Pleegzorg bekeken door een niet-westerse bril

Als een moslimkind naar een pleeggezin gaat, is er vaak geen gezin beschikbaar met dezelfde cultuur en religie. Wat dan? De pleegzorgorganisatie kijkt vooral naar wat het kind nodig heeft, niet per se naar het geloof van de pleegouders. Religie is een heet hangijzer. Als er dan ook nog kinderen in het spel zijn, lopen de emoties snel hoog op. Zoals bij Yunus, om wie de laatste maanden zoveel commotie ontstond. Veel Turken zijn boos over de manier waarop jeugdzorg en pleegzorg voorbijgingen aan de normen en waarden van de Turkse ouders. Pijnlijk werd duidelijk dat hier een kloof gaapt.

Van angst en onwetendheid naar begrip en samenwerking

Zijn oogappel groeit op bij een Nederlands gezin. De relatie is goed. Niet alleen met zijn dochter, ook met haar pleeg­ouders, maar toch. Hij is moslim en zijn dochter ook, maar zij groeit niet op met de islam. Ze kent de gebruiken niet goed en spreekt zijn moederstaal gebrekkig. Hoe moet hij dat verantwoorden naar zijn familie en zijn God? Zijn dochter kan hij niets verwijten, want zij kan er niets aan doen. Haar pleegouders kan hij niets verwijten. Zij doen hun best, maar ze kennen zijn geloof en gebruiken niet. Hij kan alleen jeugdzorg en pleegzorg iets verwijten, maar de hulpverleners stonden destijds machteloos, want er was geen islamitisch pleeggezin. In een notendop het dilemma van veel moslimouders die in aanraking komen met pleegzorg.

Ivoren toren
Er zijn meer kinderen als Yunus. Verschillende organisaties die allochtonen vertegenwoordigen, signaleerden het probleem al eerder. Ik sprak met vertegenwoordigers van Sensa Zorg, het Platform Buitenlanders Rijnmond (PBR) en Stichting Meer Kleur en Kwaliteit (SMKK) en met de Marokkaanse pleegmoeder Fatiha. Hun overheersende gevoel is dat veel pleegzorgwerkers vanuit een ivoren toren werken.

Suleyman Gogus, manager bij Sensa Zorg zegt: “Ze geven veel geld uit aan voorlichting. Ze drukken folders, hangen posters op en zijn verbaasd dat zich nauwelijks allochtone ouders melden die pleegouder willen worden.” De vertegen­woordigers van deze organisaties zijn het er unaniem over eens dat deze methode niet werkt.

Kind van de rekening
Organisaties als SMKK en Sensa Zorg constateerden jaren geleden al dat er problemen waren met Turkse en Marokkaanse pleegkinderen voor wie geen plek was bij pleeggezinnen met een vergelijkbare culturele achtergrond. Voorzitter Bahia Fatara van SMKK kreeg signalen uit de eigen achterban dat jeugdzorg en pleegzorg niet of nauwelijks rekening hielden met de islamitische of culturele achter­grond van pleegkinderen. Hierdoor raakten deze kinderen, in de ogen van hun ouders en SMKK, ontworteld en verloren ze de aansluiting met hun cultuur en familie. SMKK hanteert als uitgangspunt dat een allochtoon pleeggezin de voorkeur verdient voor allochtone kinderen voor wie een plek wordt gezocht. Fatara: “Dat is beter voor de ontwikkeling van het kind en de acceptatie door de eigen familie. Als dat niet kan, moet er natuurlijk gekeken worden naar Nederlandse gezinnen.”

SMKK pleit ervoor dat pleegzorginstanties dan vooraf in gesprek gaan met het Nederlandse pleeggezin over de culturele achtergrond van een islamitisch pleegkind. Enige kennis van de voorschriften van de islam kan al veel problemen voorkomen. Fatara: “Dat je weet dat een moslim halal moet eten en geen schoenen draagt in huis.” Er zijn ook cultureel bepaalde verschillen. “Een Turks kind dat een standje krijgt, moet uit respect voor de ouder naar de grond kijken, maar een Nederlandse ouder eist juist vaak dat een kind hem aankijkt”, vertelt Suleyman Gogus. “Zo kunnen culturele verschillen soms per ongeluk tot misverstanden en botsingen leiden.”

