‘Niet met een schaartje te knippen’

Jeugdzorg gaat naar de gemeente en wat betekent dat voor pleegzorg?

Auteur: Mariette Hermans

Op 1 juli presenteerde het kabinet het voorstel voor de nieuwe Jeugdwet. De wet gaat over begeleiding, behandeling en bescherming van kinderen en jongeren. Alle taken op dat gebied vallen per 1 januari 2015 onder de gemeente. Ook de pleegzorg dus. Maar kan pleegzorg wel lokaal georganiseerd worden?

Jazeker, meent de staatssecretaris van VWS, Martin van Rijn. “Er zijn twee redenen waarom de decentralisatie van de jeugdhulp belangrijk is. De eerste is de versnippering van de zorg voor de jeugd. Er komen veel verschillende hulpverleners in een gezin en dat komt de kwaliteit en de effectiviteit van de hulpverlening niet ten goede. Ook pleegouders hebben me dat verteld: dat ze te maken hebben met uiteenlopende professionals voor hun pleegkind. Daarom wordt er nu gesproken over één gezin, één plan, één regisseur. Ik heb het zelf liever over een systeem waarin we begeleiden, behandelen en beschermen in samenhang met elkaar. Geen enkel systeem verhindert dat het wel eens fout gaat, maar nu vallen er te veel gaten, vaak niet omdat de informatie er niet is, maar omdat die niet goed gedeeld wordt.”

Overbehandeling
De tweede reden is vermindering van de kosten. Kun je met betere regie en preventieve hulp zwaardere inzet voorkomen zoals de wetgever wil? Van Rijn: “We moeten overbehandeling voorkomen, maar we moeten ook oppassen dat we niet onderbehandelen. De centrale gedachte in de wet is dat de inzet van hulp de ontwikkeling van het kind ten goede komt. Daarom hebben we kwaliteitseisen opgenomen.”Zo moeten nieuwe pleegouders aan bepaalde voorwaarden voldoen en moeten organisaties voor pleegzorg gekwalificeerd zijn. Ook maakt de wet een uitzondering voor pleegzorg tegenover andere vormen van jeugdzorg. Indicaties die op 1 januari 2015 gelden, blijven nog een jaar gelden, behalve voor pleegzorg. Voor pleegzorg is die termijn onbepaald. Letterlijk staat er:
‘Het college is er verantwoordelijk voor dat bij de jeugdige [..] die voor inwerkingtreding van deze wet reeds is geplaatst bij een pleegouder, de pleegzorg wordt voortgezet bij dezelfde pleegouders. Hiervan kan slechts worden afgeweken indien dat voor de verlening van verantwoorde hulp noodzakelijk is.’
Ook is de Wet Verbetering positie pleegouders integraal opgenomen in de Jeugdwet.

Zachte landing
Hoe zit dat in het land? Vinden pleegzorginstellingen het ook een verbetering als de gemeente verantwoordelijk wordt voor pleegzorg? Jeroen van Ooijen, directeur behandelzorg Jeugdhulp Friesland, maakt zich zorgen over de beperkte schaalgrootte van gemeenten. “Iedere gemeente kan in de toekomst zijn eigen jeugdzorgaanbieder kiezen. Dat betekent dat we in Friesland van één aanbieder naar 27 verschillende aanbieders kunnen gaan. Als die allemaal eigen beleid gaan maken, kan het zijn dat kinderen uiteindelijk geen plek vinden. In de gemeente Terschelling zijn misschien drie pleeggezinnen te vinden, maar er zijn ook gemeenten waar er geen zijn. We werken in de pleegzorg met specifieke expertise op het gebied van screening, matching en begeleiding. Die gaat verloren als alle gemeenten het wiel opnieuw gaan uitvinden. Het zou goed zijn als we op dit gebied provinciaal blijven samenwerken, maar de wet geeft daar geen enkele verplichting toe.”

