Onopvallend aanwezig

Auteur: Anneke Hooijer

Wie op zoek gaat naar informatie over kinderen van pleegouders zal tot een verrassende conclusie komen: die is bar weinig te vinden. Anneke Hooijer vertelt over haar zoektocht door een onontgonnen gebied.

“Ik zou het zo niet weten”, is het eerlijke, maar opmerkelijke antwoord van schrijver Frits Boer op mijn vraag of er gerichte begeleidingsmethodes zijn voor kinderen van pleegouders. Boer is onder andere bekend van boeken als ‘Broers en zussen van speciale én gewone kinderen’ en ‘Een gegeven relatie’. Hij is gespecialiseerd in gezinsrelaties en relaties tussen broers en zussen. Hij blijkt lang niet de enige die mijn vraag niet kan beantwoorden. Na gezoek op internet en navraag bij pleegzorgwerkers en bij kinderen van pleegouders loop ik nog steeds met deze vraag rond.

Kinderen van pleegouders kunnen veel leren van pleegzorg, maar zonder goede begeleiding kan pleegzorg ook schade aanrichten in een gezin. Begeleiding van deze kinderen is mijns inziens een noodzaak die ook pleegzorgorganisaties inzien. “Ik denk dat pleegzorg een enorme impact heeft op kinderen van pleegouders”, erkent pleegzorgwerker Carla. “Die impact kan positief of negatief uitpakken op de pleegzorgplaatsing, maar ook op het welzijn van de kinderen van pleegouders. Begeleiding gaat in eerste instantie uit naar pleegouders en pleegkinderen. Pleegzorgwerker Mark zegt: “Ik probeer biologische kinderen erbij te betrekken, zeker bij gesprekken. Ik besteed wel aandacht aan kinderen van pleegouders, maar wij bieden hun geen specifieke begeleiding.”

Aanbod voor kinderen van pleegouders
Gaandeweg kom ik erachter dat verschillende pleegzorgorganisaties aanbod hebben voor kinderen van pleegouders. Het gaat dan niet om algemene methodieken, maar voornamelijk om thema-avonden, speciaal voor de doelgroep. “Deze bijeenkomsten worden niet door alle pleegzorgorganisaties aangeboden”, vertelt Carla. Op welke manier komen kinderen van pleegouders dan wel aan bod? Carla: “De kinderen willen gezien en gehoord worden door hun ouders, het gevoel hebben dat zij op de eerste en meest belangrijke plek staan. Ze vinden het soms prettig om bij begeleidingsgesprekken betrokken te worden.” Dit roept bij mij opnieuw een prangende vraag op: Is een goed gesprek met je ouders voldoende of hebben deze kinderen meer behoefte aan begeleiding?

Hoe gaat het met jou?
Gelukkig besteedt de WAT?! veel aandacht aan dit onderwerp. In het blad staan regelmatig interviews met kinderen van pleegouders. Ik vind het goed dat de jongerenredactie uit zowel pleegkinderen als kinderen van pleegouders bestaat. Al deze kinderen krijgen duidelijk een stem. Een citaat op de website van de WAT?!: “Ik vind het wel gezellig dat ik steeds nieuwe broertjes en zusjes heb. Dat het nooit hetzelfde blijft. Het lijkt me supersaai zonder de pleegkinderen. Soms is het niet leuk. Ze kunnen ook wel irritant doen.”

In het boek ‘Gezellig & Irritant’NOOT1 vertellen kinderen van pleegouders maar al te graag over dit onderwerp. “Ik vind dat pleegzorg veel te weinig aandacht besteedt aan eigen kinderen. Pleegouders krijgen een voorbereidingscursus (STAP-training), zoiets zou er ook voor eigen kinderen moeten komen”, zegt ‘eigen kind’ Vera. Het boek dateert uit 2003 en toch is een hulpaanbod voor kinderen van pleegouders nog steeds niet vanzelfsprekend. Waarom niet? Ik vraag het aan pleegzorgwerker Carla. “Het is afhankelijk van de pleegzorgwerker hoe er invulling wordt gegeven aan de aandacht voor deze kinderen. Of het voldoende is, dat weet ik niet. Voor de meeste kinderen wel, voor sommige niet. Het is dan zoeken naar waar de behoefte ligt. Er is in ieder geval geen handleiding voor.” Deze pleegzorgwerker bekijkt dus zelf wat er nodig is. Ik vind dat dit veel zegt over de plek waar kinderen van pleegouders nu staan.

