Altijd online

Hoe je kinderen bewust leert omgaan met sociale media

Geen seconde zonder hun smartphone, altijd bereikbaar voor vrienden en tussendoor ook nog huiswerk maken. Pubers zien er geen kwaad in, maar volwassenen ergeren zich zo nu en dan groen en geel aan dat gedrag. Hoe overtuig je een kind dat af en toe offline zijn ook z’n voordelen heeft?

Focus!
Om met pubers in gesprek te komen over hun sociale mediagebruik, schreef Justine Pardoen het boek ‘Focus! Over sociale media als de grote afleider’. Kern van het boek is “hoe je jongeren helpt hun ‘bewusteloos’ mediagebruik te veranderen in bewust mediagebruik, zodat ze met volle aandacht beslissingen nemen over wat ze gaan doen en waarom.”(1)

Het boek is toegankelijk geschreven. Er zijn geen lange hoofdstukken en binnen de hoofdstukken wordt de tekst afgewisseld met cartoons en kadertjes met prikkelende citaten van jongeren en ouders. Bij het boek hoort zelfs een YouTube-kanaal, omdat dat bij een boek over sociale media natuurlijk niet uit kan blijven. Ook handig: aan het eind van elk hoofdstuk staan een samenvatting en voorbeelden van ‘Echte Vragen’. Het rondje Echte Vragen maakt het boek zo uniek en bruikbaar. Hoofd­doel van de schrijf­ster is het gesprek tussen (pleeg) ouder en kind op gang brengen en houden, om zo het kind iets over zichzelf te laten ontdekken en te leren.
Gelukkig legt Pardoen in het boek duidelijk uit wat Echte Vragen zijn: het antwoord is niet op Google te vinden, je weet als vragensteller zelf het antwoord niet en er bestaat geen goed of fout antwoord. Ook als het kind geen prater is of verbaal niet zo sterk, is Pardoen ervan overtuigd dat de methode werkt. “Het gaat om de intentie die je hebt om te willen luisteren naar wat zo’n kind zegt, zonder zelf daar meteen je preek overheen te gooien.” On­getwijfeld zullen pubers opmerken dat volwassenen sociale media gewoon niet snappen en ouderwets zijn. Het zou kunnen dat het generatieverschil meespeelt, maar psychiaters en neurowetenschappers hebben goed onderbouwd waarom bewuster mediagebruik nodig is. Zo zouden jongeren met alle online activiteiten te weinig oefenen met concentreren op één ding, waardoor ze de vaardigheid ‘diep lezen’ en ‘diep leren’ niet meer vanzelf onder de knie krijgen, terwijl de puberteit de belangrijkste periode is waarin ze dat kunnen leren.
Ook het begrijpen van niet-verbale signalen zou tekort kunnen gaan schieten. Wie die training mist in de puberteit, zal zich later blijvend onwennig voelen in gesprekken waarin veel wordt gevraagd van sociale vaardigheden.(2) Psychiater en neuro-onderzoeker Lary Rosen schreef er het boek ‘iDisorder’ over. Hij ziet parallellen tussen het gedrag dat mensen op sociale media ver­tonen en erkende psychiatrische stoornissen. Het krijgen van kicks van online ge­beurtenissen en je rot voelen als je niet online kunt, ziet Rosen als verslavingsgedrag. Pardoen: “Ik zou niet de conclusie willen trekken dat mensen op sociale media allemaal gestoord gedrag vertonen. Die conclusie trekt Rosen zelf ook niet, maar wel dat een toename van dat gedrag kan leiden tot psychische problemen.” Er lijken dus een aantal redenen te zijn om een kind te wijzen op of bewust te maken van zijn gedrag online.