Regionale samenwerking is overigens wel in de wet geregeld. Voor 31 oktober moeten gemeenten een regioarrangement opstellen waarin ze uitleggen hoe ze gezamenlijk gaan zorgen voor een ‘zachte landing’. Van Rijn: “De Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd gaat die plannen bekijken en beoordelen op de continuïteit van zorg. Als gemeenten samenwerken, kunnen ze gezamenlijk zorg inkopen bij aanbieders. Ze kunnen daarmee de bestaande infrastructuur ondersteunen, maar ook het aanbod vernieuwen.”

Queeste
Om hun plannen op te stellen, zijn gemeenten nu op zoek naar kennis: wie doet wat voor hoeveel kinderen in mijn gemeente? John Goessens, portefeuillehouder Pleegzorg van Lindenhout in Gelderland, komt geregeld bij de gemeente over de vloer. “Ik zie dat kennis van de binnenkant van pleegzorg nog mager is. Pleegzorg is een prachtige oplossing, het is goedkoop, maar het is niet eenvoudig. Wat gebeurt er als een kind niet thuis kan wonen, maar bij ome Ruud gaat wonen? Wat gebeurt er dan tussen moeder en haar broer Ruud? En hoe organiseren we het als het kind veel langer bij ome Ruud moet blijven, omdat moeder haar problemen niet te boven komt?”

Ook merkt Goessens dat het beeld van permanente pleegzorg niet in het plaatje past. “Hulpverleners gaan uit van een probleem, een plan, een oplossing en een evaluatie. Ik heb veel gesprekken over de substantiële groep kinderen die de komende tien jaar in een pleeggezin woont en waar de gemeente dus de komende tien jaar verantwoordelijk voor is. ‘Kan dat niet anders?’, vragen ze dan. Nee, zeg ik, dat is goed voor het kind. Juist bij pleegzorg gaat het over stabiliteit en continuïteit. Het is mijn queeste om de gemeente daarvan te overtuigen.”

Niet altijd honkvast
De stadsregio Amsterdam bestaat uit zestien gemeenten. Mieke Verschure van Spirit heeft goed contact met deze gemeenten. “Zij moeten wel samenwerken, omdat het vaak gaat over grensgebieden: over een kind dat in Purmerend op school gaat en in een andere gemeente woont.”De financiering gaat via de woonplaats van de ouders, maar pleegkinderen wonen niet altijd in dezelfde gemeente als hun ouders. Soms is het handiger als ze verder weg wonen of is er in de buurt geen geschikt pleeggezin. Bovendien zijn ouders niet altijd even honkvast. Verschure noemt een andere reden voor bovenregionale, misschien wel landelijke samenwerking: de werving en selectie van pleegouders. Die is beter gezamenlijk te organiseren. Bovendien meent ze: “Je hebt ook schaalgrootte nodig om pleegouders regelmatig wat te kunnen bieden, zoals trainingen en informatieavonden. Als een potentiële pleegouder zich aanmeldt, wil je snel een informatieavond kunnen aanbieden en dat doe je niet voor twee of drie mensen.”
Ook Verschure organiseert informatieavonden voor wethouders en ambtenaren. “We hadden laatst een pleegkind, een puberjongen, die zijn verhaal kwam doen. Dat lijkt een gewone jongen van vijftien, maar hij vertelt intussen een heftig verhaal. Ambtenaren kijken daar echt van op. Je moet de gemeentes meenemen in je werkproces. Op werkbezoek uitnodigen, transparant zijn over je keuzes.”Maar ook al heeft een instelling goede relaties met gemeenten, nog is onduidelijk wat die gaan doen. John Goessens: “Gemeenten zeggen, we willen het fris bekijken. Ze kunnen niet beloven dat het wel goed komt met onze subsidie.”

