis
“We zijn 40 jaar geleden heel idealistisch begonnen, maar we zijn kleiner, bedeesder en bescheidener geworden. Wij hebben de kinderen veel geleerd, maar de kinderen hebben ons ook veel geleerd. We hebben ervaren dat je als pleeg­ouders een goed team moet zijn en de kleine stapjes vooruit moet willen zien.” Ivon vindt ieder kind een wereldreis.
“Je maakt zoveel mee met een kind: de eigen achtergrond en het op elkaar afstemmen, de scholen, de hulpverlening, de ouders en de familie. Het gezin is 1, maar alles wat erbij komt, is extra!” Ze heeft zich ook weleens veel zorgen gemaakt en huilend aan tafel gezeten. “Maar dan dacht ik: ‘De pijn van dit kind is nog veel groter’ en dat hielp.”

Als het maar ‘veul’ is…
“We hadden veel ruimte en de kinderen kwamen op ons pad. Ieder kind had een eigen plekje. De instelling zat vaak omhoog met kinderen en bij ons kon er altijd nog wel een bij. Onze eigen kinderen waren er heel gemakkelijk in. Toen een van de twee midden twintig was, vond ze een poosje dat we toch wel een raar gezin waren, maar daar is ze nu helemaal overheen.

We hebben nu nog een pleegzoon thuis, hij is 19 jaar. We zijn gestopt met kinderen opnemen in ons gezin, maar we blijven pleegouders. We leven met alle kinderen mee, houden alle verjaardagen bij en ze komen ook allemaal bij ons. Het speelgoed is nooit opgeruimd, want we hebben inmiddels 12 (pleeg)kleinkinderen. We hebben helaas ook alweer echtscheidingen meegemaakt.” Ter gelegenheid van 40 jaar pleegzorg hebben de kinderen met elkaar een prachtig boek gemaakt. Daarin staat van ieder kind een grote foto op een geliefde plek ergens in het huis met daarbij een eigen verhaal voor Ivon en Johan. De ondertitel is het gevleugelde woord van dit gezin: Als het maar ‘veul’ is.
Ze willen de lezers van Mobiel graag iets meegeven. Ivon: “Je moet het aangaan en er niet bang voor zijn. Waardeer de ouders en de familie, zij vormen de navelstreng van het kind en dat is de kern van het werk. Je doet het voor altijd, het houdt niet op als ze de deur uit zijn. Wij zijn blij en dankbaar dat we zo lang lief en leed met hen hebben mogen delen. Ik wil mijn enthousiasme overbrengen, want ik zou het zo weer doen! Nu hebben we altijd vakantie, maar het is wel jammer dat ik geen pensioentje krijg!” <

Het was een tijd
waarin ik veel heb moeten afleren
en zoveel heb bijgeleerd,
waarin mij een spiegel
werd voorgehouden en ik me afvroeg:
Was het goed?
Was het fout?
Een tijd ook waarin ik besefte
er gewoon te moeten zijn,
vooral dat.
Meelachen, meehuilen,
luisteren en ruimte geven.
Zien wat er niet is,
maar wel wordt bedoeld.
Ik besef dat die heel eigen pijn
te diep, te groot
en nooit weg te nemen is.

 

 


Tags: ,