Kunnen jullie een beetje inschikken?

Het is ongeveer vijfentwintig jaar geleden dat we, wandelend door Zierikzee, de kreet van mijn destijds 10-jarige dochter hoorden: “Kijk pap, daar hangt je meisje!” Een mooie poster met een leuke jongedame van een jaar of zestien riep ons op om eens te bedenken of we een beetje konden inschikken. Dat was het motto van de pleegzorgcampagne. Als dochter van een pleegzorgwerker was dit haar niet ontgaan.

Het was ook de tijd dat mijn kinderen regelmatig verkondigden dat papa ervoor zorgde dat “mensen die geen kindertjes konden krijgen er toch een kregen.” Een mededeling die soms fronsend werd aangehoord. Mijn dochter vond het een logische verklaring. Dat ze zelf ook een niet bij ons geboren zusje had, was voor haar heel gewoon en geaccepteerd.

Heftige reacties
Ik denk dat onze kinderen inderdaad wat moesten inschikken, maar ze hebben hun pleegzus in het hart gesloten. Al was dat niet altijd gemakkelijk. Zeker als de contacten met haar moeder misliepen en onze pleegdochter heftig reageerde uit onmacht en teleurstelling. Ze was boos op mama, maar reageerde zich af op haar pleegmoeder, omdat die nu eenmaal in de buurt was. Voor onze kinderen was dit gedrag moeilijk te hanteren. Ze waren net te jong om altijd oorzaak en gevolg te zien. We probeerden het uit te leggen, maar ze bleven dingen zeggen als: “Jullie kunnen er toch niets aan doen? Dat kan ze toch wel snappen? Ze kan toch gewoon doen?” Dat hun pleegzus dat nu juist niet kon, was voor onze kinderen moeilijk te begrijpen. Dat blijkt ook uit een opmerking als: “Ze zegt dat haar moeder dat nooit zo zou doen. Nou die komt nooit, dus doet ze toch niks?”

Creativiteit
Kinderen van pleegouders proberen de missers van hun pleegbroer of pleegzus vaak te compenseren door extra lief, behulpzaam of geduldig voor hun ouders te zijn. Van ouders en begeleiders vraagt het creativiteit om met de geschiedenis van een pleegkind om te gaan en met de reacties hierop van de andere kinderen. Zelf heb ik als pleegzorgbegeleider ervaren dat belangstelling voor het hele gezin nodig is. Het helpt om met alle gezinsleden te praten, liefst ook op een informele manier. Ook helpt het om te benadrukken dat alle gezinsleden de situatie anders kunnen ervaren. Soms voel je pas echt hoe het thuis gaat, als je je partner een dag of twee vervangt. Dan blijkt dat lieve jochie toch ineens best een zeurpiet te zijn en hoor je: “Zo doet hij nou altijd als jij er niet bent!”

Als begeleider kun je helpen, omdat je buiten het gezin staat. Je bent dus niet emotioneel betrokken en je hoeft geen partij te kiezen. Je kunt uitleggen hoe dingen soms werken en hoe lastig dat is voor alle gezinsleden. Extra aandacht voor de kinderen van pleegouders betaalt zich later altijd uit. Ze moeten voelen dat niet alleen de pleegkinderen, maar ook zij belangrijk zijn. Wat extra aandacht van een pleegzorgbegeleider kan geen kwaad. Neem eens de tijd om samen een ijsje te eten en te babbelen.

Gezien worden
Het is van groot belang dat de kinderen van pleegouders worden gezien. Zo links en rechts in het land zijn er gespreksgroepen voor hen. De bijeenkomsten worden wisselend bezocht, maar ze voorzien wel in een behoefte. Het is voor de kinderen fijn om gewoon eens te kunnen praten over alles wat bij pleegzorg komt kijken. Meestal hebben hun ouders gekozen voor een pleegkind en krijgen zij het er ‘gratis’ bij. In de gespreksgroepen horen en ervaren ze dat zij niet de enigen zijn met een pleegbroer of pleegzus die soms veel energie vraagt of die ze gewoon lastig vinden.

Nazorg
Sommige pleegkinderen kunnen heftig manipuleren. Ze zorgen dat wat ze doen, niet opvalt, zodat een ander de schuld krijgt. Soms zijn de problemen zo groot, dat een plaatsing beëindigd moet worden. Het is de vraag of er dan genoeg aandacht is voor de achtergebleven gezinsleden. Kinderen van ouders die crisispleegzorg of kortdurende pleegzorg doen, hebben vaak moeite met het steeds weer afscheid nemen van een pleegbroer of pleegzus. Ze hebben gevoelens van gemis, verdriet of opluchting. Of ze voelen zich verward, omdat het voor hen niet duidelijk is waarom hun pleegbroer of pleegzus weg is. Ook kinderen van pleegouders kunnen vervallen in negatief, aandachtvragend of veeleisend gedrag om aandacht te krijgen van hun ouders. Misschien zijn ze bang dat zij de volgende keer weg moeten…

Begeleiding
Dit alles pleit voor een goede voorbereiding voor pleegouders en hun kinderen op een pleegzorgplaatsing. Ook tijdens en na de plaatsing moeten de kinderen van pleegouders worden begeleid. Het is belangrijk dat de begeleider goed kijkt naar de draagkracht van de kinderen. Bij het vertrek van een pleegkind moet aan de andere kinderen in het gezin worden verteld waarom het kind weggaat en waar het naartoe gaat. Het zou mooi zijn als de begeleider dit op papier zet, zodat de kinderen, als ze ouder worden en terugkijken, het nog eens na kunnen lezen. Ook moet de begeleider bekijken of en op welke manier de kinderen contact kunnen houden met hun pleegbroer of pleegzus. Na een crisisplaatsing is contact vaak niet haalbaar, omdat systemen zich snel weer sluiten en het pleegkind een nieuw leven is begonnen.

Pleegfamilie
Pleegkinderen kunnen met het gevoel worstelen dat ze niet helemaal bij hun pleegfamilie horen. Ze vragen zich bijvoorbeeld af waarom de kinderen van hun pleegouders veel vaker bij opa en oma mogen logeren. Of ze denken dat familieleden van hun pleegouders het niet fijn vinden als zij erbij zijn op verjaardagen. Een kind van pleegouders vertelt: “Mijn familie vond het helemaal niet leuk dat wij pleegkinderen hadden. Daarom gingen we er weinig heen. Dat was jammer, want ik had altijd leuk contact met mijn nichtje. Later is dat weer goed gekomen, maar we hebben wel een stuk gemist.” Gelukkig zijn er ook veel positieve ervaringen rond de contacten met de familie van het pleeggezin. Zo ken ik pleegouders die het zonder de hulp van hun ouders niet gered hadden. Opa en oma vinden het heel gewoon. “Het is ook ons kleinkind en daar gaan we met z’n allen voor!” Ik hoor vaak van volwassen kinderen van pleegouders en van oud-pleegkinderen dat ze, ondanks de moeilijke kanten van pleegzorg, ook veel goeds hebben meegekregen. Een volwassen pleegkind verwoordde dit als volgt: “Mijn leven is pas echt begonnen toen ik bij mijn pleegouders kwam wonen. Daarom heb ik mijn eerste kind naar de matcher genoemd die hen voor me uitzocht.”

 


Tags: , ,