En dan krijgt u de vraag: ‘Wilt u de voogdij op u nemen?’

Bureau van Montfoort heeft twee jaar geleden in opdracht van Jeugdzorg Nederland een nieuwe Methode Voogdij ontwikkeld. Deze methode wordt momenteel landelijk ingevoerd. Doel van de voogdij is het realiseren van een stabiele, duurzame en voor de ontwikkeling van de jeugdige optimale opvoedingssituatie. Mobiel legt uit wat voogdij en de nieuwe methode voor pleegouders, pleegkinderen en ouders betekent.

Werken volgens een methode
Voogdij is de oudste maatregel die de jeugdbescherming kent. De maatregel werd al in 1905 ingevoerd voor kinderen in ernstig bedreigde opvoedsituaties. Ondanks haar lange bestaan, was er nog weinig aandacht voor een methode van deze maatregel. Een methode is volgens Van Dale: “een vaste, weldoordachte handelswijze om een bepaald doel te bereiken.” Een methode helpt om naar de buitenwereld duidelijk te maken wat er verwacht kan worden. Ook is een methode de basis voor het ontwikkelen van kennis over wat goed werkt en wat niet.

In het regeringsprogramma Beter Beschermd werd het uitwerken en invoeren van een methode voor de voogdij opgenomen. Van Montfoort/Collegio heeft een Methode Voogdij geschreven die op dit moment door de Bureaus Jeugdzorg (en de andere landelijk werkende instellingen, zoals de William Schrikker Groep) wordt geïmplementeerd. Een van de uitgangspunten in de methode is dat er gezocht wordt naar mogelijkheden om het gezag over te dragen aan pleegouders. Dat geldt zeker voor situaties waarin een pleegkind al langere tijd in een pleeggezin woont en het perspectief is dat het pleegkind in het pleeggezin verder kan opgroeien. Pleegouders zullen dus steeds vaker de vraag voorgelegd krijgen of zij de voogdij over hun pleegkind op zich willen nemen.

Het idee achter voogdij
Voogdij gaat over de vraag: wie heeft het gezag over een kind? Bij de geboorte van een kind krijgt de ouder automatisch, dus zonder tussenkomst van een rechter, het gezag. Deze ouder heeft dan de plicht en het recht het minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. Ook als een minderjarige uithuis wordt geplaatst, blijft de hulp daarom gericht op terugkeer naar huis. Er wordt gewerkt aan de zorgpunten en het versterken van de positieve punten. De argumenten voor terug naar huis of niet meer terug naar huis komen dan voort uit het verloop van die aandachtspunten.

Het belangrijkste verschil tussen een ondertoezichtstelling (OTS) en voogdij is de verandering van perspectief. Bij voogdij is het duidelijk geworden dat terug naar huis niet meer mogelijk is. Er wordt dan gewerkt aan een stabiele en langdurige opvoedsituatie anders dan bij de eigen ouders.

Als de rechter een instelling tot voogd benoemt, dan is dit Bureau Jeugdzorg of een andere landelijk werkende instantie. Ouders hebben de plicht om zelf hun kind op te voeden. Een voogd heeft die plicht niet, maar moet erop toezien dat de minderjarige goed wordt verzorgd en opgevoed. In de praktijk verblijft ongeveer een derde van alle kinderen die onder voogdij staan niet in een pleeggezin. De kinderen die wel in een pleeggezin wonen, hebben te maken met een voogd die de juridische zaken regelt, de pleegouders die de dagelijkse opvoeding bieden en de biologische ouders met wie het kind een existentiële band heeft. Kernactie in de methode is de voogdij overdragen naar pleegouders, gebaseerd op de visie dat opvoeding en gezag in één hand komen te liggen, zodat er meer continuïteit geboden kan worden aan kinderen.

De voogdij overdragen is in principe altijd het gevolg van een beslissing van de rechter (de wet is dan ook één van de grondslagen voor de methode). De voogdij is definitief als beide ouders zijn overleden. In alle andere gevallen is deze niet definitief; een ouder kan altijd om herstel van het gezag vragen. Hieraan worden strenge eisen gesteld en daarom komt het in de praktijk niet veel voor.

======
KADER
======

In de praktijk benoemt de rechter (de rechtbank of kantonrechter) een voogd als:
– de ouder(s) met gezag is/zijn ontheven of ontzet van het ouderlijk gezag (rechtbank);
– de ouder(s) met gezag is/zijn overleden (kantonrechter);
– de ouder(s) zelf nog minderjarig is/zijn (kantonrechter);
– er andere gronden voor zijn, hierbij gaat het vaak om de voorlopige voogdij (rechtbank) of de tijdelijke voogdij (kantonrechter).
(uit: Paraplu voor pleegouders, Mariska Kramer, 2005)

======

Wetenschappers dringen al langere tijd aan op een vaste termijn waarna de beslissing genomen moet worden. Bij plaatsing in een pleeggezin kan langdurige onzekerheid over het perspectief negatief werken voor zowel het kind als de pleegouders. (Weterings, 2000).

De pleegoudervoogd
Bij pleegoudervoogdij wordt de pleegouder de wettelijk vertegenwoordiger van het pleegkind. De pleegoudervoogd kan alles tekenen wat gewoonlijk de ouders tekenen, zoals een paspoortaanvraag, de schoolkeuze, toestemming voor een medische behandeling, een verzoek tot naamswijziging en dergelijke. Daarnaast is een pleegoudervoogd verantwoordelijk voor het beheren van het vermogen van het pleegkind. Er is sprake van een wettelijke verantwoordelijkheid voor het pleegkind tot het achttiende jaar.

Een pleegoudervoogd moet zelf zorg dragen voor de verzekeringen van het pleegkind, zoals de ziektekosten- en begrafenisverzekering. Het recht op vergoeding van bijzondere kosten vervalt, zoals een vergoeding van fiets, bril en schoolkosten. De pleegoudervoogd is verplicht om verantwoording af te leggen over het beheer van de bezittingen en financiën van het pleegkind. De rechtbank stuurt daarvoor van tijd tot tijd een formulier aan de voogd. Ook voor verhuizing naar het buitenland is toestemming van de kantonrechter nodig.

======
KADER
======

Anneke, nu tweeëntwintig, vond het belangrijk dat haar tante en oom voogd zouden worden, ook al was ze tevreden met haar voogd van Bureau Jeugdzorg. Uiteindelijk werd de voogdij op haar zeventiende uitgesproken. “In die zin heb ik er niet veel aan gehad, maar het was voor mij wel de manier om te laten zien dat ik het heel erg waardeer wat mijn oom en tante voor mij hebben gedaan.”

 ======

Het is nu nog zo dat in de situaties dat beide pleegouders de voogdij op zich nemen, zij onderhoudsplichtig worden en geen recht meer hebben op een pleegvergoeding. In de Wet Verbetering Positie Pleegouders houden pleegouders recht op een pleegvergoeding als zij beiden de voogdij op zich nemen. Naar verwachting zal deze wet ingaan op 1 juli 2013. Tot die tijd wordt geadviseerd om eenhoofdige voogdij aan te vragen. Pleegkinderen gelden voor studiefinanciering (HBO of WO) als uitwonend. Bij vaststelling van de aanvullende studiebeurs wordt gekeken naar het inkomen van de oorspronkelijke ouders.

De biologische ouders
Bij voogdijoverdracht blijft de biologische ouder juridisch de ouder van het kind. Deze ouder blijft dus (in principe) recht houden op een omgangsregeling. De ouder houdt ook recht op informatie over het kind. Het verlies van het gezag over een kind is per definitie een moeilijke zaak voor ouders. Iedereen reageert op zijn eigen manier. In het toewerken naar pleegoudervoogdij is er in de methode dan ook een rol toebedeeld aan de gezinsvoogd of voogdijwerker in het ondersteunen van de biologische ouders bij de verandering van hun rol. Naarmate ouders meer vertrouwen krijgen in de nieuwe situatie en niet bang zijn om hun ouderrol te verliezen, wordt het gemakkelijker om de verandering te accepteren. Een pleegoudervoogd zal uiteindelijk zelf invulling moeten geven aan een omgangsregeling met de ouders of andere familie van het pleegkind en aan de rolverandering van de ouders.

======
KADER
======

Voor de moeder van Najib is het ondenkbaar dat zij de zeggenschap over haar kind zou opgeven. Najib: “Omdat dit voor haar zo werkt, wil ik het ook niet. Ik kan haar dat niet aandoen.” Zijn moeder doet haar best om alles zo goed mogelijk te regelen, ook al gaat het niet altijd goed. De pleegouders en de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg helpen haar daar zo goed mogelijk bij. Volgens Najib werkt dat het beste.

 ======

Stap voor stap
In het regeringsprogramma Beter Beschermd, dat het ministerie van Justitie in 2005 in gang zette, werd zowel het uitwerken en invoeren van de DeltamethodeNOOT1 als het ontwikkelen en invoeren van een Methode Voogdij opgenomen. De Deltamethode is de werkwijze van de gezinsvoogd bij een ondertoezichtstelling. Alle gezinsvoogden hebben inmiddels kennisgemaakt met de Deltamethode. Voor de voogdij ligt er nu dus een methodebeschrijving. Bij verschillende instellingen worden hier trainingen in gegeven.

Ingrid Wood is projectleider bij de William Schrikker Jeugdbescherming, een van de organisaties die met de nieuwe Methode Voogdij gaan werken. Vorig jaar november zijn hier de trainingen begonnen. In vijf dagdelen worden ruim 600 medewerkers geschoold en de bedoeling is dat voor november van dit jaar iedereen gestart is met de training. Op 1 november 2014 zouden dan alle jeugdbeschermers en gedragsdeskundigen getraind zijn in de nieuwe methode. Wood ziet bij de kennismaking met deze methode een verandering in het denken. “De voogdij overdragen aan pleegouders kon voorheen ook, maar toen was het uitgangspunt meer ‘nee, behalve als’. Als voogdijwerker hield je er rekening mee dat je een kind tot z’n achttiende zou begeleiden. Nu is er een omslag naar ‘ja, tenzij’.”

Wat de nieuwe manier van werken in ieder geval oplevert is, dat de mensen om het kind heen beter betrokken worden. Dat zit voor een deel ook al in de Deltamethode. Voor wie al met de Deltamethode werkt, is de nieuwe Methode Voogdij niet zo’n grote overstap. Nu wordt constant nagedacht over wie uit het netwerk betrokken kan worden en een rol kan (blijven) spelen in het leven van een kind.

Tot slot
Ondanks alle hindernissen biedt de voogdij nieuwe kansen. De keuze om het gezag van de ouders te beëindigen richt de aandacht op een nieuwe opvoedsituatie en daarmee voluit op de toekomst van de jeugdige.

 

NOOT1 Het verhaal gaat dat de toenmalige minister van Justitie de handen ten hemel hief toen hij de wensen voor verbetering van de jeugdzorg door Vedivo (nu de MOgroep Jeugdzorg) aanhoorde en uitriep: “Maar dan praten we over een deltaplan.”

 

 


Tags: ,