Een ontaarde moeder (Schrijven deel 3)

Ik schuif aan bij een overleg. Om de tafel zitten vertegenwoordigers van verschillende instellingen. Het overleg gaat over de moeder van een van de kinderen die ik begeleid. De jongen woont bij zijn opa en oma en de familie is het erover eens dat hij daar zal opgroeien. Zijn moeder heeft inmiddels nog een kind, van een nieuwe partner en ze heeft schulden. Zodanige schulden dat ze er niet meer uitkomt.

Om tafel zitten de instanties die haar kennen vanuit het verleden. Niet persoonlijk, maar vanuit de verslagen in hun archief. Verslagen uit de tijd dat haar oudste zoon bij zijn opa en oma ging wonen. De zorgen zijn groot. De schulden duiden erop dat er iets niet goed gaat. De verhalen uit het verleden schetsen het beeld van een moeder die haar kind niet kan beschermen tegen alles wat haar overkomt. Het is niet het beeld dat ik heb van dit gezin, maar ik kan de zorgen van de aanwezigen niet wegnemen. Er wordt besloten om een onderzoek door de Raad voor de Kinder­bescherming aan te vragen.

Wie schrijft blijft en wat geschreven is, blijft ook. Hulpverlening richt zich op problemen. Dus wordt er geschreven als het niet goed gaat en stopt dat als er weer rust is. Eens een ontaarde moeder is dus altijd een ontaarde moeder. <

 

 

 


Tags: ,