Pleegzorg in transitie

Pleegzorg is onmisbaar in het huidige jeugdzorgstelsel. Dankzij pleegouders krijgen veel kinderen de kans om in een bijna normale opvoedsituatie op te groeien. Ze krijgen een veilige basis die hen zo goed mogelijk voorbereid op een ‘gewoon’ leven. Zonder pleegzorg zou jeugdzorg ook veel duurder zijn. Momenteel maakt jeugdzorg een bijna revolutionaire stelselverandering door, een transitie waarin pleegzorg nog nauwelijks zichtbaar is. Het Landelijk Overleg Pleegouderraden (LOPOR) maakt zich sterk voor de positie van pleeg­ouders in deze roerige tijd.

Een ondergeschoven kind

Tussen 2012 en 2015 wordt het jeugdzorgstelsel drastisch verbouwd. Omdat het huidige stelsel te versnipperd is, wordt de hele jeugdzorg overgeheveld van provincies naar gemeenten. Hiermee krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van alle zorg voor kinderen, jongeren en hun opvoeders, ook voor pleegzorg. “Toch is pleegzorg voor veel gemeenten nog een ver-van-mijn-bed-show”, zegt Erik Roest, voorzitter van het LOPOR. “Tot mijn schrik weten sommige wethouders niet eens wat pleegzorg inhoudt.” Sinds vorig jaar gaat Roest met andere vertegenwoordigers van het LOPOR de boer op om gemeenten te vertellen over pleegzorg en hun standpunten neer te leggen op diverse onderhandelingstafels.

Vraag advies aan pleegouders
Het LOPOR vindt dat gemeenten de rol en positie van pleegouders moeten onderkennen en erkennen door direct aan hun vertegenwoordigers advies te vragen over de vormgeving van pleegzorg. Roest: “We hebben een visiedocument op­gesteld met onze visie op en standpunten over pleegzorg in transitie. Hierin leggen we bijvoorbeeld uit dat gemiddeld 15.000 pleegouders in touw zijn om ongeveer 25.000 kinderen te verzorgen. Ze doen dat 24 uur per dag en vaak jarenlang. Daar ontvangen ze een vergoeding voor ter hoogte van een klein deel van de kostprijs van de opvang in een instelling. Ze doen hun werk met grote gedrevenheid en heel vaak met succes. Pleegouders zijn ervaringsdeskundigen met de meest praktische en intensieve ervaring in de pleegzorgbranche. Waarom geven gemeenten dan zoveel geld uit aan dure adviesbureaus? Bureaus kunnen zeker een bijdrage leveren, maar het advies van pleeg­ouders is gratis.” De Transitie Jeugd­zorg is groot, complex en langdurig. Volgens het LOPOR horen pleeg­ouders aan de onderhandelingstafel. “Gemeenten kunnen veel profijt hebben van hun kennis en ervaring.”

Bereken kosten kinderopvang niet door aan pleegouders
Een heikel punt voor het LOPOR is kinderopvang. “De tijd van het ‘traditionele’ pleeggezin met werkende pleegvader en zorgende pleegmoeder ligt achter ons. Pleegouders combineren zorg en werk steeds meer. Een baan opzeggen omdat er een pleegkind in huis komt, is voor veel gezinnen niet wenselijk en economisch niet haalbaar. Toch wil de maatschappij dat kinderen het liefst dicht bij huis en zo mogelijk in hun eigen netwerk, worden geplaatst als thuis wonen niet meer kan. De transitie kan deze ontwikkeling mogelijk versnellen. Met het dichter bij huis brengen van jeugdzorg gaan het eigen netwerk en de eigen om­geving een nog grotere rol spelen. Voor pleegouders die afhankelijk zijn van professionele kinderopvang is de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vaak een te hoge kostenpost. Als kinderopvang noodzakelijk is voor plaatsing in een gezin, mogen de kosten niet worden doorberekend aan pleegouders.”