Onbekend maakt onbemind
Volgens Leonieke Schouwenburg, projectleider bij Platform Buitenlanders Rijnmond (PBR), slagen pleegzorg­instellingen er wel steeds beter in om contact te leggen met minder­heden. Schouwenburg: “Maar binnen verschillende culturen wordt anders naar pleegzorg en hulpverleners gekeken. Problemen worden binnen de eigen familie opgelost. Iets als officiële pleegzorg is onbekend binnen de islamitische cultuur. Vaak is er ook een angst voor hulpverleners, onder andere van­wege horrorverhalen, zoals over Yunus, die in de woorden van sommigen van zijn ouders is ‘afgepakt’. Hierdoor hebben pleegzorg en jeugdzorg een slechte naam gekregen.” Een deel van het onbegrip wordt veroorzaakt door onbekendheid onder allochtonen en onzekerheid over wat pleegzorg precies inhoudt. Sommige moslims bijvoorbeeld verwarren pleegzorg met adoptie. Dit laatste wordt anders geïnterpreteerd binnen de islam. Iemand mag zich niet voordoen als iemands ouder als hij of zij dat niet is. Daarnaast speelt de familie-eer een rol.

Het Platform Buitenlanders Rijnmond probeert allochtonen beter te informeren over pleegzorg. Het project is ontstaan uit een samenwerking van verschillende organisaties. Schouwe­n­burg: “Minderhedenorganisaties in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag vingen signalen op over uithuisplaatsingen en onrust daarover bij de eigen achterban. Om hier iets aan te doen hebben onder andere Somalische, Marokkaanse en Turkse organisaties de handen ineengeslagen. Het doel is om zogenoemde ‘sleutelfiguren’ binnen de verschillende allochtone groepen te trainen om voorlichting te geven over pleegzorg. Deze sleutelfiguren verzorgen voorlichtingsavonden voor hun eigen achterban. Ze hebben het grote voordeel dat mensen hen kennen en dat ze dezelfde taal spreken. Dit werkt beter dan wanneer een ‘witte’ hulpverlener langskomt om iets te vertellen.”

Dezelfde ervaring heeft pleegmoeder Fatiha. Haar Marok­kaanse familie en de Turkse familie van haar man vonden het in eerste instantie raar dat ze zich aanmeldden voor pleegzorg. Fatiha: “Doordat wij open en eerlijk vertelden wat pleegzorg inhoudt, veranderde dat. De familie was nog wel kritisch, maar niet meer afwijzend.” ‘Eigen mensen’ laten vertellen wat pleegzorg is, is volgens Fatiha de beste manier om meer allochtone pleegouders te werven.

Ook SMKK zet zich actief in om voorlichting te geven over pleegzorg aan mensen met een niet-westerse achtergrond in Limburg. “We zijn gesprekspartner geworden van Limburgse pleegzorginstanties”, vertelt voorzitter Fatara. “Hierdoor is er nu veel meer kennis over allochtonen bij die instanties.

Hulpverleners hebben meer begrip voor de achtergrond en mogelijke problematiek van allochtone gezinnen. Ze stemmen de hulp goed af en kijken beter naar het welzijn van het allochtone pleegkind, doordat ze bij plaatsingen rekening houden met de achtergrond en cultuur van het kind.”

Wit, westers, wantrouwend
Daar ligt ook een probleem voor pleegzorg. Volgens Bahia Fatara en Suleyman Gogus zijn pleegzorginstellingen nog steeds overwegend witte bastions. Veel pleegzorgwerkers kijken met een westerse bril naar allochtone gezinnen. Tijdens een van de eerste pleegzorgavonden die zij bezocht, merkte Fatara dat er weinig ruimte en aandacht was voor islamitische normen en waarden. “Daardoor haakten allochtone aspirant-pleegouders af. Ze moesten zich te veel conformeren aan de Nederlandse norm, waardoor ze zichzelf soms moesten verloochenen.”