Kwetsbaar
Pleegkinderen zitten vaak in situaties waardoor ze veel aan hun hoofd hebben en waarin veel van hun aanpassingsvermogen en energie wordt gevraagd. Moet je hen ook nog eens gaan wijzen op hun sociale mediagebruik? “Je hebt juist naar hen toe een grotere verplichting om ze daarbij te helpen. Het zou kunnen dat kinderen die moeilijker in het leven staan de neiging hebben om te vluchten in die media, omdat het zo lekker is”, zegt Pardoen. “Het leidt ook echt af van problemen die je hebt als je lekker in een game gaat zitten of je laat meevoeren door de stroom van een social media­gesprek.” De vraag is op welk punt je dat als (pleeg)ouder een halt moet toeroepen. “Het wordt zorgelijk als ze niets anders meer doen of als het ten koste gaat van leren van vaardigheden om hun problemen echt op te lossen.”

Kwetsbare kinderen helemaal weghouden van sociale media om de risico’s te vermijden is geen optie volgens Pardoen. “Met name kin­deren die verslavingsgevoelig zijn, moet je helpen grenzen stellen, leren er heel bewust mee om te gaan. Dat werkt vooral als je ook aanreikt wat wel mag: als je hen inspireert. Bovendien zijn die sociale media natuurlijk ook geweldig voor pleegkinderen om contact te houden met mensen die ze niet veel zien.” Online zijn kan namelijk ook zeker een positieve stimulans zijn. “Kinderen kunnen online vaardigheden ontwikkelen die ze offline veel moei­lijker kunnen oefenen. Het blijkt ook uit onderzoek dat kinderen die sociaal moeilijk functioneren en niet makkelijk vrienden maken, daar online soms minder moeite mee hebben.”

Sleutel
In het boek geeft de schrijfster een aantal belangrijke tips hoe je je kind aandachtiger leert omgaan met sociale media. Zoals Pardoen het noemt: ‘mindfull mediagebruik’. Om dat te bereiken is de sleutel: focus! “Laat de stroom de stroom, ga zo nu en dan even op de kant staan, zodat je kunt zien waar je bent en waar je naartoe gaat. Dat betekent dat je de tijd moet nemen om te reflecteren”, schrijft Pardoen. Enige oefening is daarbij wel nodig. Gelukkig zijn daar de Echte Vragen voor, die helpen met het focussen op een doel.

Eén van de belangrijkste voorwaarden om te focussen is veiligheid en rust. Dat is helaas niet in de thuissituatie van elk kind aanwezig. Als pleegouder kun je er wel zoveel mogelijk aan doen om een kind alsnog te trainen in het focussen. Om zich even helemaal te kunnen richten op één activiteit, bijvoorbeeld het lezen van een boek, is een prikkelvrije omgeving van belang. Geen telefoon, televisie en computer die tegelijkertijd geluid en berichten geven. “Zodat ze de ervaring kunnen opdoen hoe het voelt om helemaal ergens in weg te zakken.” Als het aan Justine Pardoen ligt, kan ook de generatie die nu puber is, zich in de toekomst dus nog diep concentreren en non-verbale signalen oppikken tijdens gesprekken. Ze gelooft namelijk dat we die vaardigheden altijd nodig hebben voor menselijke relaties.

(1) Pardoen J. (2013). Focus! Amsterdam: SWP, p12.

(2) Pardoen J. (2013). Focus! Amsterdam: SWP, p15.

 

‘Paspoort’
Naam: Justine Pardoen
Geboortejaar: 1959
Achtergrond: Neerlandicus/taalkundige en socratisch gespreks­leider.
Gespecialiseerd in kinderen en media.
Beroep: Hoofdredacteur van de ouderschapswebsite Ouders Online en van de online vraagbaak mediaopvoeding.nl. Geeft regelmatig ouderavonden op het gebied van kinderen en internet.

Schreef eerder al boeken als ‘Mijn kind online’, en ‘Handboek mediawijsheid op school’. Dit jaar kwam daar ‘Focus!’ bij, over ‘sociale media als de grote afleider’.

Saskia Knegtering


Tags: ,