Aanbestedingen zijn geen begaanbare weg
Het LOPOR maakt zich zorgen dat gemeenten straks vrij zijn om de diverse vormen van jeugdzorg in te kopen of te subsidiëren. Erik Roest: “Gemeenten zijn zelfs uit­genodigd om dat eventueel via een aanbesteding te doen. Ze mogen pleegzorg inkopen bij de best presterende en best biedende. Behalve hun per­sonele apparaat hebben deze organisaties zelf niets te bieden als ze hun pleegouders niet tot hun ‘handelswaar’ rekenen. Pleegouders zijn in feite het kapitaal van de pleegzorgorganisaties. Juist de pleeg­ouders worden veelal niet betrokken bij het transitieproces.” Volgens het LOPOR zijn aanbestedingen, zoals bij de thuiszorg, voor pleegzorg geen begaanbare weg.

Nog zoveel vragen
Het jaar 2015 komt met rasse schreden dichterbij, toch zijn er nog veel vragen. “Wat gebeurt er als een pleegzorgorganisatie een aanbesteding niet wint? Wordt een pleegouder dan ingelijfd bij een andere organisatie? Hoe zit het met kleine gemeenten? Moeten zij hulp inkopen bij grote gemeenten? De kennis over pleegzorg is zo gespecialiseerd, die vind je niet in een kleine gemeente. Hoe gaat het als er veel pleegkinderen in een gemeente wonen? Dat kan zo’n gemeente nooit betalen. Waar vindt de gemeente dan een pleeggezin dat goed bij het kind past? Het zou daarom goed zijn als pleegzorg centraal geregeld wordt.”

Volgens Roest biedt de transitie ook kansen. “Wij wonen aan de rand van een provincie. Momenteel is de zorg zo bureau­cratisch geregeld dat we met heel veel moeite hulp kunnen krijgen buiten onze provincie. Het zou goed zijn als pleegzorgorganisaties van hun eilandjes af komen en meer samenwerken.”

Toch baart de transitie hem als pleeg­vader vooral zorgen. “Onze jongste pleegzoon heeft veel extra zorg nodig, waar we nu al voor moeten vechten. Ik ben bang dat er nog meer versplintering optreedt als pleegzorg wordt geregeld door gemeenten. Er zijn veel pleegkinderen zoals mijn pleegzoon, met een extra zorgindicatie die geld vraagt. Wij bieden hem een veilige en liefdevolle gezins­plek, maar we zijn geen therapeuten of orthopedagogen. Gemeenten moeten daar oog voor hebben en een systeem van snel werkende en onbureau­cratische voorzieningen treffen, bijvoorbeeld via de Centra Jeugd en Gezin. Een indirecte toegang tot deze basisvoorzieningen via de pleegzorgorganisatie maakt pleeg­ouders afhankelijk van de indicatie en het budget van de organisatie. Zo ontstaat er een dubbele rem op de mogelijkheden voor steun aan pleegkinderen.”

 ======

KADER

======

Het LOPOR
Het LOPOR is een landelijke vereniging van pleegouderraden die hun belangen en de belangen van pleeg­ouders en pleegkinderen behartigt naar de Rijksoverheid, de Ver­eni­ging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Jeugdzorg Nederland. Het LOPOR ondersteunt pleegouderraden en adviseert bij de oprichting en uitvoering van taken. Met de nieuwe ‘Wet positie pleegouders’ zijn pleeg­ouderraden wettelijk verankerd. Iedere pleegzorgorganisatie moet be­schikken over een pleegouderraad.

www.lopor.org/pleegzorg-in-transitie

Transitieplan Jeugd
Naar verwachting treedt de Jeugd­wet op 1 januari 2015 in werking. Dan valt alle jeugdhulp, dus ook pleegzorg, onder verantwoordelijkheid van gemeenten. VNG, VWS en VenJ ondersteunen gemeenten en zorgaanbieders bij het invulling geven aan de nieuwe werkwijzen. Het transitieplan Jeugd beschrijft de stappen die Rijk, IPO en VNG zetten voor een verantwoorde overgang naar het nieuwe jeugdstelsel. Voor pleegzorg wordt in het transitieplan en het stappenplan voor gemeenten stilgestaan bij de borging van continuïteit voor lopende on­der­steuning en hulp. Doelstelling is dat jeugdigen die al in pleeggezinnen wonen, zorg blijven ontvangen bij dezelfde pleegzorgaanbieder. Gemeen­ten blijven de pleegzorg afnemen bij de bestaande pleegzorg­aanbieders waarvan de betreffende cliënten dan zorg ontvangen.

Bron: Transitieplan Jeugd en Spoorboekje transitie jeugdzorg

 

 


Tags: ,