Verstopte informatie
Hoe bereik je kinderen van pleegouders als er zo weinig keuzeaanbod is? Nog belangrijker: Hoe weet je wat deze kinderen willen? Geen enkele pleegzorgorganisatie geeft op haar website direct het aanbod voor kinderen van pleegouders weer. Zelfs de website van Pleegzorg Nederland moet ik goed doorspitten om tot enige informatie over dit onderwerp te komen. Er is ruim voldoende informatie voor pleegouders, pleegkinderen en ouders, maar een kopje ‘biologisch eigen kinderen’ of ‘kinderen van pleegouders’ kan ik nergens vinden. Een gemiste kans. Na enig doorklikken vind ik een lijst met landelijke organisaties die de belangen van pleeggezinnen behartigen: de NVP (Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen), Stichting Pleegwijzer en Pleegoudersupport Zeeland zijn enkele voorbeelden. Research bij deze organisaties levert wel het gewenste resultaat op.

KIP-groep
Via Pleegoudersupport Zeeland kom ik terecht bij de KIP-groepen in Zeeland. ‘Kinderen In Pleeggezinnen’ brengt kinderen van pleegouders bij elkaar om, onder leiding van professionals, ervaringen te delen. Deze speciaal opgerichte groepen, waar Mobiel al eerder over schreefNOOT2, krijgen steeds meer leden. Ook in het noorden van Nederland is aandacht voor kinderen van pleegouders. In Friesland, Groningen en Drenthe noemen ze het EKIP-groepen (Eigen Kinderen In Pleeggezinnen). In het werkplan van Stichting Pleegwijzer lees ik dat de EKIP-groepen veel belangstellenden trekken. Of ook andere provincies gebruik maken van (E)KIP-groepen is niet bekend. Stichting Pleegwijzer vindt dat er meer aandacht moet komen voor deze groepen en gaat in 2013 daarom ‘on tour’ door de provincies Drenthe en Groningen, onder het motto: ‘EKIP goes on tour’. Kinderen van pleegouders uit Groningen en Drenthe kunnen zich opgeven voor de activiteiten op www.pleegwijzer.nl .

Eigen initiatief
Er is dus enig aanbod voor kinderen van pleegouders, maar niet direct aan de oppervlakte. Ik vraag me af of het aanbod aansluit op de doelgroep en of deze kinderen voldoende keuze hebben. De (E)KIP-groepen zouden eigenlijk landelijk moeten kunnen doorgroeien. Woont een kind van pleegouders niet in Zeeland, Friesland, Groningen of Drenthe, dan wordt het niet helemaal vergeten. Pleegzorgorganisaties hebben aanbod in de vorm van thema-avonden, maar deze bijeenkomsten zijn niet erg bekend bij kinderen van pleegouders. Toch kunnen we het probleem niet alleen wijten aan de organisaties. Pleegouders en hun kinderen kunnen ook zelf initiatief tonen en ernaar vragen bij hun pleegzorgwerker. Een kleine nuance is op zijn plaats: misschien zijn er kinderen die geen behoefte hebben aan begeleiding. Toch ben ik van mening dat het aanbod er wel moet zijn en dat kinderen ervan op de hoogte moeten worden gebracht. Feit is dat het grote vizier, deels terecht, op pleegkinderen is gericht. “Dat is jammer”, vindt ook Frits Boer. “De aandacht gaat uit naar het ‘speciale’ (pleeg)kind, terwijl het ‘gewone’ (biologische) kind best sterk in zijn schoenen moet staan en wellicht ook behoefte heeft aan begeleiding gedurende het traject.” Als het aanbod er is, laat het dan opvallen!

NOOT1 ‘Gezellig & Irritant, ervaringen van de kinderen van pleegouders’, Fiet van Beek en Jolanda Stellingwerff, Uitgeverij SWP, 2003.

NOOT2 ‘Kinderen in Pleeggezinnen: KIP’, Marion Kruis, Mobiel 3, 2010.

 

 


Tags: , ,