Gogus schetst een beeld van pleegzorg als een witte organisatie waarvoor allochtonen bang zijn. Bij Sensa Zorg is de drempel lager. Gogus: “Wij komen bij de mensen en de verenigingen over de vloer. Daardoor kunnen we ge­makkelijker vooroordelen over pleegzorg wegnemen. Turken zullen niet zo snel een folder aannemen, lezen en zich daarna aanmelden. Je moet hen opzoeken en aanspreken op de plekken waar ze samenkomen, zoals in buurthuizen, verenigingen en moskeeën.”

Gelijke monniken, min of meer gelijke kappen
Bij alle organisaties staat de veiligheid en het welzijn van de kinderen voorop. Leonieke Schouwenburg vindt dat alloch­tone pleegouders aan dezelfde criteria moeten voldoen als Nederlandse pleegouders, maar er moet wel verschil zijn in begeleiding. “Die moet beter worden afgestemd op de verschillen in cultuur en religie”, zegt Schouwenburg. Samengevat: een pleegzorginstelling zou, in haar ogen, ‘cultuursensitief’ moeten gaan werken. Culturele achter­gronden spelen namelijk een rol bij de vraag of een plaatsing succesvol is of niet. Het gaat ook om de acceptatie door de ouders.

Pleegmoeder Fatiha is ervan overtuigd dat dan meer alloch­tone pleeggezinnen zich zullen aanmelden voor pleegzorg. Fatiha: “Nu is de drempel nog te hoog. Ze kunnen, in eigen ogen, niet voldoen aan de eisen van pleegzorg. Allochtone gezinnen zijn gemiddeld groter dan de Nederlandse gezinnen en het is gebruikelijk dat kinderen kamers delen. Ze denken dat pleegzorg vereist dat elk kind een eigen kamer heeft. Dat zou moeten veranderen. De religie en cultuur moeten worden meegenomen in de criteria voor een plaatsing.”

Ook volgens Suleyman Gogus en Bahia Fatara is het minder belastend voor kinderen als ze kunnen worden opgevangen in pleeggezinnen die wat betreft culturele achtergrond lijken op het eigen gezin. Voor de relatie en de verbondenheid tussen ouders, pleegouders en kinderen zou dat het beste zijn. Gedeelde normen en waarden vergemakkelijken de communicatie, is de ervaring van Fatara. “Nederlandse pleegouders missen vaak kennis. Ze worden onvoldoende voorbereid op wat het inhoudt om een islamitisch kind op te vangen en op te voeden.”

Elk nadeel heeft zijn voordeel
Alle commotie en emotie ten spijt heeft de kwestie Yunus ook positieve gevolgen gehad. Het heeft geleid tot aandacht voor pleegzorg en bewustwording onder allochtonen. Sensa Zorg hoeft nauwelijks meer zelf pleegouders te werven. “Allochtone aspirant-pleegouders melden zich spontaan aan, maar we accepteren niet iedereen als pleegouder,” zegt Suleyman Gogus. “Basisvoorwaarden zijn dat de pleegouders goed geïntegreerd zijn, de taal goed beheersen en ook meedoen in de Nederlandse samenleving.” Als gevolg hiervan zijn er bijvoorbeeld bijna geen Turken van de eerste generatie die bij Sensa Zorg in aanmerking komen voor pleegzorg. Ook zeer strenggelovige moslims worden niet geaccepteerd als pleegouder. Gogus: “Normen en waarden zijn belangrijk, maar dan wel binnen de Nederlandse context. Als de culturele achtergrond wordt gedeeld is dat een plus, maar geen must.”

======

KADER

======

 Stichting Meer Kleur en Kwaliteit (SMKK) is een maatschappelijke organisatie die zich inzet voor zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen in Limburg. www.smkk.nl

Het Platform Buitenlanders Rijnmond (PBR) is een koepelorganisatie voor migrantenzelforganisaties in Rotterdam en omgeving. www.pbr.nu

Sensa Zorg is een organisatie in de regio Amsterdam die zorg aanbiedt op uiteenlopende gebieden, waarbij rekening wordt gehouden met de culturele achtergrond van de cliënt. www.sensazorg.nl

 


Tags: ,