Netwerk- en bestandspleegouders langs de lat gelegd

Bestandspleegouders bereiden zich maandenlang voor op de komst van andermans kind. Zij hebben zich bij de pleegzorginstelling opgegeven als pleegouder en staan in het bestand. Netwerkouders worden vaak plotseling geconfronteerd met de zorg voor een kind dat ze al kennen. Zij worden pleegouders van een kind in hun eigen netwerk. Verschillende vormen van pleegzorg vragen een verschillende benadering als het gaat om screening en ondersteuning. Is het eenvoudiger om netwerkpleegouder te worden dan bestandspleegouder? En hoe kan het dat netwerkpleegouders soms niet geschikt zijn als bestandspleegouder?

Screening
Of je je nu hebt opgegeven als bestandspleegouder of door omstandigheden als netwerkpleegouder een kind bij je in huis neemt, in beide gevallen vindt er een screening plaats omdat de veiligheid van het kind uiteraard zoveel als mogelijk gewaarborgd moet worden. Dat traject van screenen is bij netwerkpleegouders wel anders dan bij bestandspleegouders, maar het doel is gelijk. “We kijken bij elke plaatsing naar betrouwbaarheid en integriteit op lichamelijk en emotioneel gebied”, vertelt Helen Hupsel, pleegzorgwerker en screener bij Spirit in Amsterdam.

Volgens Hupsel zit het onderscheid vooral in het moment van screenen. Bestandspleegouders volgen een cursus en krijgen gesprekken, waarna ze moeten wachten op de juiste match. Bij netwerkpleegouders verblijft het kind tijdens de screeningsprocedure bijna altijd al in het pleeggezin. “Bij netwerk richt de beoordeling zich op het specifieke kind, omdat dat al bekend is. We kunnen dan gericht onderzoeken of de ouders geschikt zijn om met de problematiek van het kind om te gaan, welk inzicht ze hebben in het gedrag van het kind, hoe de relatie met de biologische ouders is en waar meer ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld toch het volgen van een training.” Bij bestandspleegouders is die training verplicht en is de voorbereiding en screening uiteraard meer algemeen.

Als netwerkpleegouder heb je in eerste instantie niet bewust voor pleegzorg gekozen: de zorg voor andermans kind overkomt je. “Extra ondersteuning is bij netwerkouders daarom vaker aan de orde”, vertelt Hupsel, “de pleegouders zijn niet op de zorg voorbereid.” Ze erkent dat een afwijzing bij netwerkpleegouders lastiger is, omdat het kind daar al in huis verblijft, “maar soms is men gewoon niet geschikt als pleegouder.”

Ligt de lat lager voor netwerkouders dan voor bestandsouders? Er is immers een voorlopige oplossing voor het plaatsingsprobleem en de netwerkouders kennen het kind al, wat een groot voordeel is. Bovendien is er een groot tekort aan pleeggezinnen. Hupsel: “Bij Spirit screenen we zorgvuldig en laten we ons niet leiden door een tekort aan pleegouders. Vaak genoeg besluiten we daarom bij zowel bestands- als netwerkpleegouders dat we niet met elkaar in zee kunnen gaan.”

Hupsel erkent wel dat er in een noodsituatie, waarbij er al een netwerkgezin in beeld is, de keus eerder gemaakt wordt om het te proberen ondanks dat de pedagogische omstandigheden niet optimaal zijn. “We zoeken dan naar meer ondersteuning, onder meer in het netwerk, of door een contactpersoon buiten het netwerk te koppelen aan het kind.”

Vorig jaar zijn er bij Spirit van de 132 onderzochte netwerkpleegouders 14 afgewezen. “Bijvoorbeeld omdat de relatie tussen de pleegouders (opa en oma) en de moeder ernstig verstoord was, waardoor het kind klem kwam te zitten. Of omdat er sprake was van een verleden van seksueel misbruik in het netwerkpleeggezin, waarbij de pleegmoeder geen inzicht in de problematiek toonde.”

Ook bij Spirit zijn er netwerkpleegouders die uiteindelijk bestandspleegouder worden. “Ze willen het zelf”, vertelt Hupsel, “of ze worden gevraagd door de pleegzorgwerker.” Dan volgt er een individueel traject op maat, waarbij gekeken wordt wat de pleegouder nodig heeft. “De ene netwerkpleegouder kan na een kort aanbodonderzoek verder als bestandspleegouder, de ander heeft extra training nodig.”

Het komt ook bij Spirit voor dat een geschikte netwerkouder als bestandspleegouder ongeschikt wordt bevonden: “Bijvoorbeeld een netwerkouder die naast de opvang van een kind uit de familie tegelijkertijd ook bestandspleegouder wilde worden. Dat werd afgewezen vanwege een combinatie van factoren: er was onvoldoende inzicht in de gevolgen van het opvangen van een voor hun onbekend kind, een onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en onze inschatting dat de zorg voor een extra pleegkind de draagkracht te boven zou gaan.”

=============
Kader
==============

Een netwerkpleeggezin ergens in Nederland
Marjan en Peter hebben jarenlang voor Ricardo gezorgd als netwerkpleegouders. Ze kenden hem goed en boden zich meteen aan als opvanggezin toen bleek dat Ricardo niet meer thuis kon blijven wonen. De pleegzorginstelling had wel twijfels bij de pedagogische kwaliteiten van Marjan en Peter. Toch werd besloten dat Ricardo bij hen kon wonen: de omstandigheden waren ingewikkeld, snelheid was geboden en er kon extra begeleiding gegeven worden. Het was in de gegeven omstandigheden in het belang van Ricardo dat hij bij bekenden kwam.

Ricardo kwam als kleuter bij Marjan en Peter en ging als 19-jarige het huis uit. Voor de pleegzorginstelling was – terugkijkend – de plaatsing misschien niet ideaal geweest, maar uiteindelijk toch al die jaren goed verlopen dankzij de intensieve ondersteuning. Vooral Marjan miste na het vertrek van Ricardo de gezelligheid van een kind in huis en daarom besloten zij en haar man dat ze bestandspleegouders wilden worden.

Marjan en Peter meldden zich bij de pleegzorginstelling aan als bestandspleegouders. Bij de intake werd hun uitgelegd dat bestandspleegouder zijn een heel andere vorm van pleegzorg is dat netwerkpleegzorg en dat zij daarom de STAP-training moesten gaan volgen, ondanks hun jarenlange pleegzorgervaring. Marjan en Peter schikten zich daarin, hoewel ze het er niet helemaal mee eens waren.

Een vast onderdeel van de STAP-training bij deze pleegzorginstelling is het invullen van het gezinsprofiel. Daarin wordt uitgebreid gevraagd naar het verleden, het heden en de toekomst van het gezin, naar de visie op opvoeden, naar meningen over oudercontacten et cetera. Hierbij is criterium 1 ‘Openheid en duidelijkheid in het contact’ van belang. Marjan en Peter konden het profiel niet invullen.

In een gesprek met Marjan en Peter hebben de STAP-trainers nogmaals de verschillen tussen het zorgen voor het kind van een bekende en bestandspleegouder zijn uitgelegd. Ze begrepen uiteindelijk dat het voor hen te moeilijk zou zijn om een onbekend kind dat van alles heeft meegemaakt in hun gezin op te nemen. Peter was eigenlijk ook een beetje opgelucht dat het niet zou doorgaan, want hij zag er ook wel tegenop. Marjan was verdrietig over de afwijzing en vond het ondankbaar van de pleegzorginstelling.

Marjan en Peter werden niet begeleid vanuit Spirit.

 


Tags: , ,