‘Pleegkinderen in hun kracht’

 Gesprek met Marlene, 40 jaar geleden pleegkind
“Zet pleegkinderen in hun kracht, hoe oud ze ook zijn” is het motto van Marlene van Steensel. Ze is eigenaar van Van Steensel en Partners, bedrijf voor ver­ander­management, en ex-pleegkind. Sinds 2011 zet ze haar ervaring en expertise in voor (voormalige) pleeg­kinderen, pleegouders en professionals in pleegzorg. Deze doelgroepen liggen haar na aan het hart. Veertig jaar geleden ging Marlene zelf in een pleeg­gezin wonen. Ze blikt terug op de tijd als pleegkind. Wat hebben deze ervaringen betekend op haar weg naar volwassen­heid en voor de keuzes in haar werk?

De vader van Marlene was beroeps­militair en diende in Nederlands-Indië. de daar opgelopen traumatische ervaringen hadden grote gevolgen voor het gezin. toen haar moeder plots overleed, was Marlene 9 jaar. de opvoeding van drie kinderen was voor haar vader te zwaar. in overleg met het toenmalig medisch opvoedkundig bureau werd voor Marlene een plek gevonden bij het gezin van tante j. in jeugddorp De Glind.(1)

Je eigen plek vinden
In het gezin van tante J. woonden, naast een eigen zoon, nog zes pleeg­kinderen. Marlene: “Het was een hele klus om mijn plek te vinden. Waar hoorde ik thuis in die rij? Als ik bij dit gezin hoorde, waar stonden mijn ouders dan? Systemisch gezien neemt elke persoon in een familie een eigen plek in, dit is een natuurlijk ordenings­principe. Als een pleegkind een andere familie instapt, geeft dat vaak verwarring over ieders plek. Dit kan zorgen voor gevoelens van achterstelling, voor onbegrip of loyaliteitsconflicten. In De Glind was het een hot issue onder pleegkinderen welke pleegouders hun eigen kinderen voortrokken. Dat was ‘slecht’.
Tante J. gaf mij een nieuw inzicht: ‘Natuurlijk gaat mijn kind voor. Jullie hebben immers al ouders, alleen kunnen ze jullie tijdelijk niet opvoeden.’ In feite zette zij, met die ogenschijnlijk eenvoudige uitspraak, haar kind op zijn plek en daarmee ook de pleegkinderen en hun biologische ouders.”
Voor Marlene voelde dit goed en bevrijdend. “Ik heb ouders. Ik ben al iemands kind, ook al leeft mijn moeder niet meer en is mijn vader als vader ‘ernstig onhandig’. Ik voelde mij gekend in mijn plek en in wie ik was.”

Na twee jaar bij tante J. ging Marlene terug naar huis. Haar vader was hertrouwd met een ‘nieuwe moeder’. het ging ongeveer drie maanden goed. Ze kwam daarna in een Rotterdams crisispleeggezin terecht, bij jonge mensen. in het begin was het daar fijn, maar het voelde ook benauwend. Marlene moest het kind zijn dat zij zelf nooit hadden gekregen.

Verwachtingen
“Ik was het enige pleegkind en kon niet voldoen aan hun verwachtingen. Pleegkinderen hebben, denk ik, een zesde zintuig ontwikkeld: ‘Wat wordt er van mij verwacht?’ Ze zijn teveel bezig met bedienen van de pleeg­ouders, waardoor ze zich niet vrij kunnen ontwikkelen. Het is belang­rijk dat onbewuste verlangens en behoeften van (pleeg)ouders niet onbedoeld bij een kind terecht­komen. Mensen zijn zich niet altijd bewust van hun diepere drijfveren. Om deze te leren kennen, bieden wij pleegouders in een van onze trainingen handvatten, opdat ze ‘vrij’ naar het kind kunnen kijken en het weer in zijn kracht kunnen zetten.”

Hechtingsproblemen of gezond gedrag?
Marlene hoort in gesprekken met pleegouders geregeld dat hun pleeg­kind ‘uiteraard hechtingsproblemen’ heeft. Zij noemt het, binnen de gegeven omstandigheden, gezond gedrag en maakt de volgende vergelijking: “Je krijgt een kind met een ernstige ‘voedselvergiftiging’ wegens verkeerde opvoeding thuis.