Snijden
Om toekomstige bezuinigingen op te vangen, zijn aanbieders in pleegzorg intussen zelf aan het snijden. Spirit heeft onder andere regiokantoren gesloten: “In plaats daarvan hebben we wijkpunten geopend in gebouwen die we al huurden. We bezuinigen liever op huisvesting, dan op personeel.”
Lindenhout heeft ook ‘ferme besluiten’ moeten nemen, maar laat het volume van de pleegzorg ongemoeid. “We kunnen niet tegen een nieuw kind zeggen dat we geen pleeggezin hebben, want dat betekent dat het een zwaardere vorm van hulp nodig heeft. We willen dan liever een plaatsing in een pleeggezin.”
Jeroen van Ooijen nuanceert: “Je zou misschien kunnen bezuinigen op de begeleiding van pleeggezinnen waar kinderen jarenlang opgroeien als deel van het gezin. Dat werk hoeft niet per se door een specialist van pleegzorg gedaan te worden. Mocht er iets veranderen, dan zou een specialist kunnen inspringen. En die begeleiding kan misschien minder dan een keer in de zes weken, zeker bij pleegouders die de telefoon pakken als er iets aan de hand is. Maar daarvoor moeten de regels veranderen en kwaliteitskaders worden aangepast. Vernieuwend denken wordt nu eenmaal soms weerhouden door regels en wetgeving die gebaseerd zijn op eerdere incidenten. Ook kun je denken aan intervisiegroepen van pleegouders.”

Telkens weer een puzzel
De lopende indicaties zijn misschien veiliggesteld, maar voor nieuwe gevallen gaan gemeenten nieuw beleid maken. Zal de gemeente nog wel gebruik willen maken van de specialisten van pleegzorg, of gaat het werk eerder naar (goedkopere) generalisten: sociaal werkers die breed inzetbaar zijn in de hulpverlening?Margriet de Jonge werkt bij de Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) met pleegzorg in haar portefeuille: “De vraag is hoe gemeenten de huidige pleegzorginstellingen zullen inzetten. Ik ben zelf pleegouder en weet uit ervaring hoe deskundig pleegzorgwerkers zijn, hoe belangrijk pleegzorg voor een kind kan zijn. Het vraagt om goed overleg tussen ouders, pleegouders en de jongere zelf om gezamenlijk te bepalen welke zorg in het belang van het kind nodig is. Dat is telkens weer een puzzel.”Staatssecretaris Van Rijn vindt dat je anders moet omgaan met de vraag wie het werk doet. “Ik heb moeite met de tegenstelling tussen generalisten en specialisten. Mensen moeten niet alleen redeneren vanuit de eigen discipline: je schakelt elkaar in en je werkt samen in het belang van het kind.”

Groot goed
En hoe het uitpakt in verschillende gemeenten? Van Rijn: “Elk mens is verschillend, iedere hulpvraag is anders en elke gemeente is verschillend. Die vrijheid zit ook in de wet. Tegelijkertijd waarborg ik de kwaliteit. Hoe de balans lokaal uitpakt, dat is niet met een schaartje te knippen.”
Goed kijken naar de sterke kanten van een gemeente, dat vindt Mieke Verschure van Spirit het leuke van deze omslag: “In sommige gemeenten heerst bijvoorbeeld een sterk gemeenschapsgevoel. Daar zijn veel vrijwilligers, maar het kan ook heel besloten en controlerend werken. Vaak zijn ambtenaren verbaasd als je vertelt hoeveel hulp je verleent in hun gemeente.”
Jeroen van Oijen is er niet gerust op: “Mijn angst is dat geld belangrijker wordt dan de zorg voor kinderen, bijvoorbeeld als er concurrentie ontstaat binnen de provincie. We zijn een volwassen organisatie, maar soms lijkt het of we weer in de puberteit zijn, met alle onzekerheden en experimenten.”
John Goessens meent: “Investeer in pleegzorg en geef brede waardering voor pleegouders: zij zijn het goud van de jeugdzorg.” Daar sluit de staatssecretaris zich bij aan. “Pleegouders zijn de essentie van de jeugdhulp. Dat een kind kan opgroeien in een veilige omgeving is een groot goed dat we overeind moeten houden.”

 


Tags: ,