Is feest wel echt feest?

Het is een grijze wintermiddag als ik een afspraak heb met pedagoog Karel MulderijNOOT1. We gaan het hebben over feestvieren. Voor pleegkinderen is dit vaak een emotioneel beladen onderwerp, bijvoorbeeld omdat de ouders niet bij het feest kunnen zijn of omdat er sprake is van andere gewoonten in het pleeggezin.

Karel Mulderij, die zich graag advocaat van de kinderen noemt, houdt zelf helemaal niet van feest. “Kerst- en verjaardagen per onmiddellijk afschaffen scheelt veel leed en eenzaamheid. Doordat we dit soort dagen zo belangrijk maken, brengen we kwetsbare mensen en dus ook kinderen extra in de problemen. We maken elkaar wijs dat we feest moeten vieren en dat feest ons bindt. Veel dingen in een kinderleven worden bedacht door grote mensen. Zij bepalen vaak wanneer kinderen feestvieren, wie er mogen komen, wat ze gaan doen en wat kinderen van de cadeautjes moeten vinden.”

Grote verantwoordelijkheid
De voorbeelden die hij noemt zijn herkenbaar. Wie heeft niet eens tegen een kind gezegd dat hij het cadeautje van oma leuk moet vinden? “Oma heeft zo haar best gedaan.” Wie heeft niet eens gezegd dat die broek echt niet kan op een feest? Wie herkent niet dat grote mensen op een verjaardag met elkaar praten en dat het kind ‘lastig’ is, omdat het steeds iets komt vragen wat nu niet uitkomt? Voor wie is het dan eigenlijk een feestje?

“We leggen kinderen veel dingen op”, vindt Mulderij. “Als we gezellig met zijn allen iets vieren, is er voor kinderen geen ontkomen aan. Op momenten dat kinderen zich willen terugtrekken, worden ze er vaak weer bij gehaald: ‘doe nu eens gezellig mee.’ Wordt het echt te ingewikkeld voor kinderen en gaan ze lastig doen, dan horen ze dat ze het feest verpesten. Hierdoor krijgen ze een grote verantwoordelijkheid, maar ze voelen zich niet gekend in de manier waarop ze feest willen vieren. Voor kinderen, maar vooral voor pleegkinderen of kinderen met bijvoorbeeld ADHD of autisme, kan feestvieren een ingewikkelde bezigheid zijn.”

Het is jouw feestje
Je zou bijna denken dat deze pedagoog nooit feestviert, maar met een glimlach vertelt hij dat hij straks de stad ingaat om cadeautjes te kopen voor de feestdagen. Natuurlijk wil ik weten hoe we feest kunnen vieren, waaraan we allemaal plezier beleven. Mulderij: “Het gaat om communiceren. We praten veel tegen kinderen, maar niet met kinderen. Als we dat veranderen, komen we veel te weten en kunnen we iets vieren op een manier die voor iedereen fijn is. Het maakt niet uit om wat voor soort feest het gaat: een verjaardag, kerst, Sinterklaas of het behalen van een diploma.

Tijdens de voorbereiding op een feest moet de vraag zijn: welk doel dient het feest? Dit is leidend bij het maken van plannen. Als pleegkinderen op een andere manier willen vieren dan je zelf in je hoofd had, blijf dan niet hangen in wat niet kan, maar kijk naar wat wel kan. Er kan veel meer dan we denken. Zoek naar de wens achter de woorden van het kind. Niet alles hoeft in een ‘feest’ gepropt te worden. Kijk naar andere manieren om dat doel te bereiken. Voor kinderen betekent feest vaak exclusieve aandacht. Ze vinden het geweldig om iets te ondernemen met jou alleen. Hoe gezellig het met elkaar ook is op een feestje, aan de behoefte aan exclusieve aandacht wordt lang niet altijd voldaan. Het feestvarkentje kan helemaal verloren gaan tussen al die grote mensen die drukker met elkaar zijn dan met het kind. Kinderen zijn vaak te begripvol. Ze willen graag dat jij ook een gezellig feest hebt en vergeten intussen zichzelf en voelen zich helemaal niet gelukkig.”

Praten met kinderen
Kinderen zeggen niet altijd meteen wat ze willen of belangrijk vinden. Mulderij: “Ze voelen haarfijn aan wat ze wel en beter niet kunnen zeggen. Van nature houden ze rekening met je, bijvoorbeeld uit loyaliteit of omdat ze merken dat je het moeilijk vindt om erover te praten. Benoem ook je eigen boosheid of verdriet naar het kind toe. Kinderen moeten over hun leven leren praten, hoe moeilijk het onderwerp ook is. Of beter gezegd: volwassenen moeten leren luisteren! Kinderen kunnen wel degelijk ergens mee zitten, ook al lijkt het van niet, omdat ze er niet over praten. Als het kind niet met jou kan praten, is het belangrijk dat er anderen in de buurt zijn met wie het graag praat.”

De manier waarop je met kinderen praat, hangt af van hun leeftijd en ontwikkelingsniveau. Volgens Mulderij praten ze gemakkelijker als ze met iets bezig zijn. “Op een creatieve manier kun je veel van kinderen leren over hun belevingswereld. Direct oogcontact tijdens het praten, zoals volwassenen hebben, is vaak confronterend en onveilig voor kinderen. Een plaatje of tekening kan al genoeg zijn voor een interessant gesprek.” Hij laat het boek zien dat hij gebruikt bij trainingenNOOT2. Ik zie een plaatje met kinderen op de kermis, in de draaimolen, bij de schommels. Sommige kinderen zijn met volwassenen, andere met vriendjes en een kind zit op de uitkijk in een boom. “Je kunt vragen in welk kind het zich herkent. Belangrijk is dat je niet meteen een nieuwe vraag lanceert, maar goed luistert naar wat het kind zegt en daarop doorvraagt. Zonder het kind te sturen in zijn antwoord door je houding of commentaar. Het kind mag en kan alles zeggen, zonder ‘maren’.”

“Als kinderen in de puberleeftijd komen, lijken deze platen kinderachtig, maar zelfs dan zijn ze vaak te verleiden er iets over te zeggen. Als je maar meteen zegt dat die platen natuurlijk veel te kinderachtig voor hen zijn. Je kunt ook tijdschriften gebruiken die hen aanspreken. Door samen iets te bakken of knutselen krijg je de kans om in de belevingswereld van een kind te kijken. Een goed voorbeeld is het televisieprogramma Taarten van Abel. Je kunt ook vragen: ‘Wat was je leukste feest ooit?’ Daarop kun je doorvragen. ‘Wie waren er allemaal? Wat heb je gedaan? Met wie was je daar?’ Elk antwoord nodigt uit tot een volgende vraag.”

Tijdens dit interview moest ik denken aan de gesprekken met onze pleegkinderen, in de auto of op de fiets. Vaak verlopen die verrassend mooi. Als netwerkpleegouder is een feest bij ons niet zo ingewikkeld. Feestvieren is in onze familie natuurlijker dan bij veel pleeggezinnen. Toch heb ik vanmiddag veel geleerd. Ik ben me bewust geworden van de kinderbril die ik vaker op moet zetten. Niet alleen bij een feest, maar elke dag, om de leefwereld van kinderen te begrijpen. Of zoals Mulderij afsluit: “Ik hoop dat elke dag in een kinderleven spontane, feestelijke momenten kent.”

NOOT1 In 1990 heeft Dr. Karel J. Mulderij samen met Ben Baarda KIDpartners opgericht. Ze geven trainingen en adviezen over het omgaan met en verkrijgen van informatie over kinderen/jongeren. www.kidpartners.nl

NOOT2 Creatief communiceren met kinderen, Ben Baarda (2012).


Tags: , ,