Opvoeden zie ik als ‘voeden’ in breed verband. Het kind komt in een pleeggezin en krijgt, goed be­doeld, een biefstuk voorgeschoteld. ‘Eet maar op en laat het lekker smaken.’ Pleegouders zijn teleurgesteld als het kind ‘de goede voeding’ afwijst. In het perspectief van een voedselvergiftiging is het juist logisch en gezond gedrag. Dat helpt om vrij te kijken naar wat het kind nodig heeft. Hoe bouw je goede voeding langzaam op? Wat kan het kind al verteren? Daarbij is hechting wel een leidend thema. Pleegouders hebben zelf soms ook ‘hechtingsangst’. Ik coachte een pleegouder met een ‘crisiskind’. Het kind was direct na de bevalling bij haar geplaatst. Ze zei: ‘Dit kindje moet zo snel mogelijk weer weg, anders ga ik mij hechten. Ik wil dat niet meer.’ Ze kon zich door eerdere scheidingservaringen niet meer vrij voelen naar haar pleegkind. Als je dat niet in de gaten hebt, komt de lading bij het kind te liggen. Ik wil die dynamiek zichtbaar maken.”

Uiteindelijk ging Marlene bij het tweede pleeggezin weg en woonde ze een tijdje in een meisjes­internaat van De Glind, voordat ze ging studeren in leiden. Een klasgenoot in het voortgezet onderwijs zei: “Je kunt niet van De Glind zijn, want daar wonen alleen gekke kinderen.”

Positief rolmodel
“Als pleegkind heb je eigenlijk al genoeg aan je hoofd. Veel kinderen kiezen ervoor dit stuk van hun leven te verstoppen. Als je altijd een deel van jezelf achterhoudt, verlies je een deel van je kracht. Bepaalde talenten blijven onzichtbaar. Daarom is het initiatief van Power4Youth(2) zo goed. Het geeft volwassen pleegkinderen de kans te leren van ervaringen en deze op een positieve manier in te zetten.
Er zijn nog te weinig zichtbare rol­modellen. Tijdens mijn werk als interim-directeur van een basisschool vertelde ik een jeugdzorgwerker dat ik zelf ooit pleegkind was geweest. Haar reactie was letterlijk: ‘Dat kan niet, pleegkinderen worden geen directeur!’ Kijk, dan doorbreek je iets.”

Na een loopbaan in de geestelijke gezondheidszorg en het onderwijs richtte Marlene een bedrijf op in verandermanagement, met coaching, mediation en training als pijlers. Ze ontwikkelt ook trainingen en coachtrajecten voor pleegouders, pleegkinderen en professionals, samen met pleeg­ouder Rrunilde Koebrugge. Nieuw is een intervisievorm voor voormalige pleegkinderen.

Loyaliteit
“Ook zij zijn loyaal naar hun ouders. er blijft een verlangen naar thuiskomen bij wie je hoort, ook al is dit verlangen met woede of verdriet bedekt. Een jongeman verwoordde het zo: ‘ik ga niets worden wat mijn vader is, zelfs geen vader.’ Hij is dat gekwetste kind dat jaren bij de halte van lijn 4 heeft staan wachten, omdat hij echt geloofde dat de tram (zijn vader) hem zou komen halen, terwijl iedereen hem vertelde dat de halte allang was opgeheven. Hij was in staat een deel van zichzelf te ontkennen als reactie op gedrag van zijn vader. Bij de intervisie ontmoeten voormalige pleegkinderen elkaar. Ze leren van elkaar hoe ze kunnen omgaan met loyaliteits­gevoelens van het kind in hen, dat nog steeds staat te wachten met een tasje vol verlangen naar huis.”

Wilt u meer weten over de coaching en training die Marlene van Steensel aanbiedt aan (voormalige) pleegkinderen en pleegouders? www.be4you2.nl

(1) In Jeugddorp De Glind worden uithuisgeplaatste kinderen opgevangen in onder andere gezinshuizen.

(2) ‘Power4Youth: grote stappen in kinderschoenen’, Maya Lievegoed, Mobiel 5, 2012.

 


Tags: ,