18 en dan?

 

Het artikel ‘Verlenging pleegzorg: een gelukstreffer?’ in Mobiel 5 2012 heeft stof doen opwaaien bij de lezers. Er zijn verschillende reacties van pleegouders op de stelling binnengekomen. Deze reacties willen we u niet onthouden, maar ze worden vanwege plaatsgebrek ingekort weergegeven.

stelling
Alle pleegkinderen hebben recht op zorg en begeleiding tot ze 23 jaar zijn, ook als ze in hun pleeggezin blijven wonen. Dat betekent recht op verlengde pleegzorg, inclu­sief de bijhorende pleegzorgvergoeding voor pleegouders.

Het eerste meisje binnen jeugdzorg dat 18 jaar wordt?
“Ik ben het volledig eens met de stelling, mits pleegkinderen niet op eigen benen kunnen staan en ze de begeleiding ook zelf wensen. Wij hebben sinds 2000 een pleegdochter, die vorig jaar november 18 werd. In de periode daarvoor hebben we bij de voogd en onze pleegzorgbegeleidster gevraagd om begeleiding voor haar en onszelf voor de periode na het achttiende levensjaar van onze pleegdochter.

In deze gesprekken leek het alsof onze pleegdochter het eerste meisje binnen jeugdzorg was dat 18 jaar zou worden. Zowel de voogd als de pleegzorgbegeleidster wisten niet welke mogelijkheden er waren voor verlengde pleegzorg. Informatie hebben we zelf gekregen uit onder andere de uitgave van het cliëntenforum Jeugdzorg ‘Achttien, de deadline’. Later, toen onze dochter al 18 was, kregen we via de pleegzorgorganisatie een uitgave van april 2008 van pleegzorg over 18-plus. Deze uitgave zou eerder moeten worden verstrekt, bijvoorbeeld als pleegkinderen de leeftijd van

16 jaar hebben bereikt en nog in het pleeggezin blijven. Uiteindelijk is voor ons de pleegzorg vooralsnog met een jaar verlengd. Deze regeling was in december afgelopen en werd niet meer verlengd, aangezien onze pleegdochter niet erg genegen is om te praten of te overleggen met hulp­verleners.

Marry en Wim Kafoe

 

Ik sta er alleen voor
“Ik ben pleegmoeder en oma van een tweeling van bijna 17. De kinderen wonen al bijna hun hele leven bij mij. Ze zijn allebei autistisch en vragen veel zorg en begeleiding. Daarom heb ik aan de pleegzorgbegeleiding gevraagd om verlenging van de pleegzorg tot 23 jaar. Ik sta er alleen voor, omdat mijn man in 2004 is overleden. Ze zijn nog lang niet zelfstandig en kunnen waarschijnlijk nooit zelfstandig wonen. Ik kreeg van de pleegzorgbegeleider te horen dat het on­mogelijk is. Ik moest de gewone weg maar volgen. Inmiddels heb ik van Bureau Jeugdzorg te horen gekregen dat ik voor de kinderen een Wajong-uitkering moet aanvragen.”

Nardie Brons Krupers

 

Wij worden nu gestraft, omdat het zo goed is gegaan
“Ik pleit er voor dat de pleegvergoeding afgebouwd wordt tussen de 18 en 23 jaar, totdat het niet meer nodig is. Wij hebben al 12 jaar een pleegzoon, hij is inmiddels 18 jaar. Het gaat heel goed met hem, hij heeft dit jaar zijn havo­diploma gehaald. De bedoeling was dat hij zou gaan studeren, maar hij is helaas dit jaar niet toegelaten tot de academie van zijn keuze. Plan B was een jaartje werken en het dan weer proberen en ondertussen zoveel mogelijk voorbereidende lessen volgen. Helaas, werk is nauwelijks te vinden. Hij verdient net genoeg om zijn verplichte ziektekostenverzekering te betalen en soms lukt het om de maandelijkse abonnementskosten van zijn telefoon op te hoesten. Hij wil naar een vooropleiding die 900 euro kost, maar zonder inkomen gaat dat dus niet. Het komt er op neer dat wij hem volledig onderhouden. Op zich is dat niet zo erg, maar we hebben alleen een AOW. Dat is te weinig voor het onderhoud van drie mensen. Omdat het zo goed met hem ging, is op zijn achttiende verjaardag alles gestopt. Eigenlijk vind ik dat hij en wij nu gestraft worden voor het feit dat het zo goed gegaan is. We hebben zo vaak complimenten gehad, omdat we het zo goed gedaan hebben, maar nu krijgen we het gevoel dat we akelig in de kou gezet zijn!”

Janine Numan

 

Wat past er binnen het gezin?
“Verlengde pleegzorg? Ja, maar kijk voor de vergoeding naar wat goed is voor het pleegkind en naar wat past binnen het gezin. Onze pleegzoon wilde op latere leeftijd zelf bij ons komen wonen (netwerkpleegzorg), terwijl er voor hem ook de mogelijkheid was een zelfstandig/begeleid traject te volgen binnen jeugdzorg. Over financiën zouden we ons niet druk maken; we zouden wel zien wat mogelijk was. Net voor zijn achttiende verjaardag was het financiële plaatje rond. Daarmee begon voor ons ook de moeilijkheid. Omdat hij 18 was, had hij recht op een studiebeurs; uitwonend, want hij woonde niet meer bij zijn biologische ouders. Dit bracht al wat spanning met zich mee, omdat hij daarmee meer te besteden had dan onze eigen 18-plussers die alleen een basisbeurs hadden. Bovendien vonden we dat hij recht had op dat wat overblijft van de (verlengde) pleegzorgvergoeding, dat spaarden wij op voor hem. Daarmee zou hij behoorlijk meer te besteden hebben dan onze eigen kinderen. Juist omdat de financiële situatie voor 18-plussers verschillend kan uitpakken, pleit ik voor ‘pleegzorgvergoeding op maat’. In ons geval zou dat minder spanning opgeleverd hebben. Uiteindelijk bleek het sparen de spanning ook niet te verminderen. Een vervolgtraject met begeleiding leek de oplossing. Toen dit na vijf maanden nog niet gerealiseerd was, heeft onze pleegzoon, met de nodige beschadigde relaties, alsnog de keuze gemaakt om alleen verder te gaan zonder begeleiding.”

Mark Janssen


Tags: ,