Groot worden in je eigen familie

Zes jaar was ik, toen mijn moeder ons gezin verliet. Dat is nu 40 jaar geleden. Ik werd dus 40 jaar geleden pleegkind. Niet dat ik in mijn kinderjaren ooit van dat woord gehoord heb. Mijn vader bleef verslagen achter met mij en mijn zusje van twee jaar. Oma woonde een paar straten verder in ons dorp. De eerste tijd waren we bij oma of kwam oma bij ons in huis om voor mij en mijn zusje te zorgen. Haar gezondheid liet niet toe dat ze permanent voor ons kon zorgen. Bovendien was mijn vader zo verslagen door het vertrek van mijn moeder, dat hij zich steeds verder terugtrok en teveel alcohol ging gebruiken. Er moest een andere oplossing komen.

De oudste zus van mijn vader nam mij mee naar Dordrecht. Een broer van mijn vader nam mijn zusje mee naar Amstelveen. We werden liefdevol opgevangen in hun gezinnen. In het gezin van mijn zusje was al een iets ouder zoontje. Bij mijn tante en oom waren geen kinderen. Heerlijk rustig vond ik het, al die zorg en aandacht. Ik voelde me heel welkom. Mijn zusje en ik zagen elkaar en onze vader zeer regelmatig. Onze familie zocht elkaar in de weekenden altijd op en we ontmoetten elkaar vaak bij oma. ’s Avonds gingen de volwassenen kaarten en wij lagen dan boven in onze logeerbedjes. De geluiden uit de huiskamer klonken gezellig en het voelde vertrouwd.

Strenge mevrouw
Ik kan me nog herinneren dat een heel strenge mevrouw bij ons kwam praten. In al mijn onzekerheid hoopte ik steun bij mijn tante te vinden en vragend keek ik vaak haar kant op. Die mevrouw stuurde daarop mijn tante de kamer uit, omdat zij alleen mijn mening wilde horen. Later begreep ik dat deze vrouw van de Raad voor de Kinderbescherming was. Daarna kwam ‘tante Trees’ regelmatig bij ons op bezoek, een verademing na die strenge mevrouw. Zij begeleidde het gezin van mijn zusje, ons gezin en mijn vader. En dat terwijl mijn vader in Brabant woonde, mijn zusje in Noord-Holland en ik in Zuid-Holland. Tante Trees is gebleven tot ik 18 jaar was. Ze nam mij wel eens mee naar haar huis met de prachtige tuin. Dan dronken we thee met koekjes en babbelden wat. Ook mijn tante kon al haar zorgen en twijfels bij tante Trees kwijt. Deze vrouw begreep als geen ander hoe waardevol het is als kinderen in hun eigen familie groot mogen worden.

Nieuwe moeder
Mijn vader kon het moeilijk verwerken dat hij zijn kinderen niet zelf kon grootbrengen. Hij deed zijn best om een nieuwe vrouw te vinden en vond haar in het noorden van het land. Samen met haar twee zoons kwam zij naar Brabant. Ook mijn zusje en ik gingen weer bij onze vader wonen. Ik kon moeilijk mijn draai vinden in ons nieuwe gezin. Ik vond het lastig om ineens met vier kinderen en een vreemde vrouw te zijn. Later realiseerde ik me dat ik haar het leven flink zuur heb gemaakt. Onze nieuwe moeder, die we tante Mini noemden, was een echte jongensmoeder. Ik wilde alleen kleren kopen met mijn tante uit Dordrecht en na veel gezeur kreeg ik dat ook voor elkaar. Zo ging ik een paar keer per jaar gezellig met mijn tante echte meidenkleren kopen. Ook was mijn tante elke week een hele dag bij mijn oma in ons dorp. Ik ging uit school lekker bij hen op de thee, werd geknuffeld en at mijn lievelingskoeken. Dan kon ik er weer even tegen. Ik heb vaak tegen tante Mini gezegd dat mijn tante in Dordrecht echt een veel betere en lievere moeder was. Het nieuwe gezin hield nog geen drie jaar stand en viel toen uit elkaar. Ik wist meteen dat ik terug wilde naar mijn tante in Dordrecht. Mijn zusje wilde graag weer bij de oom en tante in Amstelveen wonen. De kinderbescherming besloot echter dat wij als zussen bij elkaar moesten blijven. Onze vader koos zijn zus in Dordrecht. Mijn zusje heeft het hier moeilijk mee gehad. Zij heeft zich nooit zo thuis en op haar gemak gevoeld bij die tante als ik.

Zelf pleegouder
Toen ik 18 jaar was, kwam tante Trees niet meer om ons te begeleiden. Met hulp van mijn oom en tante heb ik de verdere weg om volwassen te worden succesvol afgelegd. Het pleegkind zit nog steeds in mij, al ben ik inmiddels 46 jaar. Het heeft mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Sinds twaalf jaar ben ik zelf pleegouder, van de kinderen van mijn zus. Mijn zus heeft moeite om haar leven op de rit te houden. Als kind was ze een vlindertje dat gezellig rondfladderde. In haar volwassenheid kon ze de stabiliteit in haar leven niet vinden en kreeg ze op meerdere gebieden problemen. Toen ze trouwde met een passieve oudere man en moeder werd, ging het helemaal fout en kon ze niet langer voor haar kinderen zorgen. Ze bleek persoonlijkheidsproblematiek te hebben. De afgelopen jaren hebben we al verschillende hulpverleners over de vloer gehad: twee medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, vijf gezinsvoogden en drie pleegzorgwerkers. We hebben kilo’s aan papier in ons huis liggen. Alles wordt vastgelegd, zodat de kinderen het later nog eens kunnen nalezen. Onze kinderen worden regelmatig bezocht door de voogd en de pleegzorgbegeleider. Dan zitten ze een uurtje aan tafel of op hun kamer te praten. Ze zullen hier niet zo’n fijne herinnering aan hebben als ik aan tante Trees in haar mooie tuin en met haar exclusieve aandacht voor mij. Maar de begeleiding is goed, verantwoord en veilig.

Groei
Mijn zus en ik zien veel overeenkomsten tussen onze eigen moeder en mijn zus. Toch geloven we erin dat de geschiedenis zich niet zomaar klakkeloos herhaalt, maar dat er groei in zit. We proberen om onze eigen gevoelens niet als belangrijkste te zien, maar het belang van de kinderen voorop te stellen. De kinderen hebben goed contact met hun moeder en vader en ze genieten van een zorgzame, lieve oma. We wonen in hetzelfde dorp en de kinderen en hun moeder zijn nooit op een vervelende manier uit elkaar gegaan. Op het moment dat het niet meer ging bij mijn zus, kwamen ze bij ons. Ook al is het met periodes moeilijk en ingewikkeld geweest, gelukkig kunnen wij als familie veel onderling regelen.

 


Tags